Inhoud en studiepunten van Kunst- en Cultuurbemiddeling

Eerste jaar

Integrale leerlijn

3 studiepunten

Atelier in de stad

(3 studiepunten)

Vakbeschrijving nog niet beschikbaar

Praktijkleerlijn en leertrajectbegeleiding

7 studiepunten

Beroepspraktijk

(7 studiepunten)

Je maakt voor het eerst kennis met de beroepscontext van het sociaal werk: je verkent de grootstedelijke context, wordt je bewust van je eigen referentiekader, verkent het profiel van een sociaal werker, de doelgroepen en de afstudeerrichtingen, je volgt leertrajectbegeleiding enz.

Vaardighedenleerlijn

9 studiepunten

Sociaal-agogische vaardigheden

(6 studiepunten)

Je traint in groepen van 18 studenten de vaardigheden die je nodig hebt in het werkveld en die je bovendien kan gebruiken in andere vakken: observeren, reflecteren, actief luisteren, actief participeren, organiseren en ICT-vaardigheden.

Atelier in de stad

(3 studiepunten)

Je verdiept je in een stedelijk thema in een Antwerpse stadswijk, door informatie op te zoeken, te lezen en te bespreken en door contact te leggen met professionals in organisaties. Je wikt en je weegt om vervolgens je inzichten over dit thema in een aantrekkelijke paper te gieten.

Conceptuele leerlijn

41 studiepunten

Diversiteit en armoede in de stad

(3 studiepunten)

Je krijgt inzicht in etnisch-culturele veranderingsdynamieken in steden en je bestudeert de samenhang met ongelijkheid en kwetsbaarheid.

Economie

(5 studiepunten)

Je bestudeert de belangrijkste macro-economische indicator voor welvaart: het Bruto Binnenlands Product. Daarna ga je in op het vrijemarktmechanisme, de economische groei, de rol van de overheid in een sociale markteconomie en de inkomsten en uitgaven van de Belgische overheid.

Filosofie

(5 studiepunten)

Je krijgt een globale introductie in een wijsgerige manier van denken. Je focust op het 'ik' (wie kijkt er naar de wereld) en leert over identiteit. Je leert de mens zien als verhaal, bekijkt de positie van de mens in de wereld, en dat alles binnen de opvatting dat filosofie sterk verbonden is met het menselijke streven naar geluk en wijsheid. Je legt verbanden tussen de opvattingen van verschillende filosofen hierover.

Inleiding recht

(4 studiepunten)

Je focust op de noodzakelijke juridische kennis die je als sociaal werker nodig hebt om de juridische aspecten van een situatie te herkennen en daarmee aan de slag te gaan.

Politieke, sociale en culturele geschiedenis

(5 studiepunten)

Je bestudeert de West-Europese geschiedenis van na 1750, met als rode draad het emancipatieproces dat steeds meer mensen toelaat greep te krijgen op het eigen leven. Je stelt je uiteindelijk de vraag waar wij momenteel staan in dat emancipatieproces. 

Psychologie

(5 studiepunten)

Je krijgt meer kennis over hoe wij als mensen betekenis geven aan onze leefwereld. Je staat stil bij onze psychologische 'hardware' (bio- en neuropsychologie) en bij onze psychologische functies (waarneming, manieren van leren, denkmechanismes, vormen van bewustzijn, persoonlijkheid enz.). Je past die kennis toe op het domein van de 'sociale psychologie'.

Sociaal recht

(3 studiepunten)

Je leert over het individueel en collectief arbeidsrecht en de sociale zekerheid.

Sociaal werk

(3 studiepunten)

Je leert alles over het brede sociaal werkveld: definities, perceptie, internationale context, empowerment, (voor)oordelen, spanningsvelden, normatieve professionaliteit, historiek, theoretische verkenning ...

Sociaal wetenschappelijk onderzoek

(3 studiepunten)

Je onderzoekt de belangrijkste elementen van wetenschappelijk denken. Je bekijkt wie, wat en hoe onderzocht wordt en wat er kan mislopen. Je gaat dieper in op dataverzameling en leert statistiek.

Sociologie

(5 studiepunten)

Je ontdekt hoe de 'orde' in de samenleving  kan verklaard worden door onder meer het belang van cultuur en het socialiseren. Je leert zien hoe de wanorde in de wereld zich uit in sociale ongelijkheid in diverse verschijningsvormen. Je zoekt naar wat vanuit sociologische invalshoek gezegd kan worden over welzijn en geluk.

