ARBOA onderzoekt hoe het is om te werken in de buitenschoolse opvang in Vlaanderen, in een periode waarin het BOA-decreet de sector sterk verandert. Begeleiders werken vandaag in heel uiteenlopende omstandigheden: met verschillende statuten, uurroosters, taken, contracten en vormen van ondersteuning. Tegelijk maken lokale besturen eigen keuzes over hoe ze BOA organiseren. Het onderzoek brengt in kaart hoe die lokale keuzes doorwerken tot op de werkvloer en hoe begeleiders hun job en eventuele veranderingen zelf beleven. Daarvoor combineren we documentanalyse en gesprekken met lokale besturen en organisatoren met plaatsbezoeken en diepte-interviews met begeleiders.
In het kort:
- We brengen de verscheidenheid in kaart: hoe verschillen arbeidsvoorwaarden, taken, uurroosters, werkzekerheid en ondersteuning tussen begeleiders en opvangvormen?
- We onderzoeken wat BOA verandert: welke veranderingen hangen volgens lokale besturen, organisatoren en begeleiders samen met de lokale uitwerking van het BOA-decreet?
- We geven begeleiders een stem: hoe beleven zij hun werk, wat hebben zij nodig om hun job goed en graag te doen en welke verbeteringen vinden zij belangrijk?
Contact
kris.devisscher@kdg.be
+32 3 613 13 62
- Duur onderzoek: 1 september 2026 - 31 augustus 2028
- Onderzoekscentrum Pedagogie in Praktijk
- Financiering: PWO
De buitenschoolse opvang kent een zeer diverse groep begeleiders. Zij werken als werknemer, vrijwilliger, flexijobber of tijdelijke kracht. Ze zijn aan de slag binnen een school, een lokaal bestuur, een voormalige IBO-werking of een andere organisatie. Ook hun uurroosters, taken, verloning, werkzekerheid en professionele ondersteuning kunnen sterk verschillen.
Met ARBOA brengen we die verscheidenheid in kaart. We onderzoeken welke veranderingen samenhangen met de lokale uitwerking van het BOA-decreet en hoe begeleiders die veranderingen ervaren. Zo maken we zichtbaar wat beleids- en organisatiekeuzes betekenen voor het dagelijkse werk in de buitenschoolse opvang.
Probleemstelling
Het decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten van 3 mei 2019, kortweg het BOA-decreet, hervormt de organisatie van de buitenschoolse opvang in Vlaanderen. Het decreet wil een geïntegreerd en toegankelijk aanbod creëren voor kinderen van 2,5 tot 12 jaar. Daarvoor brengt het opvang, onderwijs, jeugd, sport, cultuur en andere vrijetijdsactiviteiten dichter bij elkaar.
Lokale besturen krijgen binnen deze hervorming een centrale regierol. Ze brengen lokale partners samen en maken keuzes over de organisatie, samenwerking, financiering en kwaliteit van het aanbod. Sinds 1 september 2026 staan ze ook in voor de erkenning van en het toezicht op het lokale aanbod. Lokale besturen krijgen daarmee een omvangrijke opdracht en veel ruimte om het beleid lokaal vorm te geven.
De lokale uitwerking van BOA verschilt van gemeente tot gemeente. Sommige lokale besturen bouwen voort op bestaande opvangstructuren. Andere kiezen voor nieuwe organisatiemodellen, samenwerkingsverbanden of financieringsvormen. Die keuzes kunnen leiden tot een verandering van organisator, nieuwe taakverdelingen of een andere inzet van begeleiders.
Deze ontwikkelingen raken de begeleiders die dagelijks met de kinderen werken. Hun arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden verschilden al sterk vóór de invoering van het BOA-decreet. De hervorming kan die verscheidenheid versterken, verminderen of op een andere manier vormgeven. Veranderingen in de organisatie of financiering kunnen bijvoorbeeld gevolgen hebben voor statuten, contracten, uurroosters, taken, werkzekerheid en ondersteuning.
