Welzijns- en zorgwerk van sociaal-sportieve praktijken

Kansengroepen hebben minder kans op sport

Hoewel sport een van de meest democratische vrijetijdsbestedingen is (Vanhoutte, 2007), hebben kinderen en jongeren uit arme huishoudens 44% minder kans om deel te nemen aan clubgeorganiseerde sport (Vandermeerschen, 2016). Dat kansengroepen, zoals mensen in armoede (o.a. minder inkomen) en met een lager opleidingsniveau, minder kansen hebben om te sporten is helaas niets nieuws onder de zon (Theeboom e.a., 2015). Deze bevinding blijft steeds terugkomen in onderzoek (bv. Participatiesurvey, 2022).

Hybride sociaal-sportieve praktijken experimenteren en creëren kansen

Onderzoek toont aan dat kinderen en jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties (kwetsbaarheid) onder andere het belang van sociale, pedagogische en sportdidactische vaardigheden van de sportbegeleider onderstrepen (Haudenhuyse e.a., 2013). Haudenhuyse en zijn collega’s (2013) stelden dat een grondige kennis van en kritische interesse in de leefwereld van deze kinderen en jongeren fundamenteel is. Gelukkig slagen sociaal-sportieve praktijken[1] (Smets, 2019) erin om een groot aantal mensen in kwetsbaarheid op een duurzame manier te bereiken en hun sportaanbod via een leefwereldgerichte pedagogie op hen af te stemmen (Nols, 2018, 2019). Ze combineren een sportieve missie met een expliciete sociale missie. Volgens Nols (2018, 2019) verrichten deze praktijken sociaalpedagogisch basiswerk en zijn ze zowel een vorm van sociale innovatie als sociale actie binnen een sportlandschap – of op het grensgebied tussen sport en sociaal werk – dat doorgaans minder toegankelijk en bruikbaar is voor kansengroepen. Sociaal-sportieve praktijken zijn, in lijn van Smets (2019), hybride praktijken die sport combineren met verschillende vormen van sociaal werk, zoals jeugdwerk en welzijnswerk. Op die manier creëren ze kansen voor kansengroepen om te sporten, hun sporttalent te ontplooien en zichzelf verder te ontwikkelen als mens.

Sociaal-sportief welzijnswerk botst op grenzen

Omdat sociaal-sportieve praktijken aan de slag gaan met kansengroepen en mensen in kwetsbaarheid worden zij meer dan andere praktijken geconfronteerd met welzijnsnoden en -vragen van hun deelnemers. Maar het onderzoeken van sociaal-sportieve praktijken vanuit een expliciet welzijns(werk)- of zorgperspectief gebeurt nauwelijks. Hoewel onderzoek naar sociaal-sportieve praktijken (bv. Nols, 2018; Sabbe, 2019) het thema welzijn aanraakt in de marge blijft een expliciete welzijnsfocus in dit onderzoek afwezig en vertrekt het niet vanuit een welzijns(werk)- of zorgperspectief. Daarom lopen we heel wat inzichten en kennis mis.

In een recent afgerond verkennend onderzoek naar hoe kinderen en jongeren zorg beleven in de vrije tijd werkten De Visscher en Nols (2022) onder meer samen met een sociaal-sportieve praktijk. De onderzoekers concludeerden dat begeleiders hun zorgpedagogie actief dienen te faciliteren vanuit een heldere visie en waarden. Maar we weten inmiddels dat er meer nodig is dan een heldere visie en sociaalwerkonderzoek geeft aan dat generalistisch en verbindend werken rond thema’s zoals welzijn en zorg op grenzen botst. Praktijkwerkers hebben vaak te maken met een hoge ‘case load’ van cliënten (of deelnemers) met welzijnsnoden. Ondanks hun nabijheid en vangnetfunctie botsen zij op een ondersteuningsgrens. Hetzelfde blijkt het geval te zijn voor sociaal-sportieve praktijken: uit verkennende gesprekken met enkele sociaal-sportieve praktijken horen we dat ze, zonder bijkomende ondersteuning en omkadering, niet met alle welzijns- en zorgvragen van hun deelnemers aan de slag kunnen en dat er nood is aan manieren om hier meer en beter op in te zetten.

Ook het beleid experimenteert verder

Ook beleidsmatig is er in toenemende mate aandacht voor hybride (sociaal-sportieve) praktijken die ook de koppeling maken tussen beleidsdomeinen zoals sport, jeugd en welzijn. Volgens Redig (2021) zijn er hoopvolle maar nog uitzonderlijke gevallen waar een gemeentebestuur beslist om de sociale sportinitiatieven[2] te vangen in een intersectorale convenant, waar elke sector een deel in bijdraagt. Dit vraagt van deze overheid een slagkrachtige interne samenwerking. Een ander voorbeeld op stedelijk niveau is het recent opgestarte Brugfigurenproject in Antwerpen (gefinancierd vanuit het Kabinet Tom Meeuws).