Tweede jaar

Conceptuele leerlijn

27 studiepunten

Beheersinstrumenten

(3 studiepunten)

Studenten worden wegwijs gemaakt in de wettelijke componenten bij het organiseren van activiteiten in de kunst- en cultuursector. Het gaat daarbij om het omzetten van de wettelijke kaders in de praktische organisatie van concrete activiteiten. De focus ligt op de aspecten die men bij het organiseren  kan tegenkomen. Concreet passeren de revue: - VZW-structuur (wetgeving + toepassing voor een concrete organisatie). - Vrijwilligerswerk (wetgeving + toepassing in een concrete organisatie). - Kunstenaarsstatuut (wettelijke achtergrond, verschillende facetten) – relatie met interimsubsector. - Werknemersstatuut – Paritaire Comités, mensen aanwerven, personeelsmanagement in Kunst- en Cultuurbemiddeling. - Werken met freelancers. - Sabam, billijke vergoeding, auteursrechten, copyrights, … - de beginselen van projectwerking - het zoeken en aanvragen van subsidies. We gaan ook dieper in op welke (dynamische) bronnen er bestaan opdat studenten ook na het afstuderen op de hoogte blijven van deze wettelijk-organisatorische achtergronden bij het organiseren van activiteiten in de kunst– en cultuursector.

Cultureel werkveld

(3 studiepunten)

De student wordt wegwijs gemaakt in het werkveld van de kunst- en cultuurbemiddelaar. We bestuderen de kunst- en cultuursector en aanverwante sectoren, zoals jeugd en welzijn. Daarbinnen onderzoeken we de opdrachten van de diverse soorten organisaties, en bekijken welke rol de bemiddelaar in elke organisatie kan spelen. 

Cultuur en levensbeschouwing

(3 studiepunten)

We behandelen volgende thema’s in hun onderlinge samenhang: multiculturaliteit, identiteit, levensbeschouwing en sociale rechtvaardigheid. 

Cultuurmarketing

(3 studiepunten)

We onderzoeken hoe kunst- en cultuurbemiddelaars marketing kunnen gebruiken om hun werk beter te doen. Steeds meer culturele en sociale organisaties gaan over tot het toepassen van principes van marketing uit de profit. Waarom? Welke zijn daarvan de consequenties? Wat zijn de voor- en de nadelen? 
De student wordt wegwijs gemaakt in marketingterminologie en in marketingdenken. We bestuderen een aantal good practices uit de cultuursector en kijken kritisch naar cases. Wat kan marketing leren over het bereiken van diverse soorten publiek? Hoe kunnen we publiek aan ons binden? Hoe kan een marketing helpen om acties en interventies te bepalen? Hoe kunnen we de resultaten van onze inspanningen meten? Dit soort vragen komen aan bod.

Diversiteit en armoede in de stad

(3 studiepunten)

Verdiepend werken we verder op DIVAS I, door verder stil te staan bij theoretische kaders en door het aanreiken van  good practices. 
We reiken kennis en inzicht aan over modellen en mechanismen die een rol spelen in het kijken naar (analyse), en het omgaan met diversiteit, armoede en grootstedelijkheid. 
We dagen je uit om innovatief en kritisch na te denken over - en (mee) te zoeken naar oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen inzake grootstedelijkheid, armoede en diversiteit. Waar mogelijk laten we mensen die betrokken zijn in good practices zelf aan het woord.

Kunstgeschiedenis

(3 studiepunten)

De studenten Kunst- en Cultuurbemiddeling moeten de nodige inhoudelijke kennis over (historische) kunstuitingen opbouwen en deze kennis gebruiken om programma's en projecten uit te bouwen. Een elementair artistiek referentiekader gelinkt aan relevante kunsthistorische feiten en periodes is dus belangrijk. We leggen het accent op 4000 jaar kunst, van de Klassieke Oudheid tot en met de 19de eeuw.

