
In de opleiding Farmaceutische en Biologische Laboratoriumtechnologie trainen we je in onderzoek, analyse en communicatie. Na drie jaar kan je, als 'technische component', perfect meedraaien in een team van apothekers, medici, biologen en bio-ingenieurs.
Je kiest voor een toekomstberoep! De vraag is groot, de werkzekerheid een feit en de sector betaalt goed. Je gaat de arbeidsmarkt op als een gespecialiseerde werknemer.
Je komt terecht in:
Analyse en research zijn er jouw kerntaken, vaak binnen een team van apothekers, medici, biologen, bio-ingenieurs en biotechnologen.
| studiepunten * | |
| Chemie | |
| Algemene chemie: theorie, oefeningen en labo | 17 |
| Organische chemie: theorie en oefeningen | 6 |
| Instrumentele analyse | 3 |
| Projecten | 3 |
| Bio | |
| Celbiologie | 4 |
| Microbiologie: theorie en labo | 7 |
| Ondersteunende vakken | |
| Wiskunde: theorie en oefeningen | 5 |
| Fysica: theorie en labo | 9 |
| Communicatie en informatie | |
| Engels | 3 |
| Informatica | 3 |
| Farma | |
| Galenica: theorie en labo | 8 |
| Projecten | 3 |
| Bio | |
| Hematologie en immunologie theorie en labo | 7 |
| Anatomie, histologie en fysiologie theorie en labo | 8 |
| Microbiologie: labo | 3 |
| Biochemie: theorie en labo | 9 |
| Bioprocestechnologie: labo | 3 |
| Bacteriologie | 4 |
| Ondersteunende vakken | |
| Analytische chemie en instrumentele analyse: theorie en labo | 6 |
| Organische chemie: theorie | 3 |
| Statistiek | 3 |
| Communicatie en informatie | |
| Engels | 3 |
| Stage en Eindwerk | 21 |
| Farma | |
| Farmaceutische wetenschappen: theorie en labo | 9 |
| Bio | |
| Biomedische onderzoekstechnieken | 3 |
| Toegepaste microbiologie: labo | 3 |
| Biotechnologie | 3 |
| Mycologie en virologie | 3 |
| Moleculaire biologie: theorie en labo | 7 |
| Pathologie | 3 |
| Ondersteunende vakken | |
| Statistiek | 2 |
| Communicatie en informatie | |
| Humane vakken | 3 |
| Communicatie en peer tutoring | 3 |
* In de tweede kolom vind je per opleidingsonderdeel het aantal studiepunten. Dit drukt de studieomvang van elk vak uit: één studiepunt stemt overeen met 25 à 30 uren studie. Gemiddeld heb je 22 contacturen per week. (Een contactuur is een uur dat je op de campus met het opleidingsonderdeel bezig bent.)
Deze lessentabellen zijn ter informatie voor studiekiezers. Om ze overzichtelijk en leesbaar te houden, hebben we sommige vakken gebundeld en benamingen gewijzigd. Ze kunnen afwijken van de actuele lessentabellen en vormen geen rechtsgrond.
Algemene chemie (labo)
Je leert een hele reeks basistechnieken in het lab aan: analytisch afwegen, destilleren, filtreren, titreren ... Je maakt ook kennis met veiligheidsvoorschriften.
Algemene chemie (theorie, oefeningen)
Je maakt kennis met de verschillende deelgebieden van de chemie waar je telkens berekeningen maakt en grafieken uittekent. Je zoomt ondermeer in op de chemische binding, op reactiekinetica en op het chemisch evenwicht.
Celbiologie
Hoe zien cellen eruit en helpt die structuur hen bij de uitvoering van hun taken? Wat is genetisch materiaal en hoe werkt het precies? Hoe zit celdeling in elkaar en welke gevolgen heeft dat mechanisme voor erfelijkheid en voortplanting?
Engels
Je verdiept je in Engelstalige vakliteratuur. Zo verruimt je kennis van het vakjargon. Je oefent ook op spreken en schrijven. Tijdens het tweede jaar graaf je in professionele databanken en geef je een presentatie over een zelfgekozen thema.
Fysica (labo)
Je voert zelf fysicaproeven uit: je meet de warmtecapaciteit van vloeistoffen en metalen, meet oppervlaktespanning, bepaalt samendrukbaarheidscoëfficiënten ...
Fysica (theorie en oefeningen)
Je krijgt inzicht in belangrijke deelgebieden van de fysica zoals mechanica, elasticiteit, warmteleer en elektriciteit. Je vist ook uit welke rol die basisprincipes spelen in de andere onderdelen van je opleiding.
Informatica
Je maakt kennis met belangrijke software voor je latere beroepsleven. Je gaat aan de slag met Word, Excel en PowerPoint, en leert het internet nuttig gebruiken.
