Burn-out: van kwetsbaarheid naar weerbaarheid

Burn-out blijkt een belangrijk probleem in de hulpverlening. Eén op vier verpleegkundigen voelt zich namelijk uitgeblust. Dit gaat vaak gepaard met een groot aantal lichamelijke, psychische en organisatorische gevolgen waarvan absenteïsme en de intentie om het beroep te verlaten het reeds met tekorten kampend verpleegkundig beroep nog meer onder druk zetten.

Om deze problematiek aan te pakken, wordt voornamelijk ingezet op interventies die zich richten op de behandeling van burn-out wanneer verpleegkundigen reeds uitgevallen zijn, zoals individuele coaching, counseling of therapie. Dit late, traditionele ingrijpen is naast zeer hoogdrempelig bovendien intensief, duur en beperkt in capaciteit omwille van het beperkt aantal therapeuten. Dit zorgt er voor dat slechts een kleine groep behandeld kan worden met een lage kosten/baten verhouding en de grote meerderheid van verpleegkundigen geen oplossing vindt.

Daarnaast zijn het zeer gering aantal meer laagdrempelige preventieprogramma’s zoals bijvoorbeeld recreatief muziek maken vaak contraproductief omwille van onvoldoende afstemming van het ontwerp en de implementatie van de interventie op de specifieke noden van de verpleegkundigen.

Dit PWO voorstel wil dit ontoereikend aanbod van laattijdige, hoogdrempelige, onvoldoende op de behoeften van de verpleegkundigen afgestemde interventies aanvullen met een preventiepakket afgestemd op de persoonlijkheid en behoeften van verpleegkundigen. Dit door vanuit de resultaten van het huidige PWO-project kwetsbare persoonlijkheidsprofielen voor burn-out te identificeren en vervolgens voor deze specifiek modules te ontwikkelen. De modules zullen gebaseerd zijn op inzichten uit de literatuur, de input van experts en op wat verpleegkundigen in diepte-interviews aangeven nodig te hebben qua ondersteuning bij het verhogen van de weerbaarheid. Ze zullen opgebouwd worden volgens de ‘stepped care’ methode waarbij verpleegkundigen starten bij de minst restrictieve techniek en de meer intensieve behandeling pas aangewend wordt wanneer hij/zij geen baat blijkt te hebben bij de eenvoudigere techniek.

Dit ontwikkelde preventiepakket zal vervolgens geïmplementeerd worden in een e-learning platform omwille van de aangetoonde effectiviteit van dit medium bij verpleegkundigen op gebied van participatie, transfer en retentie van informatie, kosten, tijd, toegankelijkheid en consistentie van informatie. Dit preventieprogramma zal bijgevolg een betere efficiëntie, capaciteit en kosten-baten ratio hebben in vergelijking met bestaande preventie- en behandelingsmethoden.

Contact

nina.geuens@kdg.be
+32 3 613 15 86

  • Duur onderzoek: september 2013 - augustus 2014

  • KdG-medewerkers : Nina Geuens, Moniek Braspenning, Anthony Ringoet, Christine Ceulemans en Erik Franck