Psychologie

(3 studiepunten)

In deze cursus staat de evolutie van de psychologische functies gedurende de levensloop centraal.  Wat is vanuit ontwikkelingspsycholische invalshoek te verwachten in een bepaalde leeftijdsfase.  In die zin krijgt de student telkens een beeld voorgeschoteld van te verwachten mogelijkheden, onmogelijkheden en levensthema's die eigen zijn aan de betreffende leeftijdsfase. De docent tracht hierbij zoveel mogelijk aansluiting te maken met de toekomstige doelgroepen waar de toekomstige sociaal werker in zijn professionele loopbaan mee te maken zal krijgen. De inhouden zijn opgebouwd rond belangrijke levensthema's die zich naar gelang de leeftijdsfase anders manifesteren.

Publieksbegeleiding

(3 studiepunten)

Je krijgt de terminologie van het werken als publieksbegeleider in de vingers en verwerft inzicht in de bredere context van de kunst- en cultuurbemiddeling waar publieksbegeleiding een deel van is. 
We staan we stil bij het wat, hoe en waarom van cultuurparticipatie. 
Daarna leggen we de focus op het werken aan publieksbegeleiding. De centrale vraag die we behandelen is hoe we bij het publiek ‘mede-eigenaarschap’ kunnen genereren.

Sociaal werk

(3 studiepunten)

- Schets van de  basis theoretische onderbouw van sociaal werk 
- Hoe gebeurt de theorieontwikkeling in sociaal werk?
- De concrete theoretische onderbouw van sociaal werk vanuit Payne’s (2005) ‘politics of theory’. 
- De verbinding tussen theorie en praktijk door in te zoomen op sociaal werkmethoden. -Helicopterperspectief ten aanzien van het sociaal werk met betrekking tot de vraag: wat zijn uitdagingen voor de toekomst?
- Helicopterperspectief ten aanzien van het sociaal werk met betrekking tot de vraag: wat zijn uitdagingen voor de toekomst?

Integrale leerlijn

6 studiepunten

Case studies publiekscommunicatie

(3 studiepunten)

Kunst- en cultuurbemiddelaars zijn voor een groot deel van hun job bezig met communicatie. We focussen op schriftelijke communicatie met het publiek. Aan die communicatie werken bemiddelaars vaak samen met andere deskundigen (kunstenaars, curatoren, programmatoren, marketingverantwoordelijken,.…). Typisch aan de job van bemiddelaar is om de communicatie te onderzoeken vanuit het perspectief van het publiek, zowel het bestaande publiek als het publiek dat niet of nog niet deelneemt. Dat betekent dat hij/zij moet kunnen communiceren over artistieke of culturele producten op een toegankelijke en effectieve manier.

Participatie specifieke doelgroepen

(3 studiepunten)

Kunst- en cultuurbemiddelaars stellen zich als missie om zoveel mogelijk mensen hun recht op cultuur te laten uitoefenen. Daarom geven ze bijzondere aandacht aan bevolkingsgroepen die niet of nog niet participeren. Dit opleidingsonderdeel heeft een dubbel doel: ten eerste leren studenten denken en werken in functie van de noden, wensen en kenmerken van een specifiek publiek. Ten tweede leren studenten een bemiddelingsactie opzetten in de praktijk, volgens de methode van projectmatig werken.

Praktijkleerlijn en leertrajectbegeleiding

15 studiepunten

Beroepspraktijk

(15 studiepunten)

Een verkenning van de stageplaats en het werkveld in de breedte: 
-Doelstellingen en structuur 
-Doelpubliek 
-Taakinhouden en opdrachten -Profiel van de werker

Vaardighedenleerlijn

12 studiepunten

Beroepsethiek

(3 studiepunten)

Vanuit de praktijk van de maatschappelijk assistent staan we stil bij ethische, deontologische en juridische dimensies van het vak. We onderzoeken welke invalshoeken het werk op het terrein ondersteunen op moreel gebied. Het vak van maatschappelijk assistent brengt immers morele aspecten mee, waarop studenten zich leren verhouden. We houden hierbij rekening met het perspectief van verschillende belanghebbenden.

