Specificiteit van hulpverlening aan personen van vreemde herkomst in armoede

In dit verkennend onderzoek worden professionele hulpverleners bevraagd over hun visie en ervaringen met hulpverlening aan arme gezinnen van vreemde herkomst.

 

Sociaal werkers ontmoeten steeds meer personen van vreemde herkomst die in armoede leven. Via een kwalitatief onderzoek bestudeerden we hoe sociaal werkers en hun arme cliënten van vreemde herkomst naar elkaar kijken en samenwerken.  Hoe denken hulpverleners over gekleurde armoede? Op welke manier gaan zij met arme cliënten van vreemde herkomst aan de slag? En wat zijn de verwachtingen over en ervaringen met hulpverleningsrelaties van arme cliënten van vreemde herkomst?

Uit dit onderzoek blijkt dat sociaal werkers de leefsituatie van hun cliënten vooral vanuit de culturele achtergrond verklaren. Een perspectief op sociale uitsluitingsmechanismen wordt veel minder gehanteerd. Ook in het omgaan met de cliënten is het cultuurverschil eerder dan de armoedesituatie een betekenisgevend kader.  De cliënten geven aan nood te hebben aan hulpverleners die werken aan concrete oplossingen voor hun armoedeprobleem en hen tegelijk emotionele ondersteuning bieden.  Wat nodig is, is sociaal werk dat culturele sensitiviteit combineert met een empowerende aanpak. Alleen op die manier is een effectieve armoedebestrijdende praktijk mogelijk die bijdraagt tot sociale rechtvaardigheid.

Publicaties: Boek Lannoocampus Gekleurde armoede en hulpverlening. 

Contact

kristel.driessens@kdg.be
+32 3 613 18 00

  • Duur onderzoek: januari 2008 - december 2010

  • Projectpartner: Universiteit Antwerpen

  • KdG-medewerkers: Bea Van Robaeys en Kristel Driessens.