
Waarom vriezen voetballers soms stamcellen van hun baby in? Wat is suikerziekte precies? Hoe stel je vast of iemand drager is van een erfelijke ziekte? Als medisch laboratoriumtechnoloog weet je het allemaal. De wereld onder de microscoop is jouw ding. In de opleiding Medische Laboratoriumtechnologie leer je resultaten analyseren en duidelijk communiceren.
We droppen je in een modern labo, waar je een uiterst praktijkgerichte opleiding krijgt.
Je kiest voor een toekomstberoep! De vraag is groot, de werkzekerheid een feit en de sector betaalt goed. Je gaat de arbeidsmarkt op als een gespecialiseerde werknemer.
Je kan aan de slag als:
| studiepunten * | |
| Chemie | |
| Algemene chemie: theorie, oefeningen en labo | 17 |
| Organische chemie: theorie en oefeningen | 6 |
| Instrumentele analyse | 3 |
| Projecten | 3 |
| Bio | |
| Celbiologie | 4 |
| Microbiologie: theorie en labo | 7 |
| Ondersteunende vakken | |
| Wiskunde: theorie en oefeningen | 5 |
| Fysica: theorie en labo | 9 |
| Communicatie en informatie | |
| Engels | 3 |
| Informatica | 3 |
| Medisch | |
| Hematologie en immunologie: theorie en labo | 11 |
| Klinische chemie en moleculaire biologie: theorie en labo | 11 |
| Anatomie en histologie: theorie en labo | 6 |
| Microbiologie: labo | 5 |
| Biochemie | 6 |
| Bacteriologie | 4 |
| Fysiologie | 2 |
| Projecten | 3 |
| Ondersteunende vakken | |
| Analytische chemie en instrumentele analyse: theorie en labo | 6 |
| Statistiek | 3 |
| Communicatie en informatie | |
| Engels | 3 |
| Stage en eindwerk | 22 |
| Medisch | |
| Stage: microbiologie, klinische chemie en hematologie | 13 |
| Klinische chemie | 4 |
| Mycologie en virologie: theorie | 3 |
| Moleculaire biologie | 3 |
| Pathologie | 3 |
| Parasitologie | 3 |
| Klinische technieken | 1 |
| Ondersteunende vakken | |
| Statistiek | 2 |
| Communicatie en informatie | |
| Humane vakken | 3 |
| Communicatie en peer tutoring | 3 |
* In de tweede kolom vind je per opleidingsonderdeel het aantal studiepunten. Dit drukt de studieomvang van elk vak uit: één studiepunt stemt overeen met 25 à 30 uren studie. Gemiddeld heb je 22 contacturen per week. (Een contactuur is een uur dat je op de campus met het opleidingsonderdeel bezig bent.)
Deze lessentabellen zijn ter informatie voor studiekiezers. Om ze overzichtelijk en leesbaar te houden, hebben we sommige vakken gebundeld en benamingen gewijzigd. Ze kunnen afwijken van de actuele lessentabellen en vormen geen rechtsgrond.
Algemene chemie (labo)
Je leert een hele reeks basistechnieken in het lab aan: analytisch afwegen, destilleren, filtreren, titreren ... Je maakt ook kennis met veiligheidsvoorschriften.
Algemene chemie (theorie, oefeningen)
Je maakt kennis met de verschillende deelgebieden van de chemie waar je telkens berekeningen maakt en grafieken uittekent. Je zoomt ondermeer in op de chemische binding, op reactiekinetica en op het chemisch evenwicht.
Celbiologie
Hoe zien cellen eruit en helpt die structuur hen bij de uitvoering van hun taken? Wat is genetisch materiaal en hoe werkt het precies? Hoe zit celdeling in elkaar en welke gevolgen heeft dat mechanisme voor erfelijkheid en voortplanting?
Engels
Je verdiept je in Engelstalige vakliteratuur. Zo verruimt je kennis van het vakjargon. Je oefent ook op spreken en schrijven. Tijdens het tweede jaar graaf je in professionele databanken en geef je een presentatie over een zelfgekozen thema.
Fysica (labo)
Je voert zelf fysicaproeven uit: je meet de warmtecapaciteit van vloeistoffen en metalen, meet oppervlaktespanning, bepaalt samendrukbaarheidscoëfficiënten ...
