
Als stagementor ondersteun en stuur je het leerproces van de student op de stageplaats. In de navorming Mentor Klinisch Onderwijs leer je hoe je dat professioneel aanpakt.
Studenten bachelor in Verpleegkunde en Vroedkunde lopen stage in heel wat instellingen van de provincie Antwerpen.
We waarderen de dagelijkse vrijwillige en enthousiaste inzet van de mentoren in de begeleiding van studenten. Op de jaarlijkse mentorendagen worden specifieke onderwerpen behandeld, maar sinds 2005-2006 bieden we ook een uitgebreidere opleiding aan.
Samen met mensen uit het werkveld werden binnen de wetenschappelijke commissie de competenties van een mentor uitgeschreven en het programma vastgelegd.
De evaluatie van de voorbije opleidingen leidde tot een uitbreiding van de praktijkgerichte oefeningen waarbij eigen ervaringen centraal staan.
Het aantal cursisten is beperkt tot 50 personen.
Omwille van de opbouw en de praktijkgerichtheid van de opleiding met interactieve deelname van de cursisten, is het bijwonen van alle lesdagen noodzakelijk.
Bij meerdere afwezigheden kan de wetenschappelijke commissie besluiten een cursist uit te sluiten van het maken van de opdracht.
De cursisten met een voldoende uitgewerkte opdracht krijgen een getuigschrift van navorming Mentor Klinisch Onderwijs.
Cursisten die geen opdracht maakten of een onvoldoende behaalden ontvangen een bewijs van bijscholing.
Als evaluatie maken de cursisten een opdracht met een verbeteractieplan voor het eigen werkveld.
De opleiding telt drie studiepunten.
De lessen vinden afwisselend plaats op campus Markgrave van de Karel de Grote-Hogeschool en de AP Hogeschool.
Karel de Grote-Hogeschool | AP Hogeschool |
Data en planning academiejaar 2013-2014: zie www.ap.be.
De mentoren van beide hogescholen betalen € 90 voor het cursusmateriaal, andere cursisten betalen € 140.
Maaltijden worden niet voorzien.
De vernieuwing van de erkenning voor betaald educatief verlof wordt jaarlijks aangevraagd.
Opleidings- en werkgeverscheques worden aanvaard.
Zie www.ap.be.
Met de invoering van de bachelor/masterstructuur werd het hoger onderwijs grondig gewijzigd. Elke student heeft zijn individueel leertraject met ook gevolgen voor de invulling van de stages.
Er wordt stilgestaan bij het kritisch kijken naar eigen klinische besluitvorming met aandacht voor gewoontes in de praktijkvoering en evidence based practice.
Ervaringsgericht en vanuit eigen incidenten de theorie vertalen naar de praktijk, jezelf ontdekken in omgang met de student, aan de nodige zelfzorg doen als mentor en je relationele intelligentie verder ontplooien… zijn enkele thema’s die aan bod komen.
Iedereen heeft een eigen manier van leren. Het gaat om de wijze waarop nieuwe leerstof, nieuwe ervaringen, … eigen gemaakt wordt. Vertrekkend vanuit de kennis van de eigen (voorkeurs)leerstijl wordt vervolgens stilgestaan bij het begrip ‘leercyclus’ en de transfer gemaakt naar de relatie mentor-student.
Voor de ontwikkeling van professioneel handelen en het leven lang leren is reflectie onontbeerlijk. Regelmatig reflecteren op het eigen handelen verhoogt de kans om een kritische, analytische beroepsbeoefenaar te worden, die het beroepsmatig handelen kan onderbouwen vanuit kennis. Reflectie is voor veel mensen niet meteen gemakkelijk. Via oefeningen worden enkele modellen en methoden voor systematisch reflecteren toegelicht.
In dit onderdeel komt de concrete stagebegeleiding in de praktijk aan bod. Er wordt stil gestaan bij het begrip ‘systematische studentenbegeleiding’ en de verschillende randvoorwaarden en fasen ervan. De opmaak van een individueel stagewerkplan speelt hierin een belangrijke rol.
Een planmatige stagebegeleiding met gedeelde verantwoordelijkheden in het multidisciplinaire team zal tijdsnood voorkomen.
De burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid van de mentor worden toegelicht met duidelijke praktijkvoorbeelden.
Bij coaching wordt de student door de mentor op een professionele manier begeleid in het ontwikkelen van zijn competenties.
Een mentor heeft een specifieke plaats binnen het eigen team, een groep die onderhevig is aan groepsprocessen en de krachten van de groepsdynamica. Beide aspecten worden vanuit eigen ervaringen benaderd.