In verschillende opleidingen leeft de vraag of de beginassessments, waar veel tijd en moeite in kruipen, wel zinvol zijn. In 2014-2015 startte KdG een onderzoek naar de effectiviteit hiervan. Verbetert werken met beginassessments de doorstroom van studenten?
- Contact: bart.duriez@kdg.be, Dienst Onderwijsontwikkeling
- Duur onderzoek: 1 september 2014 - 31 augustus 2016
- Onderzoekscentrum Hoger Onderwijs
- Financiering: KdG
In verschillende opleidingen leeft de vraag of de beginassessments, waar veel tijd en moeite in kruipen, wel effectief zijn. In 2014-2015 startte KdG een onderzoek naar de effectiviteit hiervan.
- Verbeteren beginassessments de score van studenten?
- Hebben ze een positief effect op studentkenmerken die belangrijk zijn voor studiesucces?
- Zorgen ze ervoor dat studenten een leertraject volgen?
Om deze te beantwoorden, werden drie opleidingen geselecteerd. Voor elk van deze opleidingen werd een experimenteel design uitgewerkt en werd er rekening gehouden met achtergrond- en studentkenmerken.
- In Studie 1 werd de effectiviteit nagegaan van het beginassessment bij het deelopleidingsonderdeel Business English 1 binnen Bedrijfsmanagement (N = 483).
- In Studie 2 werd de effectiviteit van een LEMO-afname nagegaan in een context waar geen inhoudelijke beginassessments gehouden werden (i.e., binnen Industriële Wetenschappen en Technologie; N = 446).
- In Studie 3 werd de effectiviteit van een LEMO-afname nagegaan in een context waar wel inhoudelijke beginassessments gehouden werden (i.e., binnen de richting Professionele Bachelor in het Lager Onderwijs, N = 220).
Deze studies tonen aan dat de beginassessments hun doel niet bereiken. Noch het inhoudelijk beginassessment uit Studie 1 noch de LEMO-afnames uit Studie 2 en 3 droegen bij aan studiesucces. Ze hielpen studenten ook niet in hun psychosociale ontwikkeling en zorgden er evenmin voor dat studenten gebruik maakten van de aangeboden leertrajecten.
Bovendien bleken de effecten van de gemeten studentkenmerken op studiesucces beperkt (enkel veranderingen in zelfeffectiviteit zijn potentieel belangrijk) en bleken de leertrajecten over het algemeen weinig effectief. In de discussie wordt stil gestaan bij de vraag hoe het komt dat de beginassessments geen effect hadden, en proberen we de vraag te beantwoorden of beginassessments niet alsnog zinvol ingezet kunnen worden.
Tot slot stellen we de vraag of er alternatieve interventies voorhanden zijn om studiesucces te verhogen.
Karel de Grote Hogeschool