Fysica (theorie en oefeningen)
Je krijgt inzicht in belangrijke deelgebieden van de fysica zoals mechanica, elasticiteit, warmteleer en elektriciteit. Je vist ook uit welke rol die basisprincipes spelen in de andere onderdelen van je opleiding.
Informatica
Je maakt kennis met belangrijke software voor je latere beroepsleven. Je gaat aan de slag met Word, Excel en PowerPoint, en leert het internet nuttig gebruiken.
Microbiologie
Je bestudeert de verschillende micro-organismen: bacteriën, virussen en fungi. Je onderzoekt ondermeer hun morfologie, metabolisme en groei.
Microbiologie (labo)
Hoe onderzoek je micro-organismen in de praktijk? Je maakt kennis met kleurtechnieken en sterilisatietechnieken, en leert geschikte voedingsbodems bereiden en gebruiken.
Organische chemie (theorie en oefeningen)
Je maakt kennis met een hele kast vol chemische producten en stoffen. Je onderzoekt hun verschillende eigenschappen en bestudeert de vaakst voorkomende chemische reacties.
Projecten
Je werkt in kleine groep aan een zelfgekozen project. Je brengt een échte wetenschappelijke of technische uitdaging tot een goed einde!
Wiskunde
Je verdiept je in de verschillende functietypes, onderzoekt toepassingen van afgeleiden en lost eenvoudige integralen en differentiaalvergelijkingen op.
Analytische chemie en instrumentele analyse
Je maakt kennis met veelgebruikte laboratoriumapparatuur en leert belangrijke tests uitvoeren. Zo bestudeer je pH-metingen, bufferbereidingen, fotometrische technieken, gelfiltratie en HPLC en LPLC.
Anatomie en histologie
Hoe zit het menselijke lichaam eruit? Je kijkt naar de macroscopische en microscopische opbouw van het hart- en vaatstelsel, het spijsverteringsstelsel en de organen voor ademhaling en uitscheiding.
Biochemie
Zowel het vrijzetten van energie uit energierijke voedselmolecules, als het terug investeren van de energie in activiteit, lichaamstemperatuur ... gebeurt via chemisch reacties. In situaties als uithongering wordt het samenspel van al deze chemische reacties geïllustreerd
Communicatieve vaardigheden
Je leert vlot communiceren met je collega’s en verdiept je in conflictoplossende modellen. Je leert vergaderen, presenteren, in team werken en solliciteren. Je kijkt ook kritisch naar je eigen persoonlijkheidsprofiel.
Fysiologie
Je leert hoe verschillende weefsels en organen eruit zien en hoe ze samenwerken om bepaalde functies te vervullen. Zo krijg je inzicht in fysiopathologische afwijkingen.
Hematologie (theorie)
Je leert alles over de vorming, het uitzicht en de functie van de verschillende bloedcellen. De belangrijkste bepalingen in het labo worden uitgelegd. Vervolgens zoemen we in op de bloedstolling en de verschillende bloedgroepen.
Hematologie en immunologie (labo)
Je duikt het lab in en voert hematologische testen uit. Volledig bloedonderzoek (celtelling en morfologie van cellen), bloedgroepbepaling en stollingstesten komen allemaal aan bod. Je onderzoekt hoe het menselijk immuunsysteem werkt door allerhande immunologische testen uit te voeren. Ook testen op auto-immuunziekten horen erbij. Je leert onderzoeksresultaten correct interpreteren.
Histologie (labo)
Je leert menselijk weefsel fixeren en inbedden in paraffine, maakt weefselsneden en ontdekt hoe je ze kleurt om verschillende onderdelen duidelijker zichtbaar te maken.
Humane vakken en statistiek (hygiëne en plichtenleer)
Je maakt kennis met de deontologische regels die je beroep bepalen en met de centrale rol van de patiënt in de gezondheidszorg. Je leert het belang van veilig gedrag kennen om arbeidsongevallen te vermijden.
Humane vakken en statistiek (wijsbegeerte)
Je bestudeert een reeks filosofische vraagstukken en dilemma’s. Je leert rationeel onderbouwde en goed gefundeerde standpunten innemen en verdedigen.
Immunologie (theorie)
Je onderzoekt hoe het menselijke immuunsysteem werkt en hoe je de staat ervan kunt testen. Je maakt kennis met cytokinen en met hun sleutelrol in de immuunregulatie, en kijkt naar auto-immuunziekten en immunodeficiëntie.