Interactief werken met publiek

(3 studiepunten)

Binnen interactief werken met publiek
- verken je via een actieve kennismaking met (hedendaagse) kunst je eigen open kijk op kunst en je begeleidersvaardigheden;
- leer je op een interactieve wijze groepsgesprekken te initiëren en te begeleiden;
- reflecteer je kritisch over je eigen vaardigheden als groepsbegeleider, als kunstparticipant, hoe anderen – in die context – functioneren en leer je deze ervaringen te plaatsen in een aantal denkkaders en theorieën;
- ervaar je aan de hand van talrijke voorbeelden binnen een museumwerking de eigenheid en structuur van publiekswerking;
- werk je een interactieve rondleiding uit voor een kleine groep bezoekers;
- ervaar je de mogelijkheden van het interactief begeleiden van groepen in diverse professionele settings

Interculturele vaardigheden

(3 studiepunten)

Deze training bevat een praktijk- en een theoretisch deel. Het verbinden van de theorie en praktijk is de kern van de training. 
Je werkt aan de bewustwording van je eigen cultuur en identiteit. We voorzien een kennismaking met diverse culturen’. Je gaat daarna verdiepend aan de slag door mee te stappen met een project met nieuwkomers of gespreksgroepen met nieuwkomers te begeleiden. 
We bieden jou een basiskader aan waarin een aantal relevante begrippen en principes uitgewerkt worden. We concretiseren de theoretische noties in methodologische beschouwingen en werkvormen (Pinto en Hofman).

Wetenschappelijke vaardigheden

(3 studiepunten)

Je zoekt vakliteratuur in wetenschappelijke databanken om het onderwerp van je paper te verkennen, om vervolgens het onderwerp in een probleemstelling te gieten. Via literatuuronderzoek zoek je een antwoord op je probleemstelling.

Derde jaar

Praktijkleerlijn en leertrajectbegeleiding

24 studiepunten

Beroepspraktijk

(24 studiepunten)

Tijdens het derde jaar nemen je eigen verantwoordelijkheden toe. Dan loop je liefst zestien weken beroepspraktijken.

Vaardighedenleerlijn

6 studiepunten

Sociaal-Agogische vaardigheden: publieksbegeleiding

(3 studiepunten)

Je traint in groepen van 18 studenten de vaardigheden die je nodig hebt in het werkveld en die je bovendien kan gebruiken in andere vakken: observeren, reflecteren, actief luisteren, actief participeren, organiseren en ICT-vaardigheden.

Conflicthantering en presentatievaardigheden

(3 studiepunten)

In deze training verdiep je je sociale vaardigheden door actief te oefenen. Je leert krachtig maar rustig communiceren en op een creatieve en authentieke manier omgaan met conflicten in de professionele context. 

Via casussen uit het cultureel werkveld, theatrale werkvormen, bespreking en reflectie word je je bewust van je eigen interactiepatronen en verruim je je palet aan handelingsmogelijkheden.

Verder oefen je binnen en buiten de trainingsuren de nodige mondelinge competenties door het maken van een presentatie.

Conceptuele leerlijn

15 studiepunten

Beleidskaders voor sociaal werk

(3 studiepunten)

Vanuit de internationale definitie van sociaal werk schetsen we het belang van signalering,  onderzoeken we het belang van de actuele beleidskaders en van politiserend werken vanuit een structureel perspectief. Inzicht in de werking van beleidscycli is cruciaal om vanuit agogisch perspectief hierop te kunnen inspelen.
In een tweede deel analyseren we het politieke veld, met aandacht voor de ideologische keuzes achter de beleidskaders. We bestuderen de belangrijkste hedendaagse ideologieën en hun impact op de beleidskaders voor sociaal werk. Standpunten in actuele sociale beleidsdebatten worden gekaderd in onderliggende ideologieën. In het derde deel zetten we de stap naar beleidsvoorbereidend, beleidsondersteunend en/of beleidsbeïnvloedend werken, aan de hand van actuele thema's in het sociaal en welzijnsbeleid.

Cultuurbeleid

(3 studiepunten)

Dit opleidingsonderdeel geeft een antwoord op de vraag: “Hoe zijn cultuur- en jeugdbeleid in Vlaanderen geregeld?”. Een korte historiek geeft inzage in de verschillende evoluties en actoren binnen het cultuur- en jeugdwerkveld. Uiteindelijk doel is het ontwikkelen van een actueel denk- en handelingskader over het cultuur- en jeugdbeleid. Hierbij kijken we naar internationale praktijken en zoomen we in op voorbeelden uit de actualiteit. 

