
Je wil graag lesgeven, en dan vooral aan tieners. Tijdens de bacheloropleiding Leraar Secundair Onderwijs leg je je toe op twee vakken uit de eerste en tweede (en soms ook derde) graad van het secundair onderwijs. Je oefent de leerstof in tot ze een deel van jezelf is. Je leert kritisch denken en helder communiceren.
Je wil lesgeven. En je hebt interesse (of misschien zelfs een passie) voor 'een vak' dat in het secundair onderwijs gegeven wordt (taal, beweging, kunst, wiskunde, wetenschappen, techniek ...).
Dan is onze lerarenopleiding iets voor jou!
Je kiest 2 onderwijsvakkenvakken uit een verschillende groep. Combinaties binnen één groep zijn niet mogelijk.
| Groep 1 | Groep 2 | Groep 3 | Groep 4 |
| Bewegingsrecreatie * | Economie | Aardrijkskunde | Engels |
| Plastische Opvoeding ** | Frans | Informatica | Geschiedenis |
| Project Algemene Vakken | Godsdienst | Nederlands | Latijn |
| Wiskunde | Natuurwetenschappen (inclusief biologie of fysica) | Techniek | Lichamelijke Opvoeding |
| Project Kunstvakken |
* Bewegingsrecreatie kan alleen gecombineerd worden met lichamelijke opvoeding.
** Plastische opvoeding kan niet gecombineerd worden met lichamelijke opvoeding.
Meer onderwijsvakken? Als je een diploma leraar secundair onderwijs hebt behaald, kan je in slechts één jaar onderwijsbevoegdheid voor een extra vak verwerven.
Je mag lesgeven in de eerste en tweede (soms ook in de derde) graad van het secundair onderwijs.
Afhankelijk van het gekozen vak kan je vaak aan de slag in bedrijven, volwassenenonderwijs, educatieve diensten van musea, (socio)culturele organisaties, theaters, sportcentra, natuur- en milieudiensten ...
In elk jaar vind je drie leerlijnen:
Je kiest 2 onderwijsvakkenvakken uit een verschillende groep. Combinaties binnen één groep zijn niet mogelijk.
| Groep 1 | Groep 2 | Groep 3 | Groep 4 |
| Bewegingsrecreatie * | Economie | Aardrijkskunde | Engels |
| Plastische Opvoeding ** | Frans | Informatica | Geschiedenis |
| Project Algemene Vakken | Godsdienst | Nederlands | Latijn |
| Wiskunde | Natuurwetenschappen (inclusief biologie of fysica) | Techniek | Lichamelijke Opvoeding |
| Project Kunstvakken |
* Bewegingsrecreatie kan alleen gecombineerd worden met lichamelijke opvoeding.
** Plastische opvoeding kan niet gecombineerd worden met lichamelijke opvoeding.
Ben je na drie jaar afgestudeerd en wil je nog een extra vak? Eén jaar, en je bent er!
De leerling, de leraar, de klas en de school staan centraal.
Je besteedt ook aandacht aan godsdienst en levensbeschouwelijke onderwerpen.
| Eerste jaar | studiepunten * |
| Verkenning van het lerarenberoep | 4 |
| Voorbereid naar de klas | 3 |
| Krachtige leeromgeving | 3 |
| Ontwikkelingspsychologie | 3 |
| Taalvaardigheid | 3 |
| Religie, zingeving en levensbeschouwing | 3 |
| Tweede jaar | |
| De leraar als opvoeder | 3 |
| Leerlingen opvolgen | 3 |
| Omgaan met diversiteit | 3 |
| Vaardigheidsroute (EHBO, multimedia, leren leren en onderzoeksvaardigheden) | 5 |
| Religie, zingeving en levensbeschouwing | 3 |
| Derde jaar | |
| Leerlingen begeleiden | 5 |
| De leraar in overleg | 4 |
| Keuzetrajecten (aanbod beschikbaar via studiegids) | 12 |
De praktijklijn kan je beschouwen als een leerproces in het werkveld. Je leert immers al doende, de didactische stage.
Praktijk staat centraal in je opleiding. Je loopt twintig weken stage – in alle types van het secundair onderwijs, vooral tijdens je derde jaar.
| Eerste jaar | studiepunten * |
| Praktijk en leertrajectbegeleiding | 9 |
| Tweede jaar | |
| Praktijk | 11 |
| Praktijkprojecten | 4 |
| Derde jaar | |
| Praktijk | 15 |
| Bachelorproef | 6 |
Je kiest 2 vakken die je wil onderwijzen (zie tabel). Heb je al een diploma leraar secundair onderwijs en wil je een extra vak geven? Eén jaar, en je bent er!
