Binnenklasdifferentiatie in de praktijk

In dit praktijkgericht onderzoek gaan we na hoe we leraars die in de praktijk staan, en leraars in opleiding kunnen helpen bij het realiseren van binnenklasdifferentiatie. Dit omdat we een grote kloof vaststellen tussen wat het onderwijsbeleid van ons vraagt, en de realiteit in de klas. We gaan na wat het voor leraars kan mogelijk maken om toch onderwijs op maat te bieden. Daarvoor bieden we een stuk inhoudelijke en praktische ondersteuning vanuit de Karel de Grote hogeschool. 

Tijdens het onderzoek vertrekken we zoveel mogelijk vanuit concrete vraagstellingen uit de praktijk:

  • Wat doe ik met leerlingen die basis missen?
  • Hoe vermijd ik eindeloos tijdverlies tijdens remediëringssessies?
  • Hoe zorg ik dat de kwaliteit van mijn onderwijs niet daalt?
  • Hoe zorg ik dat de sterke leerlingen geen nadeel ondervinden van de heterogeniteit of de focus op zwakke leerlingen)
  • Hoe realiseer ik mijn leerplan bij alle leerlingen? (of: hoe zorg ik dat alle leerlingen de eindtermen behalen?)
  • Hoe verkrijg ik een actieve leerhouding bij al mijn leerlingen?  

Dit onderzoek vertrekt vanuit een co-creatie gedachte waarbij lerarenopleiding en leraars samen ontdekken hoe de praktijk versterkt kan worden. We gaan er daarbij van uit dat alle partijen kunnen leren van en met elkaar. Een actieve samenwerking tussen leraars en lerarenopleiding staat dus centraal.

Onderzoeksplan

Het onderzoek bestaat uit 3 fasen:

  1. Kennismakingsfase (sept 2014-jan 2015)
    In deze fase werkt de onderzoeker een vormingstraject uit rond binnenklasdifferentiatie op basis van bestaande theoretische en praktijkgerichte literatuur hierrond. Daarbij wordt vertrokken vanuit de bestaande beginsituatie op de verschillende deelnemende scholen. Leraars kiezen nadien zelf welke van de aangeboden werkvormen en technieken zij realistisch achten en ze dus ook in de praktijk zullen proberen te brengen.
  2. Uitvoeringsfase (jan 2015-april 2015)
    In deze fase proberen de betrokken leraars de geplande innovatie in de praktijk te brengen. Ze gaan daarbij voort op de eigen beginsituatie, en kiezen zelf welke zaken ze willen uitvoeren, en op welk tempo. Ondertussen wordt begeleiding op maat aangeboden door de onderzoeker. Daarbij handelt de onderzoeker als coach die meehelpt bij het opsporen en oplossen van mogelijke problemen.
  3. Analysefase (mei-juni 2015)
    In de laatste fase interviewt de onderzoeker alle betrokkenen. Door middel van deze interviews, en door het onderzoeksmateriaal dat doorheen het jaar verzameld werd probeert deze een antwoord te vinden op volgende onderzoeksvragen:
  • Welke keuzes maken leraars bij het implementeren van binnenklasdifferentiatie? Welke zaken achten ze realistisch en haalbaar, en welke niet?
  • Welke succesfactoren ondervinden leraars die voor het eerst aan de slag gaan met binnenklasdifferentiatie?
  • Welke hinderpalen ondervinden leraars die voor het eerst aan de slag gaan met binnenklasdifferentiatie?

Opvolging

De expertise die werd opgebouwd op de Karel de Grote hogeschool met dit onderzoek leidde tot het opzetten van een nieuwe onderzoekstraject over gedifferentieerde instructie.

Onderzoeksresultaten worden gedeeld door middel van verschillende artikelen:

  • Smets, W., (2015), De kloof dichten. Bottom-up innovatie brengt onderwijs op nieuwe wegen. Oikos, 75.
  • Smets, W. (2016). Binnenklasdifferentiatie, lessen uit een innovatietraject, Impuls, 46 (3), 115-121.
  • Smets, W. (2016), Differentiëren in de geschiedenisles. Krachtiger leren voor alle leerlingen, Hermes 20 (59), 44-51.
  • Smets, W. (2016), Aan de slag met binnenklasdifferentiatie. Leraars innoveren samen de eigen onderwijspraktijk. De democratische school, 67, 3-6.

Contact

wouter.smets@kdg.be

  • Duur onderzoek: 1/09/2014-31/06/2015

  • Projectpartners: Vrije Universiteit Brussel, Instituut Dames van het Christelijke onderwijs, Sint-Ludgardisschool Antwerpen, Instituut Maris Stelle (IMS), Sint-Gummaruscollege

  • KdG-medewerkers: Wouter Smets, Els Sas