Een kunst- en cultuurbemiddelaar wordt onvermijdelijk geconfronteerd met de overheid. Ofwel is de overheid de werkgever ofwel de maker van regels en subsidiesystemen die het werk grotendeels bepalen/betalen. De focus in dit opleidingsonderdeel ligt op het begrijpen, duiden en verklaren van de relatie tussen het overheidsbeleid en het sociaal-culturele- en jeugdwerkveld. 

Hedendaagse kunst

(3 studiepunten)

Je bouwt de nodige inhoudelijke kennis op over hedendaagse kunst en gebruikt deze kennis om programma's en projecten uit te bouwen. Een elementair artistiek referentiekader gelinkt aan relevante kunsthistorische feiten en periodes is dus belangrijk. Hierbij leggen we bij Hedendaagse Kunst het accent op de laatste 80 jaar - van 1930 tot 2011, met een sterke focus op Vlaanderen en Nederland.

Keuzevak 1

(3 studiepunten)
  • Global challenges

    • ​​​Six global challenges 

      • Literacy and technology: illiteracy and development 

      • Economic crisis: unemployment and debt 

      • Commodity crisis: peak oil, rare earth metals and food supply 

      • Ecological crisis: climate change, biodiversity loss and ocean acidification. 

      • Socio-economic crisis: inequality in the world 

      • Demographic crisis: overpopulation, aging ad urbanisation 

    • Six answers

      • International cooperation: North -South, development aid, Millennium Development Goals 

      • Globalisation and neoliberalism (ex. 4 I’s of Iain Ferguson) and beyond globalisation (ex. Buen Vivir) 

      • Transition: energy transition, efficiency, sufficiency and redistribution 

      • Sustainable development: divergence, convergence and a green economy 

      • Social justice, international social work and social action 

      • Conclusion and interdependency of global challenges and answers: systems thinking and resilience

  • Wereldbrede uitdagingen

    • Zes mondiale uitdagingen: 

      • Kennis en technologie: vormen van analfabetisme en technologische ontwikkeling

      • Economische crisis: werkloosheid en overheidsschuld

      • Grondstoffencrisis: piekolie, materialenbeheer en voedselvoorziening

      • Ecologische crisis: klimaatsverandering, biodiversiteitsverlies, verzuring van oceanen.

      • Socio-economische crisis: ongelijkheid binnen samenlevingen en tussen samenleving

      • Demografische crisis: overbevolking, vergrijzing en verstedelijking in de wereld 

    • Zes antwoorden

      • Internationaal samenwerken: Noord-Zuid, ontwikkelingshulp, Millennium Development Goals

      • Globalisering en neoliberalisme (oa. 4 I’s van Iain Ferguson) anders globaliseren (o.a. Buen Vivir)

      • Transitie: energie-transitie, efficiëntie, sufficiëntie en herverdeling

      • Duurzame ontwikkeling: divergentie, convergentie en groene economie

      • Sociale rechtvaardigheid, internationaal sociaal werk en sociale actie

      • Synthese en samenhang tussen mondiale uitdagingen en antwoorden: systeemdenken en veerkracht

Keuzevak 2

(3 studiepunten)
  • Cultuursociologie 
    • Introductie: een korte schets en situering van de cultuursociologie als een boeiende en complexe onderzoeksdiscipline. 
    • De basics in de theorie (Bourdieu). Je leert hoe cultuursociologen de ontwikkeling van onze westerse samenleving verklaren. We bekijken ook enkele actuele reacties daarop. (Laermans en Vanderstichele)
    • Hoge en lage cultuur onder druk.

    • Cultuurspreiding in een symbolische samenleving. Vertrekkend van de ideeën van Elchardus over de symbolische samenleving en een aantal toepassingen daarop. (Pauwels, Berghman en Van Eyck)

  • Organisatieontwikkeling en kwaliteitszorg 
    ​Sociaal werk gebeurt steeds in of met organisaties. Ze hebben een eigen structuur en cultuur die zo goed als mogelijk afgestemd zijn op de doelen die men wil bereiken en de verwachtingen die er leven, zowel bij personeel als leidinggevenden, als de maatschappij waarbinnen de organisatie functioneert. 
    We staan stil bij volgende vragen:

    • Wat is een organisatie?

    • Hoe verloopt de besluitvorming binnen een organisatie en hoe worden de doelstellingen uitgewerkt?

    • Op welke wijze kan een organisatie zich op een efficiënte manier structureren?

