Hoe maken we kinderopvangorganisaties krachtiger?
Een kinderbegeleider die inspringt voor een zieke collega. Een verantwoordelijke die 's avonds nog de personeelsplanning maakt. Een pedagogisch coach die haar geplande ondersteuning uitstelt omdat er te weinig medewerkers in de leefgroep staan. Het zijn herkenbare situaties in de kinderopvang.
Kinderopvangorganisaties moeten vandaag heel wat ballen in de lucht houden. Ze zoeken personeel, begeleiden nieuwe medewerkers, bewaken de pedagogische kwaliteit en ondersteunen gezinnen. Tegelijk moeten ze hun dagelijkse werking draaiende houden. Maar hoe organiseer je dat allemaal? En wat hebben organisaties nodig om die uitdagingen het hoofd te bieden?
Het Onderzoekscentrum Pedagogie in Praktijk van KdG en Arteveldehogeschool onderzochten deze vragen in het onderzoeksproject Kinderopvang/ORG. De resultaten zijn gebundeld in het rapport Krachtige organisatiestructuren in de kinderopvang.
Steeds meer verwachtingen, niet altijd meer mogelijkheden
De kinderopvang is de afgelopen jaren sterk veranderd. Er gaat steeds meer aandacht naar pedagogische kwaliteit, individuele ontwikkelingsnoden, inclusie en samenwerking met ouders. Tegelijk kampen veel organisaties met personeelstekorten, hoge werkdruk en beperkte financiële middelen.
Om te onderzoeken hoe organisaties daarmee omgaan, analyseerden de onderzoekers gegevens over de Vlaamse kinderopvangsector en de organisatiestructuren van verschillende opvanginitiatieven. Ze interviewden ook leidinggevenden en kinderbegeleiders uit 30 organisaties.
Uit het onderzoek blijkt dat organisaties heel verschillend georganiseerd zijn. Sommige opvanginitiatieven steunen op één of enkele personen die bijna alles op zich nemen. Andere beschikken over verschillende leidinggevenden en gespecialiseerde ondersteuners, zoals pedagogisch coaches, administratieve medewerkers of HR-medewerkers.
Die verschillen bepalen mee hoe organisaties uitdagingen kunnen opvangen. Een kleine organisatie heeft vaak korte communicatielijnen en staat dicht bij kinderen en ouders. Maar wanneer de verantwoordelijke uitvalt, komt meteen een groot deel van de werking onder druk te staan. Grotere organisaties kunnen taken en expertise beter verdelen, maar moeten er dan weer voor zorgen dat de verbinding met de werkvloer behouden blijft.
Er bestaat dus niet één ideale organisatiestructuur. Elke structuur heeft eigen sterktes en kwetsbaarheden.
Creatieve oplossingen houden de opvang draaiende, maar hoe lang?
Kinderopvangorganisaties zoeken voortdurend naar manieren om hun werking te versterken. Ze zetten vliegende kinderbegeleiders in om afwezigheden op te vangen, verdelen taken over verschillende functies, investeren in pedagogische coaching of organiseren overleg en vorming.
Die strategieën kunnen een groot verschil maken. Ze versterken de daadkracht van organisaties: hun vermogen om uitdagingen aan te pakken en kwaliteitsvolle opvang te organiseren. Tegelijk kunnen ze de draagkracht vergroten: de ruimte en ondersteuning die medewerkers nodig hebben om hun werk duurzaam vol te houden.
Maar het onderzoek toont ook hoe kwetsbaar sommige oplossingen zijn. Wanneer een kinderbegeleider ziek wordt, springt de pedagogisch coach of leidinggevende soms zelf in. De leefgroep is daarmee tijdelijk geholpen, maar de geplande ondersteuning of het beleidswerk valt weg.
Een leidinggevende vertelt:
"We springen niet alleen in als kinderbegeleider, maar ook als logistiek medewerker. Je wilt de werking laten draaien. [...] Dat is allemaal mooi in de theorie, maar in de praktijk doen wij wat we kunnen."
Veel strategieën steunen bovendien op de persoonlijke inzet, expertise en flexibiliteit van enkele medewerkers. Wanneer zij uitvallen of vertrekken, dreigt ook hun opgebouwde kennis of ondersteuning verloren te gaan. Wat op korte termijn werkt, is dus niet altijd duurzaam verankerd in de organisatie.
Meer ondersteuning is niet altijd betere ondersteuning
Een belangrijke bevinding is dat extra ondersteunende functies niet automatisch tot betere ondersteuning leiden. Het maakt ook uit hoe die ondersteuning georganiseerd wordt.