Microbiologie
Je bestudeert de verschillende micro-organismen: bacteriën, virussen en fungi. Je onderzoekt ondermeer hun morfologie, metabolisme en groei.
Microbiologie (labo)
Hoe onderzoek je micro-organismen in de praktijk? Je maakt kennis met kleurtechnieken en sterilisatietechnieken, en leert geschikte voedingsbodems bereiden en gebruiken.
Organische chemie (theorie en oefeningen)
Je maakt kennis met een hele kast vol chemische producten en stoffen. Je onderzoekt hun verschillende eigenschappen en bestudeert de vaakst voorkomende chemische reacties.
Projecten
Je werkt in kleine groep aan een zelfgekozen project. Je brengt een échte wetenschappelijke of technische uitdaging tot een goed einde!
Wiskunde
Je verdiept je in de verschillende functietypes, onderzoekt toepassingen van afgeleiden en lost eenvoudige integralen en differentiaalvergelijkingen op.
Analytische chemie en instrumentele analyse labo
Je maakt kennis met veelgebruikte laboratoriumapparatuur en leert belangrijke tests uitvoeren. Zo bestudeer je pH-metingen, bufferbereidingen, fotometrische technieken, gelfiltratie en HPLC en LPLC.
Anatomie en histologie
Hoe zit het menselijke lichaam eruit? Je kijkt naar de macroscopische en microscopische opbouw van het hart- en vaatstelsel, het spijsverteringsstelsel en de organen voor ademhaling en uitscheiding.
Biochemie
Zowel het vrijzetten van energie uit energierijke voedselmolecules, als het terug investeren van de energie in activiteit, lichaamstemperatuur ... gebeurt via chemisch reacties. In situaties als uithongering wordt het samenspel van al deze chemische reacties geïllustreerd.
Biomedische researchtechnieken
Je bestudeert de meest nieuwe ontwikkelingen in verband met gentechnologie, het ontstaan van kanker en stamcelonderzoek.
Bioprocestechnologie (labo)
Je kweekt probiotica op uit een commercieel staal en draagt de verantwoordelijkheid voor het verloop van de fermentatie in de fermentor. Je leert de basistechnieken van celculturen: splitsen, microscopisch onderzoek, transfectie.
Biotechnologie (theorie)
Je bestudeert groene en rode biotechnologie: genetische transformatie bij planten en dieren, productie van diagnostische en therapeutische eiwitten. Je leert ook de basis van fermentatieprocessen, nuttig voor productie van antibiotica.
Communicatieve vaardigheden
Je leert vlot communiceren met je collega’s en verdiept je in conflictoplossende modellen. Je leert vergaderen, presenteren, in team werken en solliciteren. Je kijkt ook kritisch naar je eigen persoonlijkheidsprofiel.
Farmaceutische wetenschappen (labo)
Je verdiept je in de gehaltebepaling van grondstoffen voor verschillende geneesmiddelen. Je leert ook relevante technieken toepassen zoals spectroscopie en elektrochemie.
Farmaceutische wetenschappen (tarifering en wetgeving)
Wat is de sociale identiteitskaart en waarvoor dient ze? Wie betaalt geneesmiddelen en hoe zit het terugbetalingsmechanisme in elkaar? Welke deontologische regels zijn belangrijk voor medisch afgevaardigden?
Farmaceutische wetenschappen (theorie)
Je ontdekt hoe geneesmiddelen ingrijpen op het organisme en hoe het organisme deze geneesmiddelen verwerkt. Bijwerkingen en overdoseringen en het gebruik van proefdieren in de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen komen eveneens aan bod.
Fysiologie
Je leert hoe verschillende weefsels en organen eruit zien en hoe ze samenwerken om bepaalde functies te vervullen. Zo krijg je inzicht in fysiopathologische afwijkingen.
Galenica (labo)
Je maakt kennis met specifieke toestellen voor magistrale en officinale bereidingen en produceert zelf geneesmiddelen in vaste, vloeibare en half-vaste vorm.
Galenica (theorie)
Hoe converteer je een grondstof zo optimaal mogelijk naar een geneesmiddel? Waarom bestaan geneesmiddelen in vaste en vloeibare vorm en wat zijn de belangrijkste verschillen? Hoe verloopt een magistrale bereiding?
Geïntegreerd labo
Je scherpt je laboratoriumtechnieken aan in een hele reeks experimenten.
Hematologie (theorie)
Je leert alles over de vorming, het uitzicht en de functie van de verschillende bloedcellen. De belangrijkste bepalingen in het labo worden uitgelegd.
Hematologie en immunologie (labo)
Je duikt het lab in en voert hematologische testen uit. Volledig bloedonderzoek (celtelling en morfologie van cellen), bloedgroepbepaling en stollingstesten komen allemaal aan bod. Je onderzoekt hoe het menselijk immuunsysteem werkt door allerhande immunologische testen uit te voeren. Ook testen op auto-immuunziekten horen erbij. Je leert onderzoeksresultaten correct interpreteren.