Toch blijft het perspectief van begeleiders vaak buiten beeld. Onderzoek en beleid besteden vooral aandacht aan de organisatie, toegankelijkheid en pedagogische kwaliteit van de buitenschoolse opvang. We weten veel minder over wat de hervorming betekent voor de mensen die het aanbod dagelijks realiseren. De omstandigheden waarin begeleiders werken, beïnvloeden niet alleen hun jobbeleving. Ze kunnen ook gevolgen hebben voor de continuïteit en kwaliteit van de opvang en voor de aantrekkelijkheid van de job en de sector.
Onderzoeksvragen
Dit onderzoek brengt de verscheidenheid in arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden van begeleiders in de Vlaamse buitenschoolse opvang in kaart. We onderzoeken welke veranderingen betrokkenen verbinden met de lokale uitwerking van BOA en hoe begeleiders hun job en eventuele veranderingen beleven. Zo willen we beter begrijpen wat zij nodig hebben om hun werk graag en in goede omstandigheden te kunnen doen.
Hoofdvraag
Hoe beleven begeleiders in de Vlaamse buitenschoolse opvang hun arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden, en welke invloed ervaren zij van de lokale uitwerking van het BOA-decreet?
Deelvragen
- Welke verscheidenheid bestaat er in de arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden van begeleiders in de Vlaamse buitenschoolse opvang?
- Welke veranderingen in arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden brengen organisatoren en andere betrokkenen in verband met de lokale uitwerking van het BOA-decreet?
- Welke veranderingen merken begeleiders zelf in hun werk en hoe beleven zij die?
- Welke verbeteringen vinden begeleiders en andere betrokken BOA-actoren wenselijk?
Onderzoeksaanpak
Het onderzoek verloopt in verschillende fasen. Eerst brengen we de verscheidenheid in arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden in kaart. We analyseren relevante beleids- en organisatiedocumenten. Daarnaast voeren we semigestructureerde, verkennende gesprekken met organisatoren, lokale besturen en andere betrokken actoren.
Vervolgens selecteren we uiteenlopende lokale en organisatorische contexten. We streven naar variatie tussen landelijke en stedelijke locaties, verschillende opvangvormen en werkingen met beroepskrachten of vrijwilligers. We houden ook rekening met de mate waarin de lokale uitwerking van BOA al veranderingen teweegbracht voelbaar tot op de werkvloer.
Op elke geselecteerde locatie voeren we twee plaatsbezoeken uit: één op een woensdagnamiddag en één op een andere weekdag. Tijdens deze bezoeken observeren we hoe het werk van begeleiders verloopt en gaan we kort met hen in gesprek. We willen het leven zoals het is in beeld brengen, zonder de dagelijkse werking onnodig te belasten.
De documentanalyse, verkennende gesprekken en plaatsbezoeken vormen samen de basis voor een interviewleidraad. Daarmee nemen we in een volgende fase diepte-interviews af met begeleiders. We bevragen hoe zij hun arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden beleven, welke veranderingen zij opmerken en welke verbeteringen zij wenselijk vinden.
Door beleidskeuzes, organisatievormen, observaties en ervaringen van begeleiders met elkaar te verbinden, onderzoeken we hoe de lokale uitwerking van BOA doorwerkt tot op de werkvloer.
Output
Het onderzoek resulteert in:
- een overzicht van de verscheidenheid aan arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden in de buitenschoolse opvang;
- inzicht in hoe de lokale uitwerking van BOA doorwerkt in het werk van begeleiders;
- een verdiepend beeld van de jobbeleving van begeleiders;
- aanbevelingen voor organisatoren, lokale besturen en beleidsmakers.
Zo maakt ARBOA de positie van begeleiders zichtbaarder in het debat over de verdere uitwerking van BOA.
Onderzoekers
Meer weten, samenwerken of een persvraag?
Je kan bij ons onderzoekscentrum Pedagogie in Praktijk bijvoorbeeld terecht voor:
- Ondersteuning die past bij organisaties die werken met kinderen en hun gezinnen.
- Intervisie, werkplekleren, spellen, methodieken en online reflectietools.
Contacteer ons vrijblijvend
- Bel +32 3 613 15 28
- E-mail dietlinde.willockx@kdg.be
Karel de Grote Hogeschool