Onderzoek Stagebeoordeling

In 2016-2017 startten we een onderzoek naar pistes ter verbetering van stagebeoordelingen. Daartoe doorzochten we de literatuur. Vervolgens werden vier opleidingen geselecteerd (i.e., de Professionele Bachelors Kleuter- en Lager Onderwijs (PBKO & PBLO), Verpleegkunde (VPK), en Accountancy en Fiscaliteit (AFI)). Voor elk van deze opleidingen werd de stagebeoordeling van het laatste jaar van de opleiding doorgelicht op zoek naar verbeteropties, telkens in samenspraak met de opleiding in kwestie. Voor elke opleiding werd vervolgens een onderzoeksdesign uitgewerkt voor het academiejaar 2017-2018. In de uitwerking van de designs probeerden we een belangrijke aanbeveling uit de literatuur voor ogen te houden: een goede stagebeoordeling dient niet enkel een summatief maar ook een formatief aspect te hebben.

Om te meten of een verandering ook een verbetering is, moesten we eerst op zoek naar geschikte criteria. We kwamen uit bij het Competentie Assessment Wiel (Baartman et al., 2006; 2007) waarin kwaliteitscriteria voor een beoordelingsprogramma naar voor geschoven worden. In 2016-2017 plande een onderzoeksteam van de UAntwerpen een interventie in het Flextraject van PBLO die aansloot bij onze doelstelling. Ideaal om de vragenlijst die we opstelden om de kwaliteitscriteria te meten te testen. Die doorstond de test vrij goed, wat toeliet uitspraken te doen over de interventie (i.e., D-PAC, een methode voor paarsgewijze beoordeling). Over het algemeen werd de interventie door begeleiders eerder neutraal en door studenten eerder negatief beoordeeld. In Voorstudie 2 bij tweedejaars VPK werd onze vragenlijst op punt gesteld. De stagebeoordeling werd er positief beoordeeld, al vonden studenten dat de beslissingen die worden genomen op onvoldoende assessmentsituaties en beoordelaars gebaseerd waren.

In Studie 1 en Studie 2, werd het aantal assessmentsituaties en beoordelaars opgedreven in een experimenteel design. In Studie 1 (in PBKO & PBLO) werd voor de helft van de studenten meer begeleiders ingeschakeld die ook vaker op lesbezoek gingen. In Studie 2 (in VPK) werd voor de helft van de studenten de medestudenten ingeschakeld via peer assessments. De effecten werden gemeten aan de hand van bovenvermelde kwaliteitscriteria. Die werden gemeten op het niveau van de algemene beoordeling (in de controlegroep en de experimentele groep) en de specifieke interventie (enkel in de experimentele groep). Tot slot werden de controlegroep en de experimentele groep ook vergeleken qua Leereffect (aan de hand van de competentiegroei) en Selectie. De bevraging in de experimentele groep leerde ons dat de interventies goed onthaald werden, maar uit de groepsvergelijkingen kwamen weinig positieve effecten van de interventies naar voor. Of toch minstens voor begeleiders. Studenten blijken geen voorstanders van peer assessment. In Studie 3 (in AFI) gooiden we het over een andere boeg. Via leergroepen probeerden we studenten softskills aan te leren en via een nieuw beoordelingsformulier probeerden we die expliciet in het eindoordeel te betrekken. Omwille van het geringe studentenaantal werden de kwaliteitscriteria enkel gemeten op niveau van de specifieke interventies. Voor Leereffect en Selectie werd een vergelijking gemaakt met voorgaand jaar. Beide interventies werden goed onthaald door studenten en begeleiders. Op gebied van Selectie waren er geen verschillen met vorig jaar, maar qua Leereffect boden de interventies een duidelijke meerwaarde in de zin dat studenten meer competentiegroei rapporteerden. In de discussie wordt stil gestaan bij hoe het komt dat sommige interventies beter onthaald werden en meer effect hadden dan andere. We eindigen met een aantal aanbevelingen en beperkingen.

Contact

Bart.duriez@kdg.be

  • Duur onderzoek: 1 september 2016 - 31 augustus 2018

  • KdG-medewerkers: Bart Duriez, Serge Coppens, Thomas Heynderickx, Helena Verheyen, Geert Speltincx

Hoe kun je stagebeoordelingen beter laten verlopen? Lees het onderzoekstrapport hier