    • Wat is de impact van een organisatiecultuur op haar werking en haar medewerkers?

    • Hoe functioneren medewerkers optimaal binnen een organisatie en welke tools kan een organisatie inzetten om een goed personeelsbeleid uit te bouwen? 

    • Waarom veranderen organisatie en welke factoren bepalen en beïnvloeden deze verandering?

    • Hoe kan een organisatie een kwaliteitsvolle dienst- en hulpverlening waarborgen?

  • Psychische stoornissen 
    Volgende kernthema’s worden behandeld: 
    • Wat is  ‘normaal’ gedrag' en wanneer evolueren psychische moeilijkheden naar een 'psychische stoornis'. In de lessen worden studenten uitgedaagd om woorden te geven aan hun intuïtief aanvoelen en te komen tot meer objectiveerbare criteria.  Hierbij komen volgende vragen aan bod: wat is 'normaal' psychisch functioneren en wat kunnen we verstaan onder 'het psychisch lijden' van cliënten.
    • Vervolgens komt de focus te liggen op de 'psychiatrische ziektebeelden'.  Wat wordt juist verstaan onder een 'psychische stoornis', welke criteria worden hierbij gehanteerd en hoe worden deze 'stoornissen' geordend in een breder referentiekader. Welke plaats hebben diagnoses in onze huidige maatschappij en wat is de invloed hiervan op de individuele cliënt.
    • Het belangrijkste onderdeel van deze cursus bestaat uit het overlopen van de belangrijkste, meest voorkomende syndromen.  Achtereenvolgens komen volgende stoornissen aan bod: stemmingsstoornissen, angststoornissen, psychotische stoornissen, persoonlijkheidsstoornissen, eetstoornissen en stoornissen bij kinderen. Mogelijk kan dit worden uitgebreid met verslaving, dissociatieve stoornissen en somatoforme stoornissen. 
    • Bij elk van deze stoornissen bespreken we de mogelijke behandelingen en psychotherapie
  • Sociaal en creatief ondernemen
    We focussen op: 
    • de ontwikkelingen in de arbeidsmarkt & de analyse van de inkomensverdeling;

    • het huidig activeringsbeleid;

    • maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO);

    • de praktijk van de sociale economie;

    • innovaties in het sociaal ondernemingslandschap.

Integrale leerlijn

15 studiepunten

Bachelorproef

(6 studiepunten)

De student behandelt in zijn bachelorproef een onderwerp uit het werkterrein het maatschappelijk werk. De student dient opgedane praktijkervaring en theoretisch verworven inzichten te integreren.

Internationalisering

(3 studiepunten)

Hoe ziet het werkveld er uit in het buitenland? Welke gelijkenissen en verschillen zijn er? En hoe organiseert men dit? Je neemt je eigen leerproces in handen. In kleine groepjes teken je een internationale studiereis uit op maat van je leerbehoeften en gekoppeld aan het thema van het project van jouw groep in het opleidingsonderdeel Project. Je ontwikkelt een programma voor jezelf en jouw groep in een internationale setting. Het bezoeken en bevragen van de geplande organisaties in binnen- en buitenland draagt bij tot een beter beeld van het concrete werkveld. Je wordt tijdens deze bezoeken geconfronteerd met andere basisopstellingen van sociale werkers. Dit zorgt voor reflectie op de eigen opstelling als sociaal werker en meer in het algemeen voor reflectie op de basishouding, beroepshouding van een ideaal typische sociaal werker.

Project

(6 studiepunten)

Je werkt samen met je collega-studenten een vormingsactiviteit uit in opdracht van een organisatie uit het werkveld. Dat doe je heel gestructureerd, volgens een projectplan en een draaiboek. Je voert de activiteit zelf ook uit.

Studiepunten drukken de studieomvang van elk vak uit: één studiepunt stemt overeen met 25 à 30 uren studie. Gemiddeld heb je 22 contacturen per week. (Een contactuur is een uur dat je op de campus met het opleidingsonderdeel bezig bent.)

Deze lessentabellen zijn ter informatie voor studiekiezers. Om ze overzichtelijk en leesbaar te houden, hebben we sommige vakken gebundeld en benamingen gewijzigd. Ze kunnen afwijken van de actuele lessentabellen en vormen geen rechtsgrond.