Transitionele rouwzorg en rouwgeletterdheid in het Vlaamse zorglandschap (VITA)

Via dit praktijkgericht onderzoek naar rouwcompetenties bij zorgmedewerkers, versterken we het inzicht in en toepassing van afscheidsondersteuning.

  • We brengen in kaart welke aanpak er binnen onze gezondheidszorg en uitvaart aanwezig is om betekenisvolle naasten te ondersteunen in hun rouwproces.
  • Hoe is het gesteld met de rouwgeletterdheid en rouwcompetenties bij zorgverleners? Investeren in rouwzorg is een “public health priority” schrijft de Lancet in 2024 (link).
  • Doel:
    • Duidelijk maken wat de randvoorwaarden om een transitioneel model van rouw werkbaar te maken in de Vlaamse gezondheids- en welzijnszorg.
    • Rouwperiode juist kaderen, zodat ze niet ziekmakend wordt.
    • Afhankelijkheid van begeleiding en (h)erkenning van rouw bij naasten en hun relatie met zorgverleners en de situatie waarin ze zich bevinden, blootleggen.
    • Rouwondersteuning voor naasten makkelijk beschikbaar maken.
  • Contact: Sophie.albrecht@kdg.be
  • Onderzoekscentrum: Zorg in Connectie
  • Financiering: PWO
  • Duur onderzoek: 1 september 2024 - 31 augustus 2025
  • Medewerkers:
    • Prof. dr. Liesbeth De Donder (VUB)
    • Prof. dr. Johan Wens (UA)
    • Johan Dexters (directeur Funebra)
    • Maartje Wils (verpleegkundige, directeur zorg WZC D'Eycken Brugsolidum vzw)
    • Jasmina Van Eeckhout (verpleegkundige, docent KdG)
    • Jente Bontinck (onderzoeker KdG)
    • Sandrine Herbelet (medewerker KdG)
    • Kristien Henderickx (beroepsvereniging zorgpastores)
    • Yong Hao Ng (sociaal werker, onderzoeker University Hong Kong)

Probleemstelling

Verliezen van een naaste is een ingrijpende gebeurtenis die een natuurlijk proces van rouw initieert. Als dit proces niet juist omkaderd is, kan ze de gezondheid bedreigen van de nabestaande met een verhoogde kans op fysieke- en psychische problemen.

De wijze waarop mensen rouwen is divers en hangt af van persoonlijke, culturele en maatschappelijke factoren (2). Daar bovenop is de begeleiding en (h)erkenning van rouw bij nabestaanden nog heel afhankelijk van de individuele capaciteiten en motivatie van zorgverleners. Deze laatsten moeten de situatie waarin nabestaanden zich bevinden correct kunnen inschatten.

Uit ons eerder uitgevoerd onderzoek blijkt dat zorg- en welzijnsmedewerkers nog te weinig kennis en kunde hebben om nabestaanden te ondersteunen bij een verlies. Ondanks dat in Vlaanderen, evenals in veel andere Europese regio's, steeds meer aandacht besteed wordt aan de behoefte aan gespecialiseerde ondersteuning tijdens het rouwproces, blijkt dat rouwondersteuning niet voor iedereen beschikbaar is.

Gezondheidszorgverstrekkers worden geacht rouwende nabestaanden te begeleiden bij de overgang van het institutionele (bv. ziekenhuizen en woonzorgcentra) naar de eigen sociale omgeving (buurt, familie, en bredere context) (3). Ze worden eveneens veronderstelt de sociale omgeving te versterken zodat rouwende nabestaanden duurzaam kunnen ondersteund worden.

Wanneer nabestaanden ondersteund worden door zowel professionals als het eigen netwerk, leeft de verwachting dat de ondersteuning vanuit de zorgorganisaties zal afnemen met de loop van de tijd, waarbij de ondersteuning van het eigen netwerk van de nabestaande een steeds grotere rol gaat spelen. Deze shift verloopt echter niet lineair, maar eerder in een fluctuerende beweging tussen meer professionele zorgnoden op het ene moment en voldoende steun bij het sociale netwerk op het andere (3). Dit wordt benoemd als transitionele rouwzorg.

Relevantie voor het werkveld

  • Het project beantwoordt aan een expliciete nood binnen het zorglandschap: het versterken van rouwcompetenties bij zorgprofessionals.
  • Door inzicht te verwerven in de huidige rouwgeletterdheid van zorgverleners beoogt het project de kwaliteit van rouwzorg te verbeteren en de transitie van institutionele naar sociale ondersteuning te faciliteren.
  • Dit draagt bij aan preventie van gecompliceerde rouw en bevordert duurzame zorgrelaties en interprofessionele samenwerking.

Onderzoeksvraag

Wat is de huidige stand van zaken inzake rouwgeletterdheid bij zorg- en welzijnsmedewerkers, en hoe kan deze op een valide en betrouwbare wijze gemeten worden?

Onderzoeksaanpak

  • We voeren een mixed method onderzoek uit in de periode september 2025 tot december 2026. Deze bestaat uit het uitvoeren van een systematische literatuurstudie naar rouwgeletterdheid en bestaande meetinstrumenten.
  • We ontwikkelen en valideren een nieuwe “Grief Literacy Scale”.

(Verwachte) output

  • Publicatie van een systematische review in een peer-reviewed A1-tijdschrift
  • Ontwikkeling en validatie van een meetschaal voor rouwgeletterdheid
  • Ontwikkeling consultancytraject en micro-credential voor zorgorganisaties
  • Integratie van projectresultaten in onderwijsmodules

Lees het verslag over ons eerder uitgevoerd onderzoek

Valorisatie en disseminatie

  • De onderzoeksresultaten worden verspreid via internationale en nationale congressen (European Grief Conference 2026, EAPC 2027), wetenschappelijke publicaties en implementatie in het werkveld.
  • De Grief Literacy Scale wordt beschikbaar gesteld voor effectevaluaties en vormt de basis voor vervolgonderzoek naar rouwinterventies.
  • Daarnaast wordt een consultancytraject en micro-credential ontwikkeld en worden de inzichten geïntegreerd in het curriculum van zorgopleidingen.

Onderzoekers

Contact

Ben jij een zorgverlener en werk je graag mee aan dit onderzoek?  

Neem vrijblijvend contact op met sophie.albrecht@kdg.be voor meer informatie. 

Partners

Logo Funebra
Logo UAntwerpen

Meer weten, samenwerken of een persvraag?

Je kan bij ons onderszoekscentrum Zorg in Connectie bijvoorbeeld terecht voor:

  • Praktische interventies en bijscholingen vanaf de levensstart tot de ouderenzorg.
  • Innovatieve methoden om de zorgpraktijk in jouw organisatie te verbeteren voor de patiënt en de zorgverlener.
  • Ondersteuning en verbetering van de positie van de zorgverlener.

Contacteer ons vrijblijvend