Voordelen? De leerstof is afgebakend, je krijgt snel feedback, je studielast is gespreid en je leert beter plannen.
We coachen je door je studieparcours, vooral in het eerste jaar. Op het einde van de rit stuur je zelf.
Variatie
Je krijgt de kans om, vooral via stages, internationale ervaring op te doen.
* In de tweede kolom vind je het aantal studiepunten. Die drukken de studieomvang van elk vak uit: één studiepunt stemt overeen met 25 à 30 uren studie.
Gemiddeld heb je 20 contacturen per week. (Een contactuur is een uur dat je op de campus met het opleidingsonderdeel bezig bent.)
Wijzigingen aan deze lessentabel zijn nog mogelijk.
Je kiest 2 onderwijsvakkenvakken uit een verschillende groep. Combinaties binnen één groep zijn niet mogelijk.
| Groep 1 | Groep 2 | Groep 3 | Groep 4 |
| Bewegingsrecreatie * | Economie | Aardrijkskunde | Engels |
| Plastische Opvoeding ** | Frans | Informatica | Geschiedenis |
| Project Algemene Vakken | Godsdienst | Nederlands | Latijn |
| Wiskunde | Natuurwetenschappen (inclusief biologie of fysica) | Techniek | Lichamelijke Opvoeding |
| Project Kunstvakken |
* Bewegingsrecreatie kan alleen gecombineerd worden met lichamelijke opvoeding.
** Plastische opvoeding kan niet gecombineerd worden met lichamelijke opvoeding.
Om te bewijzen dat wiskunde geen saai rekenvak is, bakten onze leraars wiskunde in spe zeshoekige frietjes. Maar niet alvorens ze berekend hadden dat die écht minder vet zijn.
Eetbare wiskunde, zo zou je het experiment van onze studenten van de Lerarenopleiding Wiskunde misschien nog het best kunnen noemen.
"De oppervlakte van een zeshoekig frietje is kleiner dan die van een vierkant exemplaar", legt Nathalie Vinckx (20) uit. "Daarom is de oppervlakte die de olie raakt kleiner en bevatten deze frietjes minstens zeven procent minder vet." Cilindervormige frietjes zouden nóg minder vet zijn, maar dan moet je te veel aardappel weggooien.
"Door die hoekjes blijft de friet ook knapperig", zegt Sofie Theunis, terwijl ze een lading uit de frietketel haalt. "Allemaal voordelen dus."
Gazet van Antwerpen stuurde een vliegende reporter voor deze reportage:
Jammer genoeg hebben de studenten de zeshoekige 'hexafrietjes' niet zelf uitgevonden. In 1987 ontdekte de Waalse uitvinder Guiseppe Bonsignore de voordelen van zeshoekige frieten. Twee jaar later kwam de Vlaamse aardappelhandelaar Roland Stroobrandt op precies hetzelfde idee en er barstte een juridische rel los.
"Na tien jaar heeft de Waalse uitvinder gelijk gekregen", vertelt wiskundige Dirk Huylebrouck, die de studenten naast de friettheorie ook met andere experimenten warm maakt voor wiskunde. "Friet-producent Lutosa is alleen niet meer geïnteresseerd om het op de markt te brengen, dus ze hebben allebei niets, een beetje zielig.

De studenten en docent Bart Windels liggen er niet wakker van. Windels staat te glunderen op de binnenplaats als hij zijn studenten bezig ziet. "Vroeger had wiskunde een heel saai imago", vertelt hij. "In Amerikaanse films zijn wiskundestudenten ook altijd nerds die de hele dag sommen zitten te maken. Wij willen aantonen dat wiskunde niet alleen leuk is, maar ook toepasbaar in de maatschappij. En kijk, je ziet hier allemaal gelukzalige gezichten."
Punt van discussie blijft natuurlijk of die hexafrietjes nu echt gezonder zijn, want het hangt er maar net van af hoe diep je de magere frietjes in de mayonaise doopt. "Je kunt toch méér frieten eten", zegt Lien. Sofie knikt enthousiast. "En dan moet je er maar dieetmayonaise bij nemen."
Bron: Gazet van Antwerpen van 4/05/2010
Het was zaterdag 20 maart 2010 een en al acrobatie in het Centraal Station. De circusdag was het idee van vier studenten Lerarenopleiding.

