Inhoud en studiepunten van Sociaal-Cultureel Werk

Eerste jaar

Integrale leerlijn

3 studiepunten

Atelier in de stad

(3 studiepunten)

Vakbeschrijving nog niet beschikbaar

Praktijkleerlijn en leertrajectbegeleiding

7 studiepunten

Beroepspraktijk

(7 studiepunten)

Je maakt voor het eerst kennis met de beroepscontext van het sociaal werk: je verkent de grootstedelijke context, wordt je bewust van je eigen referentiekader, verkent het profiel van een sociaal werker, de doelgroepen en de afstudeerrichtingen, je volgt leertrajectbegeleiding enz.

Vaardighedenleerlijn

9 studiepunten

Sociaal-agogische vaardigheden

(6 studiepunten)

Je traint in groepen van 18 studenten de vaardigheden die je nodig hebt in het werkveld en die je bovendien kan gebruiken in andere vakken: observeren, reflecteren, actief luisteren, actief participeren, organiseren en ICT-vaardigheden.

Atelier in de stad

(3 studiepunten)

Je verdiept je in een stedelijk thema in een Antwerpse stadswijk, door informatie op te zoeken, te lezen en te bespreken en door contact te leggen met professionals in organisaties. Je wikt en je weegt om vervolgens je inzichten over dit thema in een aantrekkelijke paper te gieten.

Conceptuele leerlijn

Diversiteit en armoede in de stad

(3 studiepunten)

Je krijgt inzicht in etnisch-culturele veranderingsdynamieken in steden en je bestudeert de samenhang met ongelijkheid en kwetsbaarheid.

Economie

(5 studiepunten)

Je bestudeert de belangrijkste macro-economische indicator voor welvaart: het Bruto Binnenlands Product. Daarna ga je in op het vrijemarktmechanisme, de economische groei, de rol van de overheid in een sociale markteconomie en de inkomsten en uitgaven van de Belgische overheid.

Filosofie

(5 studiepunten)

Je krijgt een globale introductie in een wijsgerige manier van denken. Je focust op het 'ik' (wie kijkt er naar de wereld) en leert over identiteit. Je leert de mens zien als verhaal, bekijkt de positie van de mens in de wereld, en dat alles binnen de opvatting dat filosofie sterk verbonden is met het menselijke streven naar geluk en wijsheid. Je legt verbanden tussen de opvattingen van verschillende filosofen hierover.

Inleiding recht

(4 studiepunten)

Je focust op de noodzakelijke juridische kennis die je als sociaal werker nodig hebt om de juridische aspecten van een situatie te herkennen en daarmee aan de slag te gaan.

Politieke, sociale en culturele geschiedenis

(5 studiepunten)

Je bestudeert de West-Europese geschiedenis van na 1750, met als rode draad het emancipatieproces dat steeds meer mensen toelaat greep te krijgen op het eigen leven. Je stelt je uiteindelijk de vraag waar wij momenteel staan in dat emancipatieproces. 

Psychologie

(5 studiepunten)

Je krijgt meer kennis over hoe wij als mensen betekenis geven aan onze leefwereld. Je staat stil bij onze psychologische 'hardware' (bio- en neuropsychologie) en bij onze psychologische functies (waarneming, manieren van leren, denkmechanismes, vormen van bewustzijn, persoonlijkheid enz.). Je past die kennis toe op het domein van de 'sociale psychologie'.

Sociaal recht

(3 studiepunten)

Je leert over het individueel en collectief arbeidsrecht en de sociale zekerheid.

Sociaal werk

(3 studiepunten)

Je leert alles over het brede sociaal werkveld: definities, perceptie, internationale context, empowerment, (voor)oordelen, spanningsvelden, normatieve professionaliteit, historiek, theoretische verkenning ...

Sociaal wetenschappelijk onderzoek

(3 studiepunten)

Je onderzoekt de belangrijkste elementen van wetenschappelijk denken. Je bekijkt wie, wat en hoe onderzocht wordt en wat er kan mislopen. Je gaat dieper in op dataverzameling en leert statistiek.

Sociologie

(5 studiepunten)

Je ontdekt hoe de 'orde' in de samenleving  kan verklaard worden door onder meer het belang van cultuur en het socialiseren. Je leert zien hoe de wanorde in de wereld zich uit in sociale ongelijkheid in diverse verschijningsvormen. Je zoekt naar wat vanuit sociologische invalshoek gezegd kan worden over welzijn en geluk.

Tweede jaar

Conceptuele leerlijn

27 studiepunten

Inleiding sociaal-cultureel werk

(3 studiepunten)

Sociaal-cultureel werk, wat betekent dit? Over welke sectoren spreken we en wat is de eigenheid van een sociaal-cultureel werker? Allemaal vragen waar je samen met je medestudenten antwoorden op zoekt. Met aandacht voor de geschiedenis van onze sectoren. Naast kennis over het werkveld ontwikkel je ook een visie op dit werkveld: wat zijn goede sociaal-culturele praktijken, op welke manier sta je als werker in de praktijk, welke rollen speel je, hoe is de kijk van de opleiding sociaal-cultureel werk op sociaal(-cultureel) werk? Het sociaal-cultureel werkveld  heeft te maken met heel wat wetgevende kaders. Je leert te kijken met welke kaders je te maken hebt in een concrete situatie en vindt je weg hierin. Na het volgen van dit vak duiken vele studenten de praktijk in tijdens de stage. Je maakt een uitgebreide organisatieverkenning van je toekomstige stageplaats of een andere organisatie, op basis van basisinzichten rond organisatiemanagement die aangeboden worden.

Culturele functie

(3 studiepunten)

Je maakt kennis met de culturele functie van het Sociaal-cultureel Werk. Na een afbakening van het begrip "cultuur", verdiep je je in de culturele functie volgens de koepelorganisatie Socius en bekijk je hoe deze vorm krijgen in diverse sociaal-cultureel werkorganisaties. Je wordt wegwijsgemaakt in het ruimere culturele werkveld en staat uitgebreid stil bij sociaal artistiek werken als deelsector en als werkvorm. Tot slot komt het debat "cultuurparticipatie" aan bod.

Cultuur en levensbeschouwing

(3 studiepunten)

We behandelen volgende thema’s in hun onderlinge samenhang: multiculturaliteit, identiteit, levensbeschouwing en sociale rechtvaardigheid. 

Diversiteit en armoede in de stad

(3 studiepunten)

We zoeken naar antwoorden op uitdagingen verbonden aan diversiteit, armoede en grootstedelijkheid. Specifieke maatschappelijke uitdagingen die we behandelen zijn armoedebestrijding en intra-Europese migratie. 
Naast de nodige basiskennis (concepten en realiteiten) over deze thema’s, komen in de lessen ook prikkelende (nationale en internationale) initiatieven uit het werkveld aan bod. Als onderbouw bespreken we enkele belangrijke kaders waarbinnen die antwoorden gezocht (kunnen) worden.

Educatieve functie

(3 studiepunten)

Je verwerft een aantal basisinzichten over vorming en opleiding aan volwassenen.  We focussen op de sectoren binnen de volwasseneneducatie en de eigenheid van het Sociaal Cultureel Volwassenenwerk, de verschillende soorten van leren, de specificiteit van leren van volwassenen, leer- en begeleidingsstijlen, diverse leertheorieën en ontwikkelingen en spanningsvelden t.a.v. vorming en opleiding in de samenleving. De theoretische modellen worden verduidelijkt aan de hand van praktijkvoorbeelden uit diverse contexten. Je leert een vormingscyclus opstellen. We werken aan de inzichten die nodig zijn voor de voorbereiding en uitvoering van activiteiten met een sterk educatief accent.

Gemeenschapsvormende functie

(3 studiepunten)

In dit opleidingsonderdeel bestudeer je inleidend de functies in het sociaal-cultureel werk en de gemeenschapsvormende functie in het bijzonder. Je staat stil bij de onderliggende maatschappelijke tendensen die het belang van sociale cohesie naar voor brengen. Je verkent diverse visies op sociale cohesie en bekijkt deze kritisch. Vervolgens maak je kennis met strategieën en interventiekaders. Dit aan de hand van projecten uit het brede werkveld (met een focus op interculturele context). Je leert hierin de theoretische basis en onderliggende visie herkennen en benoemen, de doelstellingen identificeren, de werkwijze doorgronden en de resultaten evalueren.

Maatschappelijke activeringsfunctie

(3 studiepunten)

We gaan in op de activeringsfunctie van het sociaal-cultureel werk. We behandelen verschillende invullingen van de concepten activering en participatie. De studenten dienen deze invullingen kritisch te kunnen beoordelen en te plaatsen in hun maatschappelijke context. Aan de hand van diverse praktijkvoorbeelden bekijken we verschillende activerings- en participatiemethodieken van dichterbij. Studenten leren de theoretische basis en onderliggende visie te herkennen en benoemen, de doelstellingen te identificeren, de werkwijze te doorgronden en de resultaten te evalueren. Studenten leren de subsector van de sociale economie kennen.

Psychologie

(3 studiepunten)

In deze cursus staat de evolutie van de psychologische functies gedurende de levensloop centraal.  Wat is vanuit ontwikkelingspsycholische invalshoek te verwachten in een bepaalde leeftijdsfase.  In die zin krijgt de student telkens een beeld voorgeschoteld van te verwachten mogelijkheden, onmogelijkheden en levensthema's die eigen zijn aan de betreffende leeftijdsfase. De docent tracht hierbij zoveel mogelijk aansluiting te maken met de toekomstige doelgroepen waar de toekomstige sociaal werker in zijn professionele loopbaan mee te maken zal krijgen. De inhouden zijn opgebouwd rond belangrijke levensthema's die zich naar gelang de leeftijdsfase anders manifesteren.
De cursus start met inleidende beschouwingen over tijd, mensbeeld, en opvoeding.  Daarna volgen hoofdstukken waarin de focus zich verlegd van de 'psychische geboorte', naar 'basisveiligheid', 'taal en denken',  'magie en zelfexpressie' en 'sociale relaties'. Het hoofdstuk 'wie ben ik' vertrekt vanuit de zoektocht in de adolescentie, en gaat over in 'de zoektocht naar zelfrealisatie' wat zich vooral tijdens de volwassenheid afspeelt, om te eindigen bij 'wijsheid en integriteit'.

Sociaal werk

(3 studiepunten)
  • Schets van de basis theoretische onderbouw van sociaal werk 
  • Hoe gebeurt de theorieontwikkeling in sociaal werk?
  • De concrete theoretische onderbouw van sociaal werk vanuit Payne’s (2005) ‘politics of theory’. 
  • De verbinding tussen theorie en praktijk door in te zoomen op sociaal werkmethoden. 
  • Helicopterperspectief ten aanzien van het sociaal werk met betrekking tot de vraag: wat zijn uitdagingen voor de toekomst?

Integrale leerlijn

6 studiepunten

Projectmatig werken

(6 studiepunten)

We starten vanuit een actuele vraag met een sociaal cultureel werk organisatie. Als student ga je in subgroepen samen met het werkveld en je coach aan de slag met deze vraag. 
Eerst krijg je inzicht in de theorie van projectmatig werken. Vervolgens maak je een probleemanalyse bestaande uit een beschrijving van de context, de doelgroep, de betrokken partijen en expertise uit andere praktijken. Hiervoor maak je gebruik van sociaