
Je houdt van intens contact met mensen en haalt er voldoening uit om anderen te helpen. In de opleiding Orthopedagogie leer je ontwikkelingskansen van anderen te verbeteren en als gespecialiseerde opvoeder-begeleider ben je in staat om in te grijpen bij zeer complexe problematische opvoedingssituaties.
Tijdens de eerste twee jaar van je opleiding leer je als opvoeder-begeleider meedraaien in het werkveld.
In het laatste jaar kan je de afstudeerrichting 'Orthopedagogie' kiezen (naast de afstudeerrichting 'Toegepaste Jeugdcriminologie').
Katrien Verlinden is opleidingshoofd van de professionele bachelor in de Orthopedagogie.
De sociale sector heeft gemotiveerde professionals als jij nodig. Als opvoeder-begeleider kan je immers het verschil maken voor dat kind dat thuis niet meer terecht kan, die man die omwille van zijn beperking ondersteuning nodig heeft bij het zelfstandig wonen of dat gezin dat nood heeft aan opvoedingsondersteuning.
Je werkt in een team en samen gaan jullie op zoek naar de beste begeleidingsvorm voor elke cliënt.
Met je diploma kan je aan de slag in:
De vele mogelijke werkvormen en doelgroepen geven je de nodige afwisseling om geboeid en geëngageerd te blijven.
| studiepunten * | |
| Conceptuele lijn | |
| Biomedische kaders | 6 |
| Ontwikkelingspsychologie | 6 |
| Sociale psychologie | 3 |
| Pedagogie | 3 |
| Orthopedische denkkaders | 3 |
| Orthopedische doelgroepen | 6 |
| Sociologie | 3 |
| Recht | 3 |
| Multiculturele samenleving | 3 |
| Filosofie | 3 |
| Vaardigheidslijn | |
| Beroepshouding | 6 |
| Integrale lijn | |
| Observatie | 3 |
| Communicatie | 3 |
| Groepswerk | 3 |
| Praktijklijn | |
| Stage | 14 |
| Conceptuele lijn | |
| Verklarings- en hulpverleningsmodellen | 5 |
| Psychopathologie | 5 |
| Jeugdrecht | 3 |
| Criminologie | 3 |
| Transculturele hulpverleningsmodellen | 3 |
| Crisis en trauma | 3 |
| Religie, zingeving en levensbeschouwing | 3 |
| Vaardigheidslijn | |
| Creatieve agogische technieken | 3 |
| Gesprekstechnieken | 3 |
| Integrale lijn | |
| Beroepsgericht schrijven | 3 |
| Biomedische thema's | 3 |
| Orthopedagogische thema's | 3 |
| Agressie ** | 3 |
| Gezinsgericht werken ** | 3 |
| Praktijklijn | |
| Stage | 26 |
| Conceptuele lijn | |
| Ethisch / juridische dilemma's bij personen met een beperking | 3 |
| Bijzondere projecten en thema's | 3 |
| Vaardigheidslijn | |
| Vergadertechnieken en internationale reis | 3 |
| Transculturele communicatie | 3 |
| Ethiek en deontologie | 3 |
| Doelgroepgerichte activiteitenbegeleiding | 3 |
| Integrale lijn | |
| Orthopedagogische thema's | 3 |
| Orthopedagogische methodieken 1 | 3 |
| Keuzevak: | 3 |
| - Orthopedagogische methodieken 2 | |
| - Psychische problematieken bij personen met een beperking | |
| Integratief project | 4 |
* In de tweede kolom vind je het aantal studiepunten. Die drukken de studieomvang van elk vak uit: één studiepunt stemt overeen met 25 à 30 uren studie.
** Keuze Orthopedagogie of Toegepaste Jeugdcriminologie.
Gemiddeld heb je 20 contacturen per week. (Een contactuur is een uur dat je op de campus met het opleidingsonderdeel bezig bent.)
Dit is de lessentabel van het lopende academiejaar 2011-2012. Wijzigingen zijn nog mogelijk.
De eerste 2 jaren zijn gemeenschappelijk voor alle studenten in de bacheloropleiding Orthopedagogie. Je hebt immers nood aan een brede en stevige basis en kennis van het ruime werkveld. Die bouw je op door een optimale mix van theorie en praktijk.