Het idee voor een circusdag in het Centraal Station kwam van vier van onze studenten Lichamelijke Opvoeding en Bewegingsrecreatie.
'De organisatie van de circusdag past in ons afstudeerproject', zegt Sofie Van Baelen (20). 'Per groepje van vier of vijf moesten we een evenement organiseren. We dachten aan een circusshow op een centrale plaats. En welke plaats ligt meer centraal dan het Centraal Station? Het is een toplocatie.'
> ATV zond een reportage uit
> In Het Nieuwsblad verscheen een artikel over de circusdag
Wiskunde saai en ver van ons bed? Onze leraars wiskunde vinden van niet! Op zoek naar cijfers en formules …
Randi Buvens (20) is afgestudeerd als Leraar Secundair Onderwijs Wiskunde en stippelde een wandeling door Antwerpen uit met allemaal quizvragen rond wiskunde.
In de Zone 03 van 18 augustus 2010 lazen we dit artikel:
Hoe komt iemand op het idee om een wiskundewandeling uit werken?
Randi Buvens: “Veel scholen organiseren in september een soort rally in de omgeving van de school, om de leerlingen vertrouwd te maken met de buurt. Meestal focussen de vragen op cultuur en geschiedenis.
Ik vond het leuk om een wandeling te maken met wiskundige opdrachten. Ik ben zelf afgestudeerd als leerkracht wiskunde aan de Karel de Grote-Hogeschool en die wandeling maakte deel uit van mijn eindwerk.
De bedoeling was om wiskunde te linken aan de realiteit, om te tonen hoe nuttig wiskunde kan zijn in het dagelijks leven.”
Bij zo’n wandeling moet je om de zoveel meter een opdracht verzinnen, gelinkt aan de omgeving. Viel dat mee?
“Het ging eigenlijk vanzelf. We gebruiken voortdurend wiskunde, vaak onbewust, bijvoorbeeld als we de trein nemen en berekenen hoe lang de rit zal duren of als we willen uitrekenen hoeveel korting we krijgen. Je vindt overal wel iets interessants.
Aan het Theaterplein heb ik de leerlingen laten berekenen hoeveel niveauverschil er is tussen de hoogste en de laagste trede. Aan theater Het Klokhuis is er een opdracht rond het organiseren van een voorstelling. Ze moeten er uitrekenen hoeveel ze voor een ticket moeten vragen om uit de kosten te komen, waarbij ze rekening moeten houden met de huur van de zaal en het loon van de acteurs.”
De wandeling gaat niet zoals de meeste rally’s door het oude, historische gedeelte.
“Net omdat er daar al zoveel wandelingen zijn, heb ik die buurt vermeden. Ik ben vertrokken van een aantal plekken of gebouwen waarmee ik iets wou doen, zoals het Centraal Station, het Theaterplein en de Boerentoren.”
Wie is je doelgroep?
“Iedereen die een diploma lager onderwijs gehaald heeft , zou in principe de vragen moeten kunnen oplossen. De wandeling is opgebouwd rond de eindtermen. Maar ze is vooral interessant voor leerlingen die naar het eerste middelbaar gaan, zodat de leerkracht kan zien of ze de leerstof kennen.”
Sommige vragen zijn nochtans niet zo eenvoudig, zoals de vraag rond het aantal potten verf dat je nodig hebt om de bollen op de Ossenmarkt te schilderen.
“Ik was verbaasd over wat leerlingen van het zesde leerjaar allemaal moeten kunnen: de inhoud van een balk berekenen, een schaal lezen, inhouden omzetten, percentageberekeningen. Mijn moeder staat ook in het onderwijs en ze heeft bij wijze van test de wandeling gedaan met haar leerlingen van het zesde jaar. Dat vlotte goed. Maar mijn zus uit het vierde middelbaar vond het wél moeilijk. Formules vergeet je snel.”
Wat boeit jou aan wiskunde?
“Het begint heel concreet met tellen en rekenen, met dingen die nuttig zijn in je dagelijks leven. Maar je kan er zo ver mee gaan als je wil, tot je op een zuiver abstract niveau bezig bent. Ik vind het een hele uitdaging om een berekening te maken of een bewijsvoering uit te werken en met de cijfers bezig te zijn. Bij quizvragen krijg ik altijd de rekenraadsels toegestopt. Ik kan er echt van genieten als ik dan de oplossing vind.”