Histologie (labo)
Je leert menselijk weefsel fixeren en inbedden in paraffine, maakt weefselsneden en ontdekt hoe je ze kleurt om verschillende onderdelen duidelijker zichtbaar te maken.
Humane vakken en statistiek (hygiëne en plichtenleer)
Je maakt kennis met de deontologische regels die je beroep bepalen en met de centrale rol van de patiënt in de gezondheidszorg. Je leert het belang van veilig gedrag kennen om arbeidsongevallen te vermijden.
Humane vakken en statistiek (RZL)
Je zoomt in op levensbeschouwelijke en ethische dilemma’s uit je vakgebied. Je leert een gefundeerde houding aannemen en verdedigen.
Immunologie (theorie)
Je onderzoekt hoe het menselijke immuunsysteem werkt en hoe je de staat ervan kunt testen. Je maakt kennis met cytokinen en met hun sleutelrol in de immuunregulatie, en kijkt naar auto-immuunziekten en immunodeficiëntie.
Instrumentele analyse (theorie)
Je maakt kennis met de belangrijkste apparatuur voor optische analyses van cellen en weefsels. Daarna bestudeer je ook chromatografische analysemethoden en leer je correcte berekeningen maken op basis van je verkregen gegevens.
Medische microbiologie: bacteriologie (theorie)
Je leert de belangrijkste pathogene en commensale bacteriën identificeren en classificeren. Je bestudeert ook hun eigenschappen en de gevolgen die ze hebben voor de mens. Daarna werp je een blik op antibiotica en chemotherapie.
Microbiologie (labo)
Je leert een hele reeks microbiologische technieken gebruiken om micro-organismen zoals bacteriën en gisten te testen en te identificeren.
Moleculaire biologie
Je verdiept je in de flow van genetische informatie van DNA tot eiwit . Je maakt kennis met de nieuwste technieken om DNA te onderzoeken met talrijke voorbeelden uit het forensisch onderzoek en de moleculaire diagnostiek.
Moleculaire biologie (labo)
Je leert hoe je een DNA-extractie doet en hoe je dat fragment zuiverder maakt en isoleert. Je bestudeert ook nog een hele reeks andere moleculaire laboratoriumtechnieken, onder andere hoe je DNA kan knippen en plakken.
Mycologie en virologie (theorie)
Je zoomt in op de belangrijkste schimmels en gisten voor mensen. Je kijkt ook naar medisch relevante virussen: hun voorkomen, besmettingswijze, ziekteverwekkend vermogen en labo-diagnostiek.
Organische chemie (theorie)
Je zoomt in op verschillende chemische verbindingen en de reacties die ze uitlokken bij andere stoffen en producten. Je verdiept je ook in spectrumanalyse.
Pathologie
Je bestudeert afwijkingen in de menselijke orgaanstelsels en ontdekt hoe ze aan de basis kunnen liggen van bepaalde aandoeningen. Je leert jouw rol als laborant kennen in de diagnosering van die aandoeningen.
Stage en eindwerk
Je loopt het hele jaar door (drie of vier dagen per week) stage in labo's waar je praktijkervaring opdoet: je voert zelf routineonderzoeken uit, observeert professionals en maakt kennis met de organisatie en de aandacht voor kwaliteitszorg in een labo. Je schrijft ook een paper rond een thema uit je vakgebied: dat diep je helemaal uit.
Statistiek
Je moet al je meetresultaten correct interpreteren en weergeven als je ze straks ook echt wilt gebruiken in je onderzoek. Daarom bestudeer je de belangrijkste statistische principes. In het derde jaar komen complexere thema’s aan bod: je leert uitschieters in steekproeven aanduiden en wordt een expert in de enkelvoudige variatieanalyse.
Toegepaste microbiologie (labo)
Je leert fenotypische en genotypische varianten van bacteriën opsporen, maakt kennis met lactose-operon en met het kiemgetal van farmaceutische bereidingen.
Het eerste jaar van de professionele bachelors Chemie en Biomedische Laboratoriumtechnologie is gemeenschappelijk. Daarna heb je de keuze uit 5 afstudeerrichtingen:
| Studenten over peer-tutoring:
|
Shirley Scheipers, onderzoeksmedewerker UA: “Voor mij was de stage een droom die in vervulling ging. Al sinds het middelbaar, waar ik Techniek-Wetenschappen volgde, hoopte ik op een job binnen forensisch onderzoek. Mijn hogeschoolopleiding was bijzonder boeiend. Ik waardeerde zowel het biologische als het farmaceutische aspect. Maar toen kon ik voor mijn eindwerk en stage terecht kon in het forensisch labo van het UZA, smeet ik me helemaal. En dat leverde mij geen windeieren. Het bleek een regelrechte springplank bij mijn sollicitaties achteraf.” |