Je komt al meteen terecht in een leergroep van 18 studenten. Daar leer je het beroep en de verschillende doelgroepen kennen. Je legt er de basis voor je toekomstige beroepshouding. De hoorcolleges nemen je mee in de wereld van theoretische denkkaders die je als toekomstig gespecialiseerd opvoeder-begeleider niet kan missen. In klasgroepen van ongeveer 30 studenten wordt theorie vertaald naar concrete gevalsstudies en oefeningen.
In het 3de jaar kies je een afstudeerrichting: Toegepaste Jeugdcriminologie of Orthopedagogie. Orthopedagogie leidt je naar complexere begeleidingsvraagstukken, terwijl Toegepaste Jeugdcriminologie toelaat je te verdiepen in gedragsproblematiek bij jongeren van 12 tot 25 jaar. Tijdens het tweede jaar krijg je de kans om via keuzevakken kennis te maken met beide afstudeerrichtingen. Op die manier kun je de juiste keuze maken.
Je docenten en studiebegeleiders sturen je vooral bij de start. Gaandeweg neem je zelf steeds meer verantwoordelijkheid op.
Tijdens je stages staan je mentor en je stagebegeleider voor je klaar. Na 24 weken stage ben je er helemaal klaar voor: je gaat je eerste job tegemoet!
1 academiejaar = 4 perioden
1 periode = 6 weken, telkens afgesloten met 2 weken evaluatieperiode
Voordelen? Spreiding van de studielast, versterking van de planningsvaardigheden, duidelijke afbakening van de leerstof en snelle feedback.
Dit zijn de vakbeschrijvingen van het lopend academiejaar 2011-2012. Binnenkort vind je hier de vakbeschrijvingen die overeenkomen met de lessentabel. |
Activiteitenbegeleiding (expressieweek)
Je dompelt je vier dagen onder in een bad van creatieve en expressieve werkvormen. Zo leer je hoe je beeld, muziek, drama en dans gebruikt in je latere beroepsleven.
Activiteitenbegeleiding (training)
Je leert het belang van verschillende bewegingsactiviteiten kennen. Je gaat op zoek naar de meest geschikte activiteiten voor je doelstelling en doelgroep, en ontdekt hoe je die activiteiten van start tot finish in de hand houdt.
Beheer en beleid
Je bekijkt je rol als opvoeder vanuit een breder perspectief. Hoe kadert jouw taak in het algemene beleid van de organisatie? En van de overheid? Welke beleidslijnen begrenzen jouw vrijheid?
Beroepsidentiteit
Je kijkt naar je latere rol als opvoeder/begeleider. In welke structuur kom je terecht? Welke mogelijkheden en middelen heb je om een verschil te maken? Welke taak heb je, en welke niet?
Beroepspraktijk
Je oefent op je vaardigheden als sociaal werker: observatie, communicatie, groepsdynamica, schriftelijke vaardigheden, ...
Communicatie en groepsdynamica
Je bestudeert het fenomeen communicatie en leert er oordeelkundig mee omgaan. Je ontdekt ook het belang, de voordelen en de valkuilen van groepsdynamiek.
Criminologie
Je kijkt naar het begrip veiligheid door een criminologische bril. Je gaat op zoek naar de oorzaken van crimineel gedrag en zoomt in op slachtoffers én daders. Je krijgt ook inzicht in strafrecht, detentie en herstelrecht.
Gesprekstechnieken
Je leert hoe je een degelijk en constructief gesprek voert. Je ontdekt het belang van actief luisteren, vragen stellen, parafraseren en samenvatten. Je leert ook hoe je slecht nieuws het best brengt.
Handelingsplanning
Hoe werk je met personen die een auditieve, motorische of visuele handicap hebben? Hoe begeleid je ouderen die kampen met dementie?
Integratief project
Je ontwikkelt een product op vraag van een organisatie uit het werkveld. Dat doe je met een gefundeerde literatuurstudie.
Interculturele competenties (orthopedagogie)
Je geraakt vertrouwd met de complexiteit van interculturele relaties. Je bestudeert de kwetsbaarheid van personen met een handicap en ontdekt methodische werkvormen om daarmee om te gaan.
Juridische kaders (jeugdrecht)
Je bekijkt de bijzondere jeugdbijstand en -bescherming vanuit een juridische invalshoek. Je leert de regels en het beleid kennen, en onderzoekt de rechtspositie van de minderjarige, en je eigen beroepsgeheim.