Leidinggevenden kijken bijvoorbeeld naar personeelsbeleid, kwaliteitszorg, taakverdeling en de toekomst van hun organisatie. Kinderbegeleiders beoordelen diezelfde keuzes vooral vanuit hun dagelijkse werk. Helpt deze beslissing om kinderen beter te begeleiden? Krijgen we voldoende tijd en ondersteuning? Kunnen we ons werk goed doen?
Een pedagogisch coach kan nieuwe inzichten aanbrengen, maar wanneer medewerkers geen tijd hebben om ermee aan de slag te gaan, blijft de meerwaarde beperkt. Een centrale administratieve dienst kan werk uit handen nemen, maar ook zorgen voor langere beslissingslijnen of minder betrokkenheid.
Daarom benadrukt het onderzoek het belang van nabije en betrokken ondersteuning. Kinderbegeleiders hebben nood aan leidinggevenden en ondersteuners die bereikbaar zijn, hun dagelijkse praktijk kennen, luisteren naar hun bezorgdheden en daarop reageren. Tegelijk willen ze voldoende vertrouwen en autonomie om zelf pedagogische keuzes te maken.
De vraag is dus niet alleen hoeveel ondersteuning een organisatie biedt, maar vooral of die ondersteuning aansluit bij wat medewerkers op de werkvloer nodig hebben.
Een diverser beroepenveld: kansen én vragen
De Toekomstgroep Kinderopvang stelde in 2024 voor om te evolueren naar een diverser beroepenveld. Daarin krijgen verschillende medewerkers een eigen functie, bijvoorbeeld als kinderbegeleider, educatief medewerker, teambegeleider, pedagogisch coach of logistiek medewerker.
Veel leidinggevenden en kinderbegeleiders zien kansen in dit voorstel. Een betere taakverdeling kan de werkdruk verlichten, extra expertise kan teams versterken en nieuwe functies kunnen doorgroeimogelijkheden bieden.
Toch zijn er ook bezorgdheden. Kleinere organisaties vrezen soms hun eigenheid en autonomie te verliezen wanneer ze groter moeten worden of nauwer samenwerken. Kinderbegeleiders vragen zich af wat een verdere opsplitsing van functies betekent voor hun beroep.
Want niet elke taak die ze vandaag uitvoeren, ervaren ze als een belasting. Sommige taken, zoals activiteiten voorbereiden, ouders begeleiden of nieuwe collega's ondersteunen, geven net betekenis en voldoening aan hun werk.
Meer ondersteuning mag dus niet betekenen dat betekenisvolle onderdelen van het beroep verdwijnen. Het onderzoek pleit ook voor mogelijkheden om ervaren kinderbegeleiders te laten doorgroeien en hun verworven competenties te erkennen.
Sterke organisaties kunnen het niet alleen
Een belangrijke conclusie is dat kinderopvangorganisaties vandaag sterk afhankelijk zijn van de persoonlijke inzet en flexibiliteit van hun medewerkers. Maar die flexibiliteit heeft grenzen.
Organisaties kunnen hun werking verbeteren, taken anders verdelen en meer ondersteuning organiseren. Toch kunnen ze structurele problemen zoals personeelstekorten, beperkte financiering en toenemende maatschappelijke verwachtingen niet alleen oplossen.
Het rapport pleit daarom voor voldoende middelen, sterke opleidingen, professionele ontwikkelingsmogelijkheden en ondersteuning bij organisatieontwikkeling. Daarbij moet ruimte blijven voor verschillende organisatiemodellen, afgestemd op de eigenheid en behoeften van elke organisatie.
Het volledige rapport 'Krachtige organisatiestructuren in de kinderopvang' biedt inzichten voor organisatoren, leidinggevenden, kinderbegeleiders, pedagogisch ondersteuners en beleidsmakers.
Want kwaliteitsvolle kinderopvang vraagt sterke kinderbegeleiders. Maar sterke kinderbegeleiders hebben ook sterke organisaties nodig. En die organisaties hebben op hun beurt voldoende ondersteuning nodig om hun opdracht waar te maken.
Meer weten, samenwerken of een persvraag?
Je kan bij ons onderzoekscentrum Pedagogie in Praktijk bijvoorbeeld terecht voor:
- Ondersteuning die past bij organisaties die werken met kinderen en hun gezinnen.
- Intervisie, werkplekleren, spellen, methodieken en online reflectietools.
Contacteer ons vrijblijvend
- Bel +32 3 613 15 28
- E-mail dietlinde.willockx@kdg.be
Karel de Grote Hogeschool