Meer info: randibuvens@hotmail.com of 0485 85 19 46
Bron: Kristin Wuyts, Zone 03 van 18 augustus 2010
Een docent van onze lerarenopleiding werkte samen met twee laatstejaarsstudenten een begeleidende opdrachtenbrochure voor de expo 'Dicht bij Elschot' uit.
Het Antwerpse literair stadsfestival De Stad van Elsschot ging op 29 mei 2010 met het nodige feestgedruis van start.
De bijhorende overzichtsexpo in het Letterenhuis, Dicht bij Elsschot, toont de vele facetten van Elsschot (die vijftig jaar geleden overleed) en wil ook jonge generaties laten kennismaken met deze fascinerende Antwerpse grootmeester. De tentoonstelling loopt nog tot 31/12/2010.
Bert Cruysweegs (docent Nederlands van onze Lerarenopleiding) schreef in opdracht van het Letterenhuis samen met twee van zijn derdejaarsstudenten (Thomas Van Dyck en Eva Vanharen) de begeleidende opdrachtenbrochure voor leerlingen uit het zesde jaar TSO en ASO.
Zes studenten van onze Lerarenopleiding (Project Kunstvakken) waren met hun project 'Explozant' geselecteerd voor de finale van de wedstrijd TROEF! van de stad Antwerpen. Ze zijn vorig weekend tot winnaar uitgeroepen.

De winnaars van de Antwerpse talentenjacht Troef! zijn bekend. Het museumproject ‘Explozant’ kaapte de eerste plaats weg: een idee van studenten Leraar Secundair Onderwijs, Project Kunstvakken.
De stad kondigde aan dat bij deze tweede editie drie winnaars uit de bus zouden komen. Wegens een ex aequo waren het er uiteindelijk vier.
De winnaars werden bekend gemaakt op de eerste verjaardag van jeugdcentrum Zappa, door de driekoppige jury, bestaande uit Marcel Vanthilt, Sofie Vanmol en de vorige Troef Sihame El Kaouakibi. Op de tweede plaats kwam de Trick Fabrick, een project dat basketbal freestyle meer op de kaart wil zetten. De derde plaats werd gedeeld door de studentenradio en het theaterproject ‘Farhilda’.
“We hebben vier verdiende winnaars, de inzendingen waren zo divers dat het onmogelijk te zeggen valt welk project nu het beste is”, zegt Vanthilt. “Wat ik goed vind aan Explozant is dat het heel de stad betrekt bij de uitvoering. Ze maken een onderscheid tussen knutselen en kunst en daar kan iedereen van mee genieten.”
Het geluk van de bezielers van Explozant kan net na de bekendmaking niet op: “We kunnen het nog niet echt geloven, want we vonden alle projecten heel goed, vooral omdat ze zo divers waren. Nu we gewonnen hebben, kunnen we alvast beginnen met de voorbereidingen, maar wat we concreet gaan doen willen we nog eventjes geheim houden.”
Explozant in de pers:
Dan is onze lerarenopleiding iets voor jou!
Je slaagkans bepaal je voor een groot deel zelf.
Dat je gemotiveerd start, is daarbij heel belangrijk. Als je er echt voor wil gaan, dan verhoog je zeker de kans om te slagen. Studievaardigheden spelen ook een belangrijke rol: regelmatig werken, doet wonderen!
In de opleiding wordt er behoorlijk wat aandacht gegeven aan mondelinge en schriftelijke taalvaardigheid. Jouw taal beheersen is immers noodzakelijk als je voor een groep gaat staan.
Naast dit communicatieve aspect verwachten we dat jij je geïnspireerd en begeesterd op wil stellen. Je moet verantwoordelijkheid kunnen tonen voor jezelf en anderen. Als je dynamisch en creatief voor de dag komt, is dat een pluspunt.
We verwachten van jou dat je openstaat om jezelf beter te leren kennen.
Als leraar-in-spé reflecteer je regelmatig over je studie- en praktijkervaringen en over de verwerving van leraarcompetenties. Dat doe je in kleine leergroepen onder leiding van een lector.
Ben je niet zeker dat het lerarenberoep iets voor jou is? Op www.iedereenleerkracht.be vind je een test die bepaald of je geknipt bent voor de job.
Als je inschrijft voor het eerste traject van de lerarenopleiding, dan starten we met enkele beginassessments, die peilen naar jouw kennis en vaardigheden over de hierboven beschreven competenties.