De jury toetst elk project af aan een aantal criteria. Deze criteria zijn gebaseerd op de waarden van de Karel de Grote-Hogeschool.
Innoveren voor de toekomst
De voorkeur gaat uit naar een weloverwogen vernieuwing of ontwikkeling die invloed heeft op het volledige onderwijsaanbod van een opleiding of een groot deel ervan.
- Is er sprake van een vernieuwing (organisatorische vernieuwing, inhoudelijke vernieuwing, didactische vernieuwing ...)?
- Vormt de vernieuwing een inspiratiebron voor het in gang zetten van anderen?
Resultaten bereiken
Het is belangrijk dat de vernieuwing uitgevoerd werd en er aantoonbare resultaten bereikt of in de maak zijn.
- Is de vernieuwing gerealiseerd of is ze binnen een realistische termijn uitvoerbaar?
- Is de vernieuwing duurzaam? Met andere woorden is de vernieuwing ingebed in de opleiding, kent de vernieuwing een breed draagvlak binnen de opleiding?
- Heeft de vernieuwing een langlopend effect?
Studentgeoriënteerd handelen
De vernieuwing vertrekt vanuit het belang van de student en zorgt voor een kwaliteitsverbetering van de opleiding die de student ten goede komt.
- In welke mate staat de student centraal in de vernieuwingsproject?
- In welke mate is de student betrokken bij het vernieuwingsproject hetzij bij aanvang hetzij tijdens het project?
In vertrouwen samenwerken
De vernieuwing is systematisch en met overleg (docenten-studenten-administratie) doorgevoerd.
- In welke mate is deze vernieuwing een resultaat van teamwerk?
- In welke mate zijn de ideeën die aan de grondslag van deze vernieuwing liggen doorgegeven door/aan een andere opleiding van onze hogeschool of door/aan een andere onderwijsinstelling?
Engageren voor een betere wereld
De vernieuwing zorgt voor een betere doorstroom en uitstroom van alle studenten en bij voorkeur ook van kansengroepen.
- Op welke manier hanteert deze vernieuwing de principes van Design for All (D4A)?
- Op welke manier richt het project zich tot één of meerdere specifieke doelgroepen?