Instrumentele analyse (theorie)
Je maakt kennis met de belangrijkste apparatuur voor optische analyses van cellen en weefsels. Daarna bestudeer je ook chromatografische analysemethoden en leer je correcte berekeningen maken op basis van je verkregen gegevens.
Klinische chemie (theorie)
De analyses op bloed- of urinestalen zijn onmisbaar in de dagelijkse dokterspraktijk. Je verdiept je in een heel aantal parameters die bepaald kunnen worden samen met de principes van de testen en hun diagnostisch belang.
Klinische chemie (theorie)
Je verdiept je in alle aspecten van enzymatische onderzoek. Je bestudeert ook hoe je bepaalde organen en weefsels onderzoekt en welke bepalingsmethoden er bestaan voor vetten.
Klinische chemie en moleculaire biologie (labo)
Je leert hoe je stalen verzamelt, behandelt en onderzoekt. Je maakt kennis met teststrookjes, voert verschillende metingen uit en leert je resultaten interpreteren. Je zoomt ook in op moleculaire biologische technieken zoals DNA-extractie.
Klinische technieken
Talrijke aspecten uit het modern klinisch labo komen aan bod zoals de principes van automatisering en kwaliteitszorg, specifieke tests om bijvoorbeeld druggebruik vast te stellen, specifieke immuno-assays voor de bepaling van allerhande eiwitten ...
Medische microbiologie: bacteriologie (theorie)
Je leert de belangrijkste pathogene en commensale bacteriën identificeren en classificeren. Je bestudeert ook hun eigenschappen en de gevolgen die ze hebben voor de mens. Daarna werp je een blik op antibiotica en chemotherapie.
Microbiologie (labo)
Je maakt kennis met de technieken van de medische microbiologie. Maken, enten en interpreteren van voedingsbodems, aseptisch werken, preparaten kleuren en onder de microscoop bestuderen. Je maakt een onderscheid tussen pathogene en niet-pathogene micro-organismen. Je leert hoe identificatietesten en antibiotica gevoeligheidsbepalingen worden uitgevoerd.
Moleculaire biologie
Je verdiept je in de flow van genetische informatie van DNA tot eiwit . Je maakt kennis met de nieuwste technieken om DNA te onderzoeken met talrijke voorbeelden uit het forensisch onderzoek en de moleculaire diagnostiek.
Mycologie en virologie (theorie)
Je zoomt in op de belangrijkste schimmels en gisten voor mensen. Je kijkt ook naar medisch relevante virussen: hun voorkomen, besmettingswijze, ziekteverwekkend vermogen en labo-diagnostiek.
Parasitologie
Wat zijn parasieten en welke soorten bedreigen de mens? Waarin verschillen de parasieten van elkaar? Hoe herken je een parasiet onder de microscoop?
Pathologie
Je bestudeert afwijkingen in de menselijke orgaanstelsels en ontdekt hoe ze aan de basis kunnen liggen van bepaalde aandoeningen. Je leert jouw rol als laborant kennen in de diagnosering van die aandoeningen.
Stage en eindwerk
Je loopt stage in een labo waar je twaalf weken lang praktijkervaring opdoet: je voert zelf routineonderzoeken uit, observeert professionals en maakt kennis met de organisatie en de aandacht voor kwaliteitszorg in een labo. Je schrijft ook een paper rond een thema uit je vakgebied: dat diep je helemaal uit.
Statistiek
Je moet al je meetresultaten correct interpreteren en weergeven als je ze straks ook echt wilt gebruiken in je onderzoek. Daarom bestudeer je de belangrijkste statistische principes. In het derde jaar komen complexere thema’s aan bod: je leert uitschieters in steekproeven aanduiden en wordt een expert in de enkelvoudige variatieanalyse.
Het eerste jaar van de professionele bachelors Chemie en Biomedische Laboratoriumtechnologie is gemeenschappelijk. Daarna heb je de keuze uit 5 afstudeerrichtingen:
| Studenten over peer-tutoring:
|
Oud-student Olivier Rombouts kon meteen aan de slag in het Centrum voor Medische Genetica in Antwerpen: “Hier analyseren we DNA om de erfelijke oorzaak van ziektes te bepalen. Spermastalen, beenmerg en prenataal onderzoek: het passeert allemaal de revue. Zo stellen we diagnoses of komen we te weten wie drager van een erfelijke ziekte is of kan zijn.” |