Juridische kaders (wetgeving voor personen met een handicap)
Je kijkt naar de rechtspositie van mensen met een handicap. Mogen ze huwen? Kunnen ze alleen wonen? Wie beslist over hun opname? Je vraagt je altijd af wat die regels in de praktijk betekenen.
Neurologie en psychomotoriek
Je kijkt naar de menselijke ontwikkeling vanuit biologisch standpunt: hoe werkt het centrale zenuwstelsel, welke rol spelen onze zintuigen, hoe verloopt psychomotorische ontwikkeling?
Observatie en groepswerk
Je oefent op rolverdeling en leiderschap tijdens groepswerken, en past je kennis en vaardigheden toe in observatieoefeningen.
Observatie en schrijven (observatie)
Je leert aandachtig kijken en ontwikkelt een oog voor belangrijke details. Die leer je interpreteren en neerschrijven in een observatierapport. Je volgt daarbij een reeks orthopedagogische observatiemethoden.
Observatie en schrijven (schrijven)
Je leert lezersgericht schrijven met zorgvuldig opgebouwde en gestructureerde teksten – uiteraard zonder fouten. Je leert ook modern, zakelijk en efficiënt communiceren.
Orthopedagogiek
Je bestudeert verschillende orthopedagogische theorieën, benaderingswijzen en systemen. Vanuit die brede basis beoordeel je ook moderne trends.
Pedagogiek
Je maakt kennis met het sociaalecologische systeemmodel van Bronfenbrenner en Rink. Je bestudeert verschillende visies op opvoeding en kijkt naar hun toepasbaarheid in de samenleving van vandaag.
Personen met een mentale handicap
Welke noden hebben personen met een mentale handicap? Hoe speel je erop in als opvoeder/begeleider? En wat zijn de actuele ontwikkelingen in dat vakgebied?
Personen met pervasieve stoornis
Hoe ga je om met een kind of volwassene met autismespectrumstoornis? Hoe pas je de omgeving optimaal aan? Hoe communiceer je met hen? En hoe ga je om met probleemgedrag?
Personen met psychosociale problemen
Je leert hoe je hulp biedt aan gezinnen die met armoede of met een problematische opvoedingssituatie kampen. Je ontdekt hoe je omgaat met kindermishandeling en met kinderen van wie de ouders psychiatrisch gestoord zijn.
Psychische problemen bij personen met een handicap
Je bestudeert de mens vanuit een holistisch perspectief en brengt zo zijn levensverhaal in kaart. Je bestudeert gehechtheidsproblemen en werpt een blik op gedragstherapie bij personen met een handicap en gedragsstoornissen.
Psychologie (leerpsychologie)
Je onderzoekt hoe mensen kennis en vaardigheden verwerven. Begrippen als klassieke en operante conditionering, en cognitief leren zijn daarbij heel belangrijk.
Psychologie (ontwikkelingspsychologie)
Je bestudeert hoe taal zich bij mensen ontwikkelt en hoe we sociaal en moreel gedrag aanleren. Je kijkt ook naar kennisvergaring, emotionele groei en de verwerving van moraliteit.
Psychopathologie
Je bestudeert veelvoorkomende psychische stoornissen en symptomen. Je onderzoekt ook de gepaste behandeling ervan en ontdekt welke rol jij in die behandeling speelt.
Recht
Hoe ziet het Belgische rechtssysteem eruit? Welke rechtbanken en hoven zijn bevoegd? Welke rechten en plichten hebben burgers in ons land? En hoe veranderen die na een huwelijk of een geboorte?
RZL
Je bestudeert het begrip religie als taalkundig en sociologisch fenomeen. Je zoomt in op de relaties en verschillen tussen westerse en oosterse religies en kijkt naar een reeks actuele thema’s, zoals racisme en multiculturaliteit.
Sociologie
Je bekijkt de sociologische theorieën, modellen en stromingen door de praktische bril van je latere beroep als sociaal werker.
Stage (2de jaar)
Je loopt acht weken mee in een orthopedagogische organisatie. Daar oefen je op je vaardigheden en maak je kennis met het opvoedersleven in de praktijk.
Stage (3de jaar)
Tijdens het laatste jaar verdubbelt die periode. Je taken en verantwoordelijkheden op de werkvloer nemen dan uiteraard ook toe.
