Inhoud en studiepunten van Maatschappelijk Werk

Eerste jaar

Integrale leerlijn

3 studiepunten

Atelier in de stad

(3 studiepunten)

Vakbeschrijving nog niet beschikbaar

Praktijkleerlijn en leertrajectbegeleiding

7 studiepunten

Beroepspraktijk

(7 studiepunten)

Je maakt voor het eerst kennis met de beroepscontext van het sociaal werk: je verkent de grootstedelijke context, wordt je bewust van je eigen referentiekader, verkent het profiel van een sociaal werker, de doelgroepen en de afstudeerrichtingen, je volgt leertrajectbegeleiding enz.

Vaardighedenleerlijn

9 studiepunten

Sociaal-agogische vaardigheden

(6 studiepunten)

Je traint in groepen van 18 studenten de vaardigheden die je nodig hebt in het werkveld en die je bovendien kan gebruiken in andere vakken: observeren, reflecteren, actief luisteren, actief participeren, organiseren en ICT-vaardigheden.

Atelier in de stad

(3 studiepunten)

Je verdiept je in een stedelijk thema in een Antwerpse stadswijk, door informatie op te zoeken, te lezen en te bespreken en door contact te leggen met professionals in organisaties. Je wikt en je weegt om vervolgens je inzichten over dit thema in een aantrekkelijke paper te gieten.

Conceptuele leerlijn

41 studiepunten

Diversiteit en armoede in de stad

(3 studiepunten)

Je krijgt inzicht in etnisch-culturele veranderingsdynamieken in steden en je bestudeert de samenhang met ongelijkheid en kwetsbaarheid.

Economie

(5 studiepunten)

Je bestudeert de belangrijkste macro-economische indicator voor welvaart: het Bruto Binnenlands Product. Daarna ga je in op het vrijemarktmechanisme, de economische groei, de rol van de overheid in een sociale markteconomie en de inkomsten en uitgaven van de Belgische overheid.

Filosofie

(5 studiepunten)

Je krijgt een globale introductie in een wijsgerige manier van denken. Je focust op het 'ik' (wie kijkt er naar de wereld) en leert over identiteit. Je leert de mens zien als verhaal, bekijkt de positie van de mens in de wereld, en dat alles binnen de opvatting dat filosofie sterk verbonden is met het menselijke streven naar geluk en wijsheid. Je legt verbanden tussen de opvattingen van verschillende filosofen hierover.

Inleiding recht

(4 studiepunten)

Je focust op de noodzakelijke juridische kennis die je als sociaal werker nodig hebt om de juridische aspecten van een situatie te herkennen en daarmee aan de slag te gaan.

Politieke, sociale en culturele geschiedenis

(5 studipeunten)

Je bestudeert de West-Europese geschiedenis van na 1750, met als rode draad het emancipatieproces dat steeds meer mensen toelaat greep te krijgen op het eigen leven. Je stelt je uiteindelijk de vraag waar wij momenteel staan in dat emancipatieproces. 

Psychologie

(5 studiepunten)

Je krijgt meer kennis over hoe wij als mensen betekenis geven aan onze leefwereld. Je staat stil bij onze psychologische 'hardware' (bio- en neuropsychologie) en bij onze psychologische functies (waarneming, manieren van leren, denkmechanismes, vormen van bewustzijn, persoonlijkheid enz.). Je past die kennis toe op het domein van de 'sociale psychologie'.

Sociaal recht

(3 studiepunten)

Je leert over het individueel en collectief arbeidsrecht en de sociale zekerheid.

Sociaal werk

(3 studiepunten)

Je leert alles over het brede sociaal werkveld: definities, perceptie, internationale context, empowerment, (voor)oordelen, spanningsvelden, normatieve professionaliteit, historiek, theoretische verkenning ...

Sociaal wetenschappelijk onderzoek

(3 studiepunten)

Je onderzoekt de belangrijkste elementen van wetenschappelijk denken. Je bekijkt wie, wat en hoe onderzocht wordt en wat er kan mislopen. Je gaat dieper in op dataverzameling en leert statistiek.

Sociologie

(5 studiepunten)

Je ontdekt hoe de 'orde' in de samenleving  kan verklaard worden door onder meer het belang van cultuur en het socialiseren. Je leert zien hoe de wanorde in de wereld zich uit in sociale ongelijkheid in diverse verschijningsvormen. Je zoekt naar wat vanuit sociologische invalshoek gezegd kan worden over welzijn en geluk.

