Onderwijs als recht in de jeugdhulp

  • Welke goede praktijken ontwikkelen zich binnen de jeugdhulp in Vlaanderen om het leerrecht voor hun jongeren beter te garanderen? 
  • Vanuit de Onderzoeksgroep Sociale Inclusie onderzoeken we welke mechanismen, houdingen en handelingsprincipes die deze praktijken kenmerken, als werkzaam worden ervaren en welke hiertoe de randvoorwaarden zijn. 
  • We streven ernaar een bruikbaar implementatiekader te ontwikkelen die jeugdhulporganisaties kan helpen om impactvolle samenwerkingsverbanden op de as welzijn-onderwijs te ontwikkelen. 

Naar een coherent en duurzaam onderwijsbeleid in de jeugdhulp

Jongeren die de jeugdhulp verlaten, lopen een sterk verhoogd risico om zonder diploma secundair onderwijs uit te stromen. Uit de bevraging van vzw Cachet en SOS Kinderdorpen België (2017) blijkt dat 48% van deze jongvolwassenen geen diploma secundair onderwijs behaalt, tegenover 9% in een vergelijkbare groep leeftijdsgenoten die thuis opgroeide. Deze cijfers bevestigen wat Vlaams onderzoek naar schoolloopbanen van maatschappelijk kwetsbare jongeren al langer aangeeft, namelijk dat schoolse vertraging, heroriëntering en negatieve schoolervaringen zich cumuleren voor jongeren in de jeugdhulp (Vettenburg et al., 2009; Keppens & Spruyt, 2019). Ze onderstrepen tegelijk waarom een coherent onderwijsbeleid binnen jeugdhulporganisaties geen randvoorwaarde is, maar een kernopdracht: het leerrecht van deze jongeren staat op dit moment structureel onder druk, en de omvang van dat probleem rechtvaardigt een onderzoek naar wat er in de praktijk al wél werkt.

Vanuit die vaststelling onderzoekt dit project welke werkzame mechanismen, randvoorwaarden en organisatorische bouwstenen uit inspirerende praktijken bijdragen aan een coherent en duurzaam onderwijsbeleid binnen jeugdhulporganisaties. Het gaat daarbij niet om een inventarisatie van goede voorbeelden, maar om een verklarende analyse: onder welke omstandigheden en via welke mechanismen dragen initiatieven zoals onderwijsambassadeurs en netwerken onderwijs-welzijn effectief bij aan het beschermen van de schoolloopbaan van jongeren in de jeugdhulp? Het onderzoek wordt opgezet als een praktijkgericht, participatief meervoudig casestudyonderzoek (Yin, 2018), waarbij vier doelgericht geselecteerde praktijken over drie fasen heen worden onderzocht: een documentanalyse en prospectie van bestaande initiatieven, een vergelijkende cross-case analyse op basis van interviews met onderwijsambassadeurs, hulpverleners en waar mogelijk jongeren zelf, en een afsluitende toetsing van de bevindingen bij bredere netwerken onderwijs-welzijn.

Het cijfermatige verschil tussen jongeren uit de jeugdhulp en hun leeftijdsgenoten maakt de maatschappelijke relevantie van dit onderzoek concreet. Het onderzoek sluit daarmee aan bij de beleidslijn Education First van Opgroeien en de ambities uit het plan "Naar de jeugdhulp van morgen" (Gennez, 2024), maar vertaalt die ambities naar concrete, overdraagbare bouwstenen voor jeugdhulporganisaties. Door werkzame factoren te destilleren uit bestaande praktijken en deze te toetsen bij praktijkactoren, levert het project zowel een onderzoeksrapport en praktijkfiches op als aanknopingspunten voor de verdere positionering van onderwijsambassadeurs en de versterking van netwerken onderwijs-welzijn — met als uiteindelijk doel de kloof die de cijfers blootleggen, structureel te helpen dichten

Fasen van het onderzoeksproject

Fase 1 — Documentanalyse en prospectie (jan–sep 2026)

Documentanalyse van beleidsdocumenten en bestaande praktijken, aangevuld met verkennende gesprekken met onderwijsambassadeurs en lerende netwerken. Dit levert een eerste zicht op inspirerende praktijken en vormt de basis voor de caseselectie.

Fase 2 — Vergelijkende casestudy (okt 2026–mrt 2027)

Vier doelgericht geselecteerde cases worden onderzocht via interviews met onderwijsambassadeurs, beleidsactoren en begeleiders, waar mogelijk aangevuld met het perspectief van jongeren en ouders. Via een cross-case analyse worden de cases vergeleken op terugkerende patronen, werkzame mechanismen en contextverschillen.

Fase 3 — Vertaling naar het werkveld (apr–mei 2027)

De bevindingen worden via focusgesprekken binnen twee bredere netwerken onderwijs-welzijn getoetst op herkenbaarheid en overdraagbaarheid, en vertaald naar praktijkgerichte aanbevelingen en een implementatiekader.

Fase 4 — Onderzoeksrapport en valorisatie (jun–sep 2027)

Betrokken onderzoekers

Meer weten, samenwerken of een persvraag?

Je kan bij ons onderzoekscentrum Sociale Inclusie onder meer terecht voor:

  • Omgevingsanalyses, empowermentmeting of wetenschappelijke ondersteuning op maat.
  • Vragen vanuit de zorg, hulpverlening en samenlevingsopbouw.
  • Bind-Kracht.

Contacteer ons vrijblijvend