Stage Ortho
Je loopt acht weken mee in een orthopedagogische organisatie. Daar oefen je op je vaardigheden en maak je kennis met het opvoedersleven in de praktijk. Tijdens het laatste jaar verdubbelt die periode. Je taken en verantwoordelijkheden op de werkvloer nemen dan uiteraard ook toe.
Strafrecht
Hoe verloopt een strafonderzoek? En welke elementen zijn essentieel in de juridische procedure die erop volgt? Je kijkt ook naar de rechtspositie van beklaagden en slachtoffers.
Training van beroepsgerichte-activiteitenbegeleiding
Je leert beroepsgerichte activiteiten inplannen op basis van vooraf geformuleerde doelstellingen. Je voert de activiteiten ook uit en begeleidt ze van a tot z.
Vergaderen, organiseren, studiereis
Je gaat op reis en krijgt zo een bredere kijk op je beroepsomgeving. Je leert ook efficiënt vergaderen en ontdekt hoe je de kernpunten uit een vergadering distilleert.
Verklarings- en hulpverleningsmodellen
Je bekijkt hoe jij als opvoeder hulp kunt bieden en op welke manier je dat het best doet. Je bestudeert hulpverleningsmodellen o.a. vanuit een gedragsmatige, gedragsbiologische, sociologische en ervaringsgerichte invalshoek.
Verzorgingstechnieken
Je leert verbanden aanleggen en wonden verzorgen. Je krijgt de basistechnieken voor reanimatie onder de knie en leert je uit de slag trekken in eerstehulpsituaties.
Werken met materialen
Je maakt kennis met verschillende materialen tijdens oefeningen met klei, papier, verf, … Je ontwerpt je eigen creaties en onderzoekt hoe ze een rol spelen in de communicatie met je doelgroep.
Werkveld
Je maakt kennis met de basisbegrippen in het welzijnsbeleid en de welzijnszorg. Je ontdekt met welke instanties je later als opvoeder of begeleider in contact komt.
Wetenschappelijk schrijven
Je analyseert bronnenmateriaal uit de bibliotheek en gebruikt het in wetenschappelijke teksten over je vakgebied. Zo bereid je je voor op je eindwerk.
Woord en beweging
Je leert je stem expressief en speels gebruiken. Geleidelijk aan maak je ook de stap naar beweging en zet je een voorstelling op poten. Aan het eind van de cursus presenteer je die aan een externe organisatie.
Zorgverbreding in het onderwijs
Hoe gaan gewone scholen om met bijv. opvoedingsproblemen, spijbelen, taalachterstand, gedragsproblemen, kansarme gezinnen? Je ontdekt welke middelen de scholen ter beschikking hebben.
“Elke dag reed een busje langs met jongeren met een licht mentale handicap. Altijd weer werd ik goed gezind van het enthousiasme waarmee ze hevig naar me zwaaiden.
Op een dag zag ik ze samen met hun begeleidster inkopen doen in het warenhuis. Ze gingen die dag als activiteit zelf hun maaltijd bereiden. Vanaf dat moment wist ik dat dit soort werk iets voor mij zou kunnen zijn.
Intussen werk ik zelf met volwassenen met een erfelijke spierziekte. Met zo’n stoornis word je helaas niet ouder dan 30 jaar.
Toch ken ik weinig werkplekken waar de sfeer zo optimistisch is.
Elke dag is voor mij een nieuwe uitdaging.
Uit de reacties van mijn cliënten leid ik af dat ik en mijn collega opvoeders-begeleiders goed bezig zijn!”
Oud-studente Lien Leemans
16 is een magisch getal in dit departement. Het staat voor het aantal studenten waarmee je in groep een training volgt.

In de leergroep bijvoorbeeld waar je vaardigheden traint en inzichten opdoet onder begeleiding van één vaste docent. Tijdens de leergroep leer je jezelf en het werkveld kennen. Beroepsidentiteit en beroepspraktijk staan er centraal.

Hoe functioneer ik in een groep?

Jezelf leren kennen en tonen aan de hand van creatieve technieken.
Wat zegt dit schilderij over ons?

We veronderstellen dat je geïnteresseerd bent in wat er in de wereld gebeurt. Je weet niet alleen wat er in de wereld gebeurt. Je hebt er ook een mening over.
Als je reeds een diploma hoger onderwijs behaalde, bieden we je de mogelijkheid tot een verkort studietraject.
Download het overzicht met de verkorte studietrajecten 'Orthopedagogie'.