Tweede jaar

Conceptuele leerlijn

27 studiepunten

Cultuur en levensbeschouwing

(3 studiepunten)

We behandelen volgende thema’s in hun onderlinge samenhang: multiculturaliteit, identiteit, levensbeschouwing en sociale rechtvaardigheid. 

Diversiteit en armoede in de stad

(3 studiepunten)

We zoeken naar antwoorden op uitdagingen verbonden aan diversiteit, armoede en grootstedelijkheid. Specifieke maatschappelijke uitdagingen die we behandelen zijn armoedebestrijding en intra-Europese migratie. 
Naast de nodige basiskennis (concepten en realiteiten) over deze thema’s, komen in de lessen ook prikkelende (nationale en internationale) initiatieven uit het werkveld aan bod. Als onderbouw bespreken we enkele belangrijke kaders waarbinnen die antwoorden gezocht (kunnen) worden.

Financiële en materiële hulpverlening

(3 studiepunten)

We behandelen de wetgeving voor werknemers inzake: 

  • De wettelijke ziekte en invaliditeitsverzekering 
  • De werkloosheidsuitkering 
  • Gezondheidszorgen 
  • Gezinsbijslag 
  • Inkomensgarantie voor ouderen 
  • Recht op maatschappelijke integratie 
  • Tegemoetkomingen aan personen met een handicap 
  • VAPH (vlaams agentschap voor personen met een handicap) 
  • Tewerkstellingsmaatregelen 
  • Vrijstellingen en sociale voordelen (op diverse overheidsniveaus)

Handelingskaders in het maatschappelijk werk

(3 studiepunten)

We bieden een methodische verdieping van de kerntaken en de praktijktheorieën van het maatschappelijk werk. De inhoud wordt geïllustreerd door concrete praktijktoepassingen en eigen stage-ervaringen uit een divers werkveld.

Inleiding maatschappelijk werk

(6 studiepunten)

Volgende thema’s worden behandeld: beroepsprofiel van de maatschappelijk werker, historische evolutie, actuele visie en toekomstige uitdagingen van het maatschappelijk werk, doelstellingen, waarden, attitudes van het maatschappelijk werk en de hulpverlening, interprofessioneel kader en professionele autonomie, deontologie van de hulpverlening en de maatschappelijk werker, de praktijktheorieën van het maatschappelijk werk, de koppeling van methoden en handelingskaders aan de kerntaken van het maatschappelijk werk, sleutelbegrippen van het wisselwerkingsgerichtdenkmodel, acht systemische perspectieven op mensen, gezinnen, relaties en systemen.

Psychologie

(3 studiepunten)

In deze cursus staat de evolutie van de psychologische functies gedurende de levensloop centraal.  Wat is vanuit ontwikkelingspsycholische invalshoek te verwachten in een bepaalde leeftijdsfase.  In die zin krijgt de student telkens een beeld voorgeschoteld van te verwachten mogelijkheden, onmogelijkheden en levensthema's die eigen zijn aan de betreffende leeftijdsfase. De docent tracht hierbij zoveel mogelijk aansluiting te maken met de toekomstige doelgroepen waar de toekomstige sociaal werker in zijn professionele loopbaan mee te maken zal krijgen. De inhouden zijn opgebouwd rond belangrijke levensthema's die zich naar gelang de leeftijdsfase anders manifesteren.

Sociaal werk

(3 studiepunten)

In het opleidingsonderdeel ‘Sociaal Werk II’ worden vijf grote delen uitgebouwd: 

  • Schets van de  basistheoretische onderbouw van sociaal werk 
  • Hoe gebeurt de theorieontwikkeling in sociaal werk?
  • De concrete theoretische onderbouw van sociaal werk vanuit Payne’s (2005) ‘politics of theory’. 
  • De verbinding tussen theorie en praktijk door in te zoomen op sociaal werkmethoden. -Helicopterperspectief ten aanzien van het sociaal werk met betrekking tot de vraag: wat zijn uitdagingen voor de toekomst?

Maatschappelijk werk: werken aan welzijn

(3 studiepunten)

We kijken hoe ‘werken aan welzijn en gezondheid’ in onze samenleving historisch groeide en momenteel wordt georganiseerd. We staan stil bij het welzijnsbeleid en de kenmerken van een sociaal beleid, de beleidsactoren en hoe je beleid mee kan vormgeven vanuit je positie als maatschappelijk werker.

Integrale leerlijn

6 studiepunten

Schrijven voor cliëntsysteem

(3 studiepunten)
  • Schrijven: bijvoorbeeld maken van een intake-verslag voor een CAW, opstellen van een sociaal verslag voor een Bijzonder Comité van het OCMW of schrijven een adviesverslag voor een jeugdrechter 
  • Begeleiden: bijvoorbeeld maken van een begeleidingsplan, inventariseren van noden en doelen of uitwerken van een (begeleidings)methodiek 
  • Rechten uitputten: bijvoorbeeld gebruiken van de sociale kaart (in functie van sociale voorziening of doorverwijzing), opzoeken van relevante toekenningscriteria (bij de diverse overheden), samenstellen van een cliëntdossier en invullen van aanvraagformulieren of aanspreken van subsidiekanalen

Structuurgericht werken

(3 studiepunten)

We reiken methodieken aan om verandering op structureel-maatschappelijk niveau te realiseren.
We kijken naar hulpverlening met als doel de organisaties van die hulpverlening en de samenleving te veranderen en de sociale positie van bepaalde groepen cliënten te verbeteren.
Door structuurgericht te denken en te handelen realiseert de maatschappelijk werker de brugfunctie tussen mens en samenleving, sleutelt hij aan bestaanscondities en bevordert participatie en empowerment.

Praktijkleerlijn en leertrajectbegeleiding

15 studiepunten

Beroepspraktijk

(15 studiepunten)

Een verkenning van de beroepspraktijkplaats en het werkveld in de breedte: 

  • Doelstellingen en structuur 
  • Doelpubliek 
  • Taakinhouden en opdrachten
  • Profiel van de werker

Vaardighedenleerlijn

12 studiepunten

Beroepsethiek

(3 studiepunten)

Vanuit de praktijk van de maatschappelijk assistent staan we stil bij ethische, deontologische en juridische dimensies van het vak. We onderzoeken welke invalshoeken het werk op het terrein ondersteunen op moreel gebied. Het vak van maatschappelijk assistent brengt immers morele aspecten mee, waarop studenten zich leren verhouden. We houden hierbij rekening met het perspectief van verschillende belanghebbenden.

Gespreksmethodieken

(3 studiepunten)

We focussen op de gespreksvaardigheden en de basishouding nodig voor het voeren van een professioneel gesprek.
Er wordt uitgebreid stilgestaan bij het aanmeldingsgesprek binnen de hulpverlening. De student leert enerzijds een werkrelatie aan te gaan met de cliënt (betrekkingsniveau) en anderzijds de hulpvraag (inhoudsniveau) van de cliënt verkennen en ordenen.
De student leert omgaan met emoties die tijdens een aanmeldingsgesprek aan bod kunnen komen.
De student krijgt handvatten om een slecht nieuws gesprek te voeren.

Werken met groepen

(3 studiepunten)

De training richt zich voornamelijk op het interveniëren in ontwikkelingsprocessen (sociaal-emotionele steun, groei, educatie, conflict, teamontwikkeling ...). 
De training wordt onderbouwd met oefeningen en cases uit de beroepscontext van de deelnemers/trainer.

Wetenschappelijke vaardigheden

(3 studiepunten)

Je zoekt vakliteratuur in wetenschappelijke databanken om het onderwerp van je paper te verkennen, om vervolgens het onderwerp in een probleemstelling te gieten. Via literatuuronderzoek zoek je een antwoord op je probleemstelling.

Derde jaar

Praktijkleerlijn en leertrajectbegeleiding

24 studiepunten

Beroepspraktijk

(24 studiepunten)

De student verwerft doorheen de beroepspraktijk en persoonlijke studie competenties die noodzakelijk zijn voor het uitoefenen van de functie Sociaal Werker. 

  • Grondige kennismaking met het werkveld en de plaats van de beroepspraktijk-instelling daarin.
  • Verdieping in de organisatiestructuur, doelstellingen, doelgroepen en samenwerkingsverbanden.
  • Verdieping in het profiel van de professionele werker.
  • Zelfstandig uitvoeren van het volledige takenpakket van een professionele sociaal werker.

Vaardighedenleerlijn

6 studiepunten

Interculturele vaardigheden

(3 studiepunten)

Deze training bevat een praktijk- en een theoretisch deel. Beide worden parallel aan elkaar aangeboden. Het verbinden van de theorie en praktijk is de kern van de training. 
Spoor 1: Je werkt aan de bewustwording van je eigen cultuur en identiteit. Je gaat daarna verdiepend aan de slag door mee te stappen in een project met nieuwkomers of gespreksgroepen met nieuwkomers te begeleiden. Binnen deze projecten heb je een wekelijks contact met nieuwkomers. Tijdens de ingeroosterde intervisies krijg je coaching en gaan we samen met de opgedane ervaringen aan de slag. 
Spoor 2: We bieden een beknopt basiskader aan waarin een aantal relevante begrippen en principes uitgewerkt worden: identiteit, diversiteit, cultuur (verschillen en overeenkomsten), cultuurevolutionisme, ethocentrisme, cultuurrelativisme, omgekeerd etnocentrisme, actief pluralisme, deculturalisering, multi- en interculturaliteit, discriminatie en racisme, inburgering, superdiversiteit, ... Er zal aandacht worden besteed aan de concretisering van bovenstaande theoretische noties in methodologische beschouwingen en werkvormen. Aan de hand van concrete casestudies uit diverse praktijkrelevante settings zullen we werken rond interculturele communicatie en agogische processen in een reëele pluralistische context op microniveau. Tegelijk zullen we de meso- en macrocontext van deze interacties op microniveau benoemen.

Sociaal-agogische vaardigheden: hulpverlening

(3 sudiepunten)

Dit is het methodologische sluitstuk van de basisopleiding Maatschappelijk Werk. Deze training bouwt verder op de vaardigheden en competenties die studenten verworven in de praktische en theoretische kernopleidingsonderdelen Sociaal-agogische vaardigheden II Maatschappelijk Werk: Gespreksmethodieken, Inleiding maatschappelijk werk, Handelingskaders en Beroepsethiek. We komen tot een praktijkgerichte integratie van theoretische en methodische handvaten die belangrijk zijn in het dagelijkse professionele functioneren van een maatschappelijk werker op het terrein. We hebben oog voor de verschillende fases in het hulpverleningsproces en gaan uit van een krachtgerichte visie op cliënten gekaderd in een maatschappelijk perspectief. Een belangrijke focus van de training ligt op onze normatieve professionaliteit.

Conceptuele leerlijn

15 studiepunten

Beleidskaders voor sociaal werk

(3 studiepunten)

Vanuit de internationale definitie van sociaal werk schetsen we het belang van signalering,  onderzoeken we het belang van de actuele beleidskaders en van politiserend werken vanuit een structureel perspectief. Inzicht in de werking van beleidscycli is cruciaal om vanuit agogisch perspectief hierop te kunnen inspelen.
In een tweede deel analyseren we het politieke veld, met aandacht voor de ideologische keuzes achter de beleidskaders. We bestuderen de belangrijkste hedendaagse ideologieën en hun impact op de beleidskaders voor sociaal werk. Standpunten in actuele sociale beleidsdebatten worden gekaderd in onderliggende ideologieën. In het derde deel zetten we de stap naar beleidsvoorbereidend, beleidsondersteunend en/of beleidsbeïnvloedend werken, aan de hand van actuele thema's in het sociaal en welzijnsbeleid.

Maatschappelijk werk: werken met doelgroepen

(6 studiepunten)
  • Jeugd: we focussen op de functies die de maatschappelijk werker opneemt t.a.v. minderjarigen. In een eerste deel wordt de juridische en sociologische positie van jongeren belicht. Vervolgens wordt het hulpverleningsaanbod aan minderjarigen overlopen met aandacht voor zowel de vrijwillige als de gedwongen context. Ten slotte wordt er ingegaan op verschillende methoden en initiatieven naar bijzondere doelgroepen of problematieken. 
  • Justitie: we focussen op de functies die de maatschappelijk werker opneemt t.a.v. mensen die in aanraking komen met het strafrechtssysteem. We werken aan de ontwikkeling van een kritische kijk op het justitie-en veiligheidsbeleid. (Basis)kennis van strafrecht en inzicht in het strafproces ligt aan de basis om actualiteit i.v.m. criminaliteit te begrijpen. Een verkenning van het werkveld, met zijn hulp- en dienstverlening aan daders en slachtoffers, maken we samen in de lessen.
  • Ouderen: we focussen op de functies die de maatschappelijk werker opneemt t.a.v. ouderen, op de positie die ouderen innemen in onze maatschappij, de vergrijzing en de draagkracht binnen het sociaal zekerheidstelsel en de actieve welvaartstaat. Bijzondere aandacht gaat naar de sociaal zwakke positie van ouderen met dementie, de oudermisbehandeling, de vroegtijdige zorgplanning van de oudere patiënt en het omgaan met rouw en verlies. Het hulpverleningsaanbod en methodische handvaten worden aangereikt.

Keuzevak 1

(3 studiepunten)
  • Global challenges

    • ​​​Six global challenges 

      • Literacy and technology: illiteracy and development 

      • Economic crisis: unemployment and debt 

      • Commodity crisis: peak oil, rare earth metals and food supply 

      • Ecological crisis: climate change, biodiversity loss and ocean acidification. 

      • Socio-economic crisis: inequality in the world 

      • Demographic crisis: overpopulation, aging ad urbanisation 

    • Six answers

      • International cooperation: North -South, development aid, Millennium Development Goals 

      • Globalisation and neoliberalism (ex. 4 I’s of Iain Ferguson) and beyond globalisation (ex. Buen Vivir) 

      • Transition: energy transition, efficiency, sufficiency and redistribution 

      • Sustainable development: divergence, convergence and a green economy 

      • Social justice, international social work and social action 

      • Conclusion and interdependency of global challenges and answers: systems thinking and resilience

  • Wereldbrede uitdagingen

    • Zes mondiale uitdagingen: 

      • Kennis en technologie: vormen van analfabetisme en technologische ontwikkeling

      • Economische crisis: werkloosheid en overheidsschuld

      • Grondstoffencrisis: piekolie, materialenbeheer en voedselvoorziening

      • Ecologische crisis: klimaatsverandering, biodiversiteitsverlies, verzuring van oceanen.

      • Socio-economische crisis: ongelijkheid binnen samenlevingen en tussen samenleving

      • Demografische crisis: overbevolking, vergrijzing en verstedelijking in de wereld 

    • Zes antwoorden

      • Internationaal samenwerken: Noord-Zuid, ontwikkelingshulp, Millennium Development Goals

      • Globalisering en neoliberalisme (oa. 4 I’s van Iain Ferguson) anders globaliseren (o.a. Buen Vivir)

      • Transitie: energie-transitie, efficiëntie, sufficiëntie en herverdeling

      • Duurzame ontwikkeling: divergentie, convergentie en groene economie

      • Sociale rechtvaardigheid, internationaal sociaal werk en sociale actie

      • Synthese en samenhang tussen mondiale uitdagingen en antwoorden: systeemdenken en veerkracht

Keuzevak 2

(3 studiepunten)
  • Cultuursociologie 
    • Introductie: een korte schets en situering van de cultuursociologie als een boeiende en complexe onderzoeksdiscipline. 
    • De basics in de theorie (Bourdieu). Je leert hoe cultuursociologen de ontwikkeling van onze westerse samenleving verklaren. We bekijken ook enkele actuele reacties daarop. (Laermans en Vanderstichele)
    • Hoge en lage cultuur onder druk.

    • Cultuurspreiding in een symbolische samenleving. Vertrekkend van de ideeën van Elchardus over de symbolische samenleving en een aantal toepassingen daarop. (Pauwels, Berghman en Van Eyck)

  • Organisatieontwikkeling en kwaliteitszorg 
    ​Sociaal werk gebeurt steeds in of met organisaties. Ze hebben een eigen structuur en cultuur die zo goed als mogelijk afgestemd zijn op de doelen die men wil bereiken en de verwachtingen die er leven, zowel bij personeel als leidinggevenden, als de maatschappij waarbinnen de organisatie functioneert. 
    We staan stil bij volgende vragen:

    • Wat is een organisatie?

    • Hoe verloopt de besluitvorming binnen een organisatie en hoe worden de doelstellingen uitgewerkt?

    • Op welke wijze kan een organisatie zich op een efficiënte manier structureren?

    • Wat is de impact van een organisatiecultuur op haar werking en haar medewerkers?

    • Hoe functioneren medewerkers optimaal binnen een organisatie en welke tools kan een organisatie inzetten om een goed personeelsbeleid uit te bouwen? 

    • Waarom veranderen organisatie en welke factoren bepalen en beïnvloeden deze verandering?

    • Hoe kan een organisatie een kwaliteitsvolle dienst- en hulpverlening waarborgen?

  • Psychische stoornissen 
    Volgende kernthema’s worden behandeld: 
    • Wat is  ‘normaal’ gedrag' en wanneer evolueren psychische moeilijkheden naar een 'psychische stoornis'. In de lessen worden studenten uitgedaagd om woorden te geven aan hun intuïtief aanvoelen en te komen tot meer objectiveerbare criteria.  Hierbij komen volgende vragen aan bod: wat is 'normaal' psychisch functioneren en wat kunnen we verstaan onder 'het psychisch lijden' van cliënten.
    • Vervolgens komt de focus te liggen op de 'psychiatrische ziektebeelden'.  Wat wordt juist verstaan onder een 'psychische stoornis', welke criteria worden hierbij gehanteerd en hoe worden deze 'stoornissen' geordend in een breder referentiekader. Welke plaats hebben diagnoses in onze huidige maatschappij en wat is de invloed hiervan op de individuele cliënt.
    • Het belangrijkste onderdeel van deze cursus bestaat uit het overlopen van de belangrijkste, meest voorkomende syndromen.  Achtereenvolgens komen volgende stoornissen aan bod: stemmingsstoornissen, angststoornissen, psychotische stoornissen, persoonlijkheidsstoornissen, eetstoornissen en stoornissen bij kinderen. Mogelijk kan dit worden uitgebreid met verslaving, dissociatieve stoornissen en somatoforme stoornissen. 
    • Bij elk van deze stoornissen bespreken we de mogelijke behandelingen en psychotherapie
  • Sociaal en creatief ondernemen
    We focussen op: 
    • de ontwikkelingen in de arbeidsmarkt & de analyse van de inkomensverdeling;

    • het huidig activeringsbeleid;

    • maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO);

    • de praktijk van de sociale economie;

    • innovaties in het sociaal ondernemingslandschap.

Integrale leerlijn

15 studiepunten

Bachelorproef

(6 studiepunten)

De student behandelt in zijn bachelorproef een onderwerp uit het werkterrein het maatschappelijk werk. De student dient opgedane praktijkervaring en theoretisch verworven inzichten te integreren.

Internationalisering

(3 studiepunten)

Hoe ziet het werkveld er uit in het buitenland? Welke gelijkenissen en verschillen zijn er? En hoe organiseert men dit? Je neemt je eigen leerproces in handen. In kleine groepjes teken je een internationale studiereis uit op maat van je leerbehoeften en gekoppeld aan het thema van het project van jouw groep in het opleidingsonderdeel Project. Je ontwikkelt een programma voor jezelf en jouw groep in een internationale setting. Het bezoeken en bevragen van de geplande organisaties in binnen- en buitenland draagt bij tot een beter beeld van het concrete werkveld. Je wordt tijdens deze bezoeken geconfronteerd met andere basisopstellingen van sociale werkers. Dit zorgt voor reflectie op de eigen opstelling als sociaal werker en meer in het algemeen voor reflectie op de basishouding, beroepshouding van een ideaal typische sociaal werker.

Project

(6 studiepunten)

Studenten leren projectmatig werken binnen een beroepscontext. In kleine groepjes (+/-5 studenten) formuleren zij een uitgebreid antwoord op een vraag uit het werkveld. De studenten worden hierbij begeleid door een coach van de school. De organisatie uit het werkveld biedt informatie en ondersteuning bij het uitvoeren van de opdracht. De opdracht mondt uit in een schriftelijk rapport met adviezen voor de opdrachtgever. De studenten presenteren hun eindproduct aan medestudenten, de coach, de opdrachtgever en andere geïnteresseerden. Het projectwerk wordt tevens vanuit een internationale invalshoek gevoed. De buitenlandse reis binnen internationalisering MW kan hierbij ondersteunend en inspirerend werken.

Studiepunten drukken de studieomvang van elk vak uit: één studiepunt stemt overeen met 25 à 30 uren studie. Gemiddeld heb je 22 contacturen per week. (Een contactuur is een uur dat je op de campus met het opleidingsonderdeel bezig bent.)

Deze lessentabellen zijn ter informatie voor studiekiezers. Om ze overzichtelijk en leesbaar te houden, hebben we sommige vakken gebundeld en benamingen gewijzigd. Ze kunnen afwijken van de actuele lessentabellen en vormen geen rechtsgrond.