Op Vlaams niveau verwijst Minister Weyts slecht summier naar welzijn in zijn Beleidsnota Sport 2019-2024 (“In het fijnmazige netwerk van meer dan 25.000 sportclubs is diversiteit welkom, kunnen welzijnsvragen opgepikt worden”). In zijn Beleidsnota Welzijn, Volksgezondheid en Armoedebestrijding verwijst (ex-)Minister Beke meermaals en expliciet naar een samenwerking met sport. Naast de nadruk op deelnamekansen en competentieverwerving in de sport in functie van inclusie onderstreept Beke de rol van sport in kader van een preventief welzijns- en gezondheidsbeleid (“We werken samen met de andere beleidsdomeinen binnen de Vlaamse overheid in het kader van preventief welzijns- en gezondheidsbeleid … Met sport nemen we initiatief naar scholen, sportclubs en werk om gezond bewegen te stimuleren.”). Al blijft dit – zoals het een beleidsnota betaamt – nog abstract en heeft Minister Crevits de bevoegdheden van Beke sinds mei 2022 overgenomen. Het is anno 2022, twee jaar voor het verstrijken van deze beleidsnota’s, benieuwd afwachten naar de concrete vertalingen van deze beleidsintenties.

Onderzoeksvoorstel sport en welzijn

Via dit verkennend onderzoek willen we de welzijns- en zorgdimensie van sociaal-sportieve praktijken die zich (onder andere) richten naar kinderen en jongeren in kwetsbaarheid meer centraal stellen.

De vraag rijst hoe zowel professionals als (jonge) vrijwilligers van specifieke sociaal-sportieve praktijken aan de slag rond welzijnsnoden en -vragen van hun (jonge) deelnemers, op welke (peer)ondersteuningsgrenzen ze botsen en – indien mogelijk binnen het tijdsbestek van dit verkennend onderzoek – wat zij nodig hebben om enerzijds meer ruimte te creëren voor welzijnsvragen en anderzijds vanuit (of binnen) de eigen praktijk verbinding te maken met lokale, ondersteunende welzijnsactoren.

We willen deze vragen onderzoeken vanuit een welzijns(werk)- en zorgperspectief. We willen ook verkennen hoe deze kinderen, jongeren en begeleiders de noties van ‘welzijn’ en ‘zorg’ zelf invullen. Uiteraard houden we in de marge rekening met het verkennen van beleidsmatige en bestuurlijke vraagstukken wanneer het gaat over sociaal-sportieve praktijken en hoe we ze best ondersteunen.

Methodologie

Om de bovenstaande onderzoeksvraag te beantwoorden maken we gebruiken van een kwalitatief onderzoeksopzet.

We willen samenwerken met een aantal specifieke sociaal-sportieve praktijken in Vlaanderen en Brussel  die expliciet aandacht geven aan het welzijn van en de zorg voor hun (jonge) deelnemers.

We willen in gesprek gaan met de trekkers/coaches van deze praktijken over hoe zij rond welzijn en zorg aan de slag gaan en waar ze op botsen. Dit doen we aan de hand van face-to-face diepte-interviews.

Daarnaast willen we in gesprek gaan met de (jonge) deelnemers zelf over hoe zij naar ‘welzijn’ en ‘zorg’ kijken, wat dit voor hen betekent en hoe zij welzijn en zorg ervaren binnen de praktijken. Dit doen we aan de hand van interviews maar we willen ook gebruik maken van creatievere onderzoeksmethodes die voor jonge deelnemers informeler en plezieriger zijn.

Tot slot willen we (lokale) beleidsmedewerkers en -makers van sport, welzijn/sociale zaken, jeugd, gelijke kansen, … spreken over dit soort sociaal werk. Dit doen we aan de hand van interviews of een focusgroep.

Partners

Op korte termijn hebben we voor dit kwalitatief, verkennend onderzoek een financiering tot 31 augustus 2022 (eigen middelen).

Op middellange termijn zoeken we partners uit verschillende beleidsdomeinen om de verworven inzichten mee te valoriseren naar en met een breder publiek zoals sociaal werkers (jeugdwerkers), coaches en trainers en andere relevante (brug)figuren op lokaal en bovenlokaal niveau. We denken aan gevulgariseerde bijdragen in tijdschriften zoals sociaal.net, Welwijs en VIEWZ en interactieve vormingen op studiemomenten en congressen.

Op lange termijn staan we open voor partners uit verschillende beleidsdomeinen die samen met ons verder willen nadenken over de brug tussen sport en welzijn. De verworven inzichten en kennis kunnen op verschillende manieren verder worden verdiept en toegepast.

Daarnaast staan we open voor partners die mee onderzoeks- en/of praktijkfinanciering willen binnenhalen. We denken dan aan middelen op stedelijk/gemeentelijk, Vlaams, federaal en ook Europees niveau. We denken concreet aan de volgende thema’s vanuit een sociaalwerkperspectief:

  • Sociaal-sportief (welzijns)werk
  • Sport en (mentaal) welzijn
  • Intersectoraal/interprofessioneel samenwerken rond sport en welzijn
  • Sport en sociale dienstverlening
  • Sport en jeugdhulp
  • Sport, diversiteit en inclusie (bv. mensen in armoede, mensen met een etnisch-diverse achtergrond)
  • Impactevaluatie van sociaal-sportieve praktijken

Literatuurlijst

Vanhoutte, B. (2007). Doe je mee? Jongeren en participatie aan het verenigingsleven. In N. Vettenburg, M. Elchardus & L. Walgrave (red.). Jongeren in cijfers en letters. Bevindingen uit de JOP-monitor 1 (pp. 175-187). Leuven: Lannoo.

Vandermeerschen, H. (2016). Being poor, being benched? Sports participation and opportunities for people in poverty: in search of an inclusive policy. Leuven: KU Leuven.

Theeboom, M., Nols, Z., Derom, I., De Bosscher, V., De Martelaer, K., Willem, A. & Scheerder, J. (2015). Sportparticipatie in Vlaanderen: sociale uitsluiting van kansengroepen. In: J. Lievens, J. Siongers & H. Waege (red.). Participatie in Vlaanderen: Eerste analyses van de Participatiesurvey 2015 (Vol. 2) (pp. 333-359). Leuven: Acco.

Participatiesurvey (2022). Webtool participatiesurvey 2020-2022. Via https://www.participatiesurvey.be/.

Haudenhuyse, R., Nols, Z., Theeboom, M. & Coussée, F. (2013). Wij sporten mee! Verkennend onderzoek naar de rol van sportclubs in het leven van maatschappelijk kwetsbare jongeren. Brussel: Demos vzw.

Smets, P. (2019). Sociaal-sportieve praktijken. Beleidspraktijken van onderuit in het stedelijke sportlandschap. Doctoraatsthesis, Vrije Universiteit Brussel.

Nols, Z. (2018). Social change through sport for development initiatives. A critical pedagogical perspective. Brussels: VUBPress.

Nols, Z. (2019). Sport voor jongeren in armoede: naar een leefwereldgerichte sociaal-sportieve praktijk. Coene, J., Raeymaeckers, P., Hubeau, B., Marchal, S., Remmen, R. & Van Haarlem, A. (red.) (2019). Armoede en Sociale Uitsluiting. Jaarboek 2019. Leuven: Acco.

Sabbe, S. (2019). Community sport and social cohesion: a social work perspective. Ghent: Ghent University.

De Visscher, K. en Nols, Z. (2022). Samen Zorgen Voor Morgen. Antwerpen: KdG Research.

Redig, G. (2021). Sportief én sociaal een school koppel. Eindrapport van een (voor)onderzoek naar sociale sportinitiatieven in Vlaanderen en Brussel. Brussel: Demos vzw.

Weyts, B. (2019). Beleidsnota sport 2019-2024. Brussel: Vlaamse Regering.

Beke, W. (2019). Beleidsnota welzijn 2019-2024. Brussel: Vlaamse Regering.

 

[1] De term ‘sociaal-sportieve praktijken’ huist allerlei conceptualiseringen zoals sport-plus, plus-sport, buurtsport, enzovoort.

[2] Dit is een iets bredere conceptualisering dan sociaal-sportieve praktijken.

Contact

zeno.nols@kdg.be

+32 3 502 29 46

  • Financiering: PWO

  • Duur onderzoek: 01/09/2022 - 31/08/2023

  • Onderzoekscentrum: Sociale Inclusie

  • Betrokken opleiding: Sociaal Werk

  • Projectpartners: samenwerking met een aantal sociaal-sportieve praktijken in Vlaanderen en Brussel.

Meer weten, samenwerken of een persvraag?

Je kan bij ons onderzoekscentrum Sociale Inclusie onder meer terecht voor:

  • Omgevingsanalyses, empowermentmeting of wetenschappelijke ondersteuning op maat.
  • Vragen vanuit de zorg, hulpverlening en samenlevingsopbouw.
  • Bind-Kracht.

Contacteer ons vrijblijvend