Inhoud en studiepunten van Leraar Lager Onderwijs

Eerste jaar

Praktijk

13 studiepunten

Stage

Kennismaken met verschillende scholen in de stad:

Je neemt een kijkje in verschillende scholen Antwerpen.

Lintstage:

  • Een dag per week
  • Vanaf periode 2 tot en met periode 4.

Onder begeleiding van een mentor ga je elke week naar je stageklas om je eerste stappen als leerkracht te zetten: je helpt de leerlingen, je steekt een handje toe bij het werk van de mentor en je geeft lessen. Hierbij word je ondersteund vanuit van het vak ‘Krachtig leren Creëren’.

Blokstage:

  • Twee weken
  • In periode 4

Gedurende twee weken beleef je het hele klasgebeuren en het schoolse leven. Je bent al vertrouwd met je klas vanuit de lintstage. Je geeft veel lessen over de verschillende vakgebieden heen.

Krachtig leren creëren

11 studiepunten

Kijken naar kinderen en scholen

(5 studiepunten)

Dit opleidingsonderdeel bestaat uit twee onderdelen: kijken naar kinderen en kijken naar scholen.

  • Binnen ‘Kijken naar kinderen’ maak je kennis met de beginsituatie van de leerlingen. We besteden aandacht aan de ontwikkelingspsychologie en de leef-en belevingswereld van 6- tot 12-jarigen. Je leert kinderen benaderen vanuit een ervaringsgerichte en talentgerichte visie. Tijdens hoor- en werkcolleges op de hogeschool word je voorbereid om zelf aan de slag te gaan met individuele leerlingen. Je ontwikkelt speelse mini-activiteiten en voert ze uit voor kleine groepen van leerlingen.
  • Binnen ‘Kijken naar scholen’ maak je kennis met de verschillende visies op onderwijs en met de verschillende schooltypes in de grootstedelijke context. Je leert meer over de structuur en de organisatie van het onderwijs in Vlaanderen. Tijdens de scholencarrousel bezoek je gedurende 5 weken telkens een andere school binnen de grootstedelijke context, waar je je nieuwe inzichten aftoetst aan de praktijk.

Krachtige leeromgeving

(6 studiepunten)

In dit opleidingsonderdeel leren we je hoe je een krachtige leeromgeving opbouwt, zodat je hier in je praktijk (lintstage en blokstage) mee aan de slag kan om je stagelessen te geven. We vertrekken vanuit de leertaken die je zal uitvoeren in de lintstage, tijdens de lessen bereiden we je rechtstreeks voor op het uitvoeren van deze leertaken, en na elke lintstagedag gaan we hier een stapje verder in.

Op deze manier leren we je je eerste lessen geven en ontwerpen, telkens vertrekkende vanuit het kader van de ‘krachtige leeromgeving’. Vanuit de ervaringen die je elke week opdoet op je stageschool, ga je inzoomen op de belangrijkste componenten van het lesgeven. Met een focus op je eigen klas, ontdek je hoe je  een doelgerichte les opbouwt rekening houdend met de verschillende componenten van het didactisch model.

Vakcompetenties: kennis, didactiek en vaardigheden

27 studiepunten

Nederlands

(5 studiepunten)

In het Vlaamse onderwijs staat de Nederlandse taal centraal en dat niet alleen in de lessen taal (denk maar aan de lessen wereldoriëntatie waarin leerlingen alle vaardigheden van het Nederlands kunnen inoefenen). In het eerste jaar van de bacheloropleiding leraar lager onderwijs dompelen we je onder in de verschillende aspecten van een taalles Nederlands met een grote focus op de taaldidactiek en hoe we als leerkrachten de kinderen kunnen begeleiden in hun talige leerprocessen.
Je leert hoe je bijvoorbeeld een goede les spelling of spreken en luisteren kan geven aan kinderen uit de lagere school.

Wereldoriëntatie

(5 studiepunten)

Tijdens de workshops van Wereldoriëntatie, kortweg WO, verdiepen we ons vooral in de didactiek. We maken uitgebreid kennis met werkwijzen waarop we de wereld kunnen verkennen met kinderen. Dit doen we binnen en buiten de klasmuren, zoals het ook in de lagere school gebeurt.

Muzische vorming: beeld, muziek, drama, dans

(8 studiepunten)

In het opleidingsonderdeel Muzische Vorming word je ondergedompeld in een ervaringsbad op eigen niveau, waarin je kennismaakt met de vier verschillende muzische domeinen. Je ervaart de beginselen van beeld, dans, drama en muziek. Je raakt stapsgewijs vertrouwd met een muzisch taalgebruik, concepten en werkvormen. Vanaf de start van het academiejaar ontwikkel je een eigen muzische grondhouding en gaan we samen zingen zodat je de kracht van de kunsten, de magie van creativiteit en de verbondenheid in het samenspelen kan ervaren en inzetten in jouw persoonlijke groei als leraar-in-wording. In het tweede semester verwerf je kennis in de basisinzichten en principes van de muzische didactiek.

Godsdienst

(3 studiepunten)

In deze cursus leer je de christelijke traditie uitgebreid kennen. Je verkent de visie op het vak rooms-katholieke godsdienst in de basisschool en je gaat dieper in op thema’s als Bijbel, levensbeschouwelijke communicatie met kinderen, vieren, sacramenten, kerkelijk jaar, symbolen en rituelen.

Motorische basisvorming

(3 studiepunten)

Tijdens de lessen die een mix zijn van theorie en praktijk krijg je zicht op de motorische ontwikkeling van kinderen, zodat je van hieruit de juiste stimulansen kan geven voor een optimale ontwikkeling. Je leert je hoe dit didactisch en organisatorisch aanpakt in de basisschool. Je krijgt een ruim aanbod aan praktijkvoorbeelden: bewegingsspelen voor binnen en buiten, basismotorische vaardigheden, dans, bewegingshoeken en tussendoortjes in de klas, relaxatie, … Je leert zinvolle bewegingslessen- en momenten uit te werken voor de lagere school zonder te technisch te worden. Je toont aan dat je zelf correct kan zwemmen in een voorlingse slag met aquatische ademhaling én de basisprincipes van ‘zwembadveilig’ beheerst.

Oriëntering op taal: taalvaardigheid en basiskennis Frans

(3 studiepunten)

Flexweek Taal: mondelinge en schriftelijke taalvaardigheid

Het is belangrijk dat een leraar voldoende vaardig is op vlak van spreken, luisteren, schrijven en lezen om zijn leerlingen hierin te onderwijzen. Het hebben van een goede taalvaardigheid speelt ook een rol als de leerkracht in interactie treedt met leerlingen, ouders, leden van het schoolteam en externe partners. Tijdens de flexweek taalvaardigheid reiken we je de nodige kennis en vaardigheden aan om als beginnende leerkracht zowel mondeling als schriftelijk taalvaardig voor de klas te staan. Je leert bijvoorbeeld hoe je op een interactieve manier een boeiend verhaal kan voorlezen of vertellen aan kinderen uit de lagere school.

Daarnaast staan we ook stil bij een correct schriftelijk taalgebruik. We passen dat onmiddellijk toe in een aantal beroepsproducten zoals het schrijven van een goede schoolbrief aan de ouders, het opstellen van een correcte e-mail en het schrijven een van een informatieve tekst voor het lagereschoolkind.

Frans

In de derde graad (en misschien zelfs al eerder) zal je Frans geven aan je leerlingen. Het hoofddoel daarbij is communicatie. Om tot communicatie te komen hebben leerlingen voldoende bouwstenen nodig en die bouwstenen reik jij als leerkracht aan. Het is dus erg belangrijk om zelf de basisgrammatica en basiswoordenschat van het Frans goed onder de knie te hebben. In het eerste jaar van de opleiding stomen we je daarvoor klaar.

Basiskennis wiskunde

Flexweek Wiskunde

Gedurende een week dompelen we je onder in de leerstof wiskunde van de lagere school. Via workshops op maat, werken we aan je basiskennis en de wiskundige bagage die je nodig hebt om in je lessen wiskunde het denken van de leerlingen van de lagere school uit te dagen. Je maakt opnieuw kennis met verschillende ontwikkelthema’s van wiskunde: logisch en wiskundig denken, getallenkennis, rekenvaardigheid, meetkunde, meten en metend rekenen. We maken ook ruimte om met media aan de slag te gaan in de wiskundelessen.

Focus verbreden

9 studiepunten

Focus op persoon

(3 studiepunten)

In Focus op persoon sta jij centraal. We reiken je inzichten en vaardigheden aan om een antwoord te formuleren op vragen als: Wie ben ik als persoon? Wie ben ik als leerkracht? Hoe functioneer ik in een groep? Hoe communiceer ik? Hoe veerkrachtig ben ik?  Ken ik mijn eigen grenzen en hoe geef ik ze aan? Je denkt na over jezelf, je eigen handelen en hoe je dat kan bijsturen om als mens en leerkracht te groeien.

Focus op de stad

(3 studiepunten)

Als (toekomstige) leraar kom je midden in de bruisende stad terecht, met alle kansen en uitdagingen hieraan verbonden. Je analyseert de huidige maatschappelijke context vanuit verschillende perspectieven en ontdekt de kansen en de uitdagingen die inherent zijn aan de (groot)stad. Je wordt uitgedaagd om je persoonlijke kijk op de superdiverse (groot)stad in vraag te stellen door je sociaal en cultureel referentiekader te verbreden.

Religie, zingeving en levensbeschouwing

(3 studiepunten)

Alle studenten aan een katholieke hogeschool in Vlaanderen krijgen het vak Religie, zingeving en levensbeschouwing. Dit vak daagt je uit om je eigen kijk op de wereld, religie en ethiek te onderzoeken en te verwoorden. Je staat stil bij je eigen houding tegenover religie en geloof en je denkt na over ethische kwesties en maatschappelijke uitdagingen. Deze thema's worden ook gelinkt aan je toekomstige job als onderwijzer.

Tweede jaar

Praktijk

20 studiepunten

Stage

Lintstage:

  • Een dag per week
  • Vanaf oktober

1 dag per week ben je op de stageschool waar je mentor je begeleidt bij het verder ontwikkelen van je competenties als leerkracht. Vanuit het vak ‘krachtig leren creëren’ word je ondersteund.

Blokstage:

  • Twee periodes van twee weken
  • Januari en mei/juni

Tijdens de eerste periode loop je stage in een klas van het vijfde of zesde leerjaar. Je verwerft specifieke competenties die gelinkt zijn aan deze doelgroep. Gedurende de twee weken in mei neem je de taken van de leerkracht over in een klas van het tweede tot het zesde leerjaar. Je geeft veel lessen over de verschillende vakgebieden heen en toont op die manier hoever je al staat als leerkracht in spe.

Krachtig leren creëren

17 studiepunten

Krachtig differentiëren en evalueren

(4 studiepunten)

Je gaat aan de slag met alle componenten van het didactisch model en leert zo een krachtige leeromgeving uit te werken aangepast aan de specifieke klas. Je ontdekt het belang en de modelijkheden van differentiatie in en buiten de klas. Je leert leerlingen te evalueren en van daaruit hun leren te versterken.

Zorg

(4 studiepunten)

Hier ontdek je het belang en de mogelijkheden van het gedifferentieerd werken om zo tegenmoet te komen aan de specifieke onderwijsbehoeften van elk kind. Je leert hierbij de verschillende partijen (ouders, zorgbegeleiders en leerlingen zelf) te betrekken.

Leren met oudere kinderen

(3 studiepunten)

In dit opleidingsonderdeel bekijken we welke kenmerken op vlak van lichamelijke, emotionele, cognitieve ontwikkeling eigen zijn aan het oudere kind. Als leerkracht lager onderwijs streven we een vloeiende overgang van het basisonderwijs naar het secundair onderwijs na. Tijdens de lessen maken jullie daarom kennis met specifieke werkvormen en didactische materialen die de leer- en ontwikkelingsprocessen van deze kinderen kunnen ondersteunen. 

Buurt en buitenleren

(3 studiepunten)

We zetten de directe omgeving van de klas en de school in om de kinderen uit te dagen tot leren. We maken hiervoor gretig gebruik van de reële context die de buurt te bieden heeft, dit sluit immers aan op de echte leefwereld van de kinderen. Hoe zetten we de kinderen aan tot vaardigheden als probleemoplossend denken, creativiteit en samenwerking?  Hoe kan je als leerkracht kansen zien én grijpen om ook wiskunde, taal, wereldoriëntatie, muzische vorming en beweging te integreren in je buitenonderwijs? We zoeken naar kleine kansen om regelmatig en doelgericht naar buiten te trekken!

Geïntegreerd leren

(3 studiepunten)

We vertrekken van de wereld rondom ons en maken de leerstof ‘levensecht’ voor de leerlingen. Hiervoor vertrekken we van de doelen, en integreren we verschillende vakken in een lessenreeks. Wereldoriëntatie, muzische vorming en media staan centraal, maar ook de ‘klassiekere’ vakken komen aan bod. We leren je op deze manier om kinderen vanuit verwondering veel nieuwe inzichten op te doen.

Vakcompetenties: kennis, didactiek en vaardigheden

13 studiepunten

Wiskunde

(5 studiepunten)

In dit opleidingsonderdeel ontdek je hoe je het wiskundig denken van de leerlingen van de lagere school kan ontwikkelen. Met de eindtermen en de leerplannen als uitgangspunt, maak je kennis met de krachtlijnen waarrond je tijdens een wiskundeles zal werken om je leerlingen de vaardigheden bij te brengen om wiskundige problemen op te lossen. Je ontdekt per ontwikkelthema van wiskunde hoe de leerlijn wordt opgebouwd, welke variatie aan wiskundige activiteiten mogelijk is, welke leermiddelen en materialen nodig zijn en welke didactische principes geschikt zijn om je les op te bouwen. Je kijkt vanuit de wiskundedidactiek naar de verschillende leerdomeinen en gaat concreet aan de slag met: logisch en wiskundig denken, getallenkennis, rekenvaardigheid, meetkunde, meten en metend rekenen.

Frans

(5 studiepunten)

In het tweede opleidingsjaar verdiep je je kennis van het Frans. De focus ligt op het bijschaven van je spreekvaardigheid, zodat je in staat bent om een aardig mondje Frans te spreken als je zelf voor de klas staat. De thema’s waar we mee aan de slag gaan, zijn gekozen op basis van de woordenschat die aan bod komt in de lagere school. Bovendien leer je om Frans op een boeiende en speelse manier aan te leren aan lagereschoolkinderen.

Rooms-katholieke godsdienst of algemene levensbeschouwelijke vorming

(3 studiepunten)

Je kiest voor Rooms–katholieke godsdienst of levensbeschouwelijke vorming

Rooms-katholieke godsdienst

Je gaat dieper in op de visie op het vak rooms-katholieke godsdienst in de basisschool en krijgt heel wat tools en didactische werkvormen – zoals bibliodrama en Godly Play – aangereikt om het levensbeschouwelijke gesprek met kinderen aan te gaan.

Levensbeschouwelijke vorming  

Je leert hoe je vanuit je eigen (geloofs-)overtuiging kinderen helpt in hun levensbeschouwelijke ontwikkeling en hoe je als niet-katholieke leraar je eigen bijdrage kan leveren aan het opvoedingsproject van een katholieke school.

Flexweek Nederlands met focus op jeugdliteratuur en begrijpend lezen

Tijdens deze verdiep je je in dit in de hedendaagse jeugdliteratuur en leer je hoe je jeugdliteratuur kan inzetten in zowel talige als niet-talige lessen.

We eindigen de week met een heus boekenfeest.

Onderzoeksvaardigheden

(4 studiepunten)

In dit opleidingsonderdeel leer je hoe je een praktijkprobleem aan de hand van praktijkonderzoek kan aanpakken. Hoe formuleer je een helder onderzoeksdoel en gerichte onderzoeksvraag? Hoe bouw je een degelijk onderzoeksplan op? Daarnaast bekijken we met een kritische blik literatuur en bestaande praktijkonderzoeken. Dit alles bereidt je voor op de bachelorproef, het sluitstuk van je opleiding in het laatste opleidingsjaar.

Focus verbreden

10 studiepunten

Focus op persoon

(3 studiepunten)

In Focus op persoon 2 zetten we jou als persoon maar ook als leerkracht centraal. Vanuit je eigen functioneren op vlak van o.a. groepsdynamica, communicatie en weerbaarheid leggen we nu de link naar wie jij bent als leerkracht. Hoe kan je kinderen begeleiden in het sociaal vaardiger worden, in het weerbaar worden? Hoe ga je om met de groepsdynamiek in je klas? Wat kan jij betekenen voor de kinderen om hen te helpen groeien als persoon? Je staat stil bij je eigen handelen en dat van medestudenten en denkt na hoe je jezelf kan bijsturen om leerlingen sterker te kunnen begeleiden. 

Focus op de stad

(3 studiepunt)

De context van de (groot)stad biedt kansen en uitdagingen voor het onderwijs. Je verkent de bruisende realiteit van de (groot)stad en legt de transfer naar je rol als leerkracht. Je benut de talrijke mogelijkheden als bron van vernieuwing en speelt in op de aanwezigheid van talige en culturele verschillen. Je wendt de superdiversiteit die eigen is aan de (groot)stad aan om je onderwijspraktijk te versterken.

Derde jaar

Praktijk

27 studiepunten

Stage 1ste leerjaar en 3de kleuterklas in co-teaching en individueel

Stage bestaat uit 2 grote delen. In het eerste deel ligt de nadruk op de overgang tussen kleuterschool en lagere school. Je gaat 2 weken in co-teaching met een medestudent, één week in de derde kleuterklas en één week in het eerste leerjaar. Daarna volgt nog een week individuele stage: studenten PBKO in de derde kleuterklas, studenten PBLO in het eerste leerjaar.

Alternatieve stageweek

De alternatieve stage geef je, in samenspraak met je leertrajectbegeleider, zelf vorm: in functie van je bachelorproef, eigen interesses (methodeschool, zorg, GON, …), of om de nodige competenties te verwerven in de derde kleuterklas of het eerste leerjaar als de eerste stage minder vlot verliep.

Zelfstandige stage

Het tweede luik van de stage is de zelfstandige eindstage. Gedurende 6 weken neem je zelfstandig de klas over. Deze stage bereidt je voor op de overstap naar het werkveld.

Flexweek: muzisch werken, EHBO, leerstoornissen, aan het werk

Flexweek muzische vorming bij het oudere kind

We laten ons een hele week onderdompelen in de muzische wereld en focussen daarbij op muzische vorming van het jonge kind.

Flexweek leerstoornissen bij het oudere kind

Hoe ga je om met leer- en ontwikkelingsmoeilijkheden bij kinderen? Hoe stimuleer je ontwikkeling in specifieke domeinen?

Flexweek EHBO

We gaan dieper in op de verzorging van allerlei kleine (en ook minder kleine) ongevalletjes. Als je slaagt voor het examen kan je bovendien de trotse bezitter worden van de brevetten 'eerste hulp' en 'helper'.

Flexweek aan het werk

Tijdens deze week blikken we vooruit naar jullie ‘instap’ in de job. We verwerven vaardigheden om te solliciteren en hebben het over de beruchte ‘praktijkschok’. Daarnaast krijgen jullie alle informatie die nodig is om vlot te kunnen starten als leerkracht.

Alternatief: internationaal programma

In je laatste jaar kan je er voor kiezen om naar het buitenland te gaan, voor 3 maanden (20 studiepunten) of 5 maanden (30 studiepunten).

Je gaat studeren aan een Europese partner-hogeschool als Erasmus-student of je doet een zuidstage in een derdewereldland. Je ontwikkelt je interculturele competenties en wordt deel van een internationale community, je verlegt je eigen grenzen en draagt bij aan de opbouw van een gemeenschap. Je bent verantwoordelijk voor een vlot verloop en organisatie van je buitenlands traject en wordt daarbij ondersteund door het Anker Internationalisering van de opleiding

Krachtige leeromgeving

20 studiepunten

Vloeiend van drie naar één

(4 studiepunten)

We streven een vloeiende overgang na van de derde kleuterklas naar het eerste leerjaar. Dit doen we zowel op pedagogisch-didactisch, als op organisatorisch vlak. We onderzoeken de eigenheid van 5-6-jarige kinderen. Je verwerft inzichten en vaardigheden in de methodieken van ontluikend en aanvankelijk lezen en schrijven, ontluikend en aanvankelijk rekenen en school(on)rijpheid. Tijdens de workshops maken jullie kennis met specifieke werkvormen en didactische materialen die de leerprocessen kunnen ondersteunen

Zorg

(4 studiepunten)

Hoe ga je om met leer- en ontwikkelingsmoeilijkheden bij kinderen? Hoe vang je hen op bij verlies of verdriet? Je verkent heel wat mogelijkheden om in te gaan op extra zorgvragen van kleuters en leerlingen. Uiteraard staan we ook stil bij samenwerking met collega’s, ouders en externen in functie van de zorgvraag van een kind.

 

Bacherlorproef

(6 studiepunten)

Je bachelorproef is samen met je eindstage de afronding van jouw opleiding tot leerkracht. Je vertrekt vanuit een zelfgekozen praktijkprobleem en werkt individueel een onderzoekstraject uit. Hierbij komen de onderzoekende houding en de onderzoeksvaardigheden uit het eerste en tweede jaar goed van pas. Je gebruikt de besluiten van je onderzoek om een innovatief didactisch of pedagogisch product uit te werken waarmee je in de praktijk aan de slag kan. Een ideale kans om je kunnen te tonen aan het werkveld. Dit opleidingsonderdeel is het sluitstuk van de leerlijn onderzoeksvaardigheden/de onderzoekende leraar.

Keuzetraject

(6 studiepunten)

In het derde jaar ligt de klemtoon op 'zelfsturing door de student'. Dit betekent dat het aan jou is om te bepalen welke competenties je extra wil verbreden en verdiepen. Om deze competenties voor jezelf scherp te krijgen, sta je stil bij jouw interesses en bij de vele ervaringen die je hebt opgedaan tijdens je praktijk.

Je kiest voor 6 studiepunten 2 keuzetrajecten:

  • createch
  • religieuze diversiteit in Antwerpen
  • filosoferen met kinderen en jongeren
  • STE
  • zorg voor jezelf
  • ontwikkelingsbedreigde kinderen
  • kindertheater maken
  • animatie en multimedia met kinderen
  • stof en co
  • een trektocht door Lapland
  • proeven van de praktijk in het buitengewoon onderwijs of in een methodeschool
  • boekenfestival
  • taalinitiatie
  • ten oorlog!
  • ...

Vakcompetenties: kennis, didactiek en vaardigheden

7 studiepunten

De basisschool

(4 studiepunten)

De ontwikkeling en begeleiding van kinderen (van 2,5 tot 12 jaar) is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van leerkrachten basisonderwijs. Een gezamenlijke aanpak op diverse domeinen (bv. taalbeleid, evaluatie, gezondheidsbeleid, communicatie, participatie, omgaan met diversiteit en kansarmoede,… etc.) is dan ook erg belangrijk. In dit OLOD onderzoeken we op welke manier een school een effectief beleid kan voeren in functie van deze basisschoolgedachte.Daarnaast verdiepen we ons in het opvoedingsconcept van de katholieke dialoogschool.

Visies op onderwijs

(3 studiepunten)

We verdiepen ons in verscheidene (alternatieve) visies op onderwijs en bekijken hoe onze persoonlijke visie op goed onderwijs zich hiertegenover verhoudt. Misschien wijzigt onze persoonlijke visie wel door de inspiratie die dit OLOD ons biedt.

Focus verbreden

6 studiepunten

Maatschappelijk engagement

(3 studiepunten)

In dit vak verruimen we ons maatschappelijk bewustzijn en versterken we onze burgerzin. Dit doen we door effectief maatschappelijk engagement op te nemen in uiteenlopende sectoren. In dit engagement oefenen we onze leiderschaps-, communicatie en teamwerkvaardigheden en –attitudes.

Interprofessioneel samenwerken in educatie

(3 studiepunten)

De toenemende noden van kinderen en jongeren, de veranderingen in het onderwijs en de toenemende complexiteit in onze maatschappij, verhogen de druk op leerkrachten en op andere professionals betrokken bij opvoeding en onderwijs.

In het opleidingsonderdeel ‘Interprofessioneel samenwerken in Educatie’ word je een week lang ondergedompeld in de sfeer, cultuur en dialoog van interprofessioneel samenwerken. Zo werk je bijvoorbeeld samen met collega-studenten uit de opleiding Pedagogie van het Jonge Kind of Orthopedagogie.

Kijk over de grenzen van je eigen vakgebied heen en ervaar dat we het fundament van onze beroepsidentiteit delen: het kind, de jongere centraal stellen!

Studiepunten drukken de studieomvang van elk vak uit: één studiepunt stemt overeen met 25 à 30 uren studie. Gemiddeld heb je 22 contacturen per week. (Een contactuur is een uur dat je op de campus met het opleidingsonderdeel bezig bent.)

Deze lessentabellen zijn ter informatie voor studiekiezers. Om ze overzichtelijk en leesbaar te houden, hebben we sommige vakken gebundeld en benamingen gewijzigd. Ze kunnen afwijken van de actuele lessentabellen en vormen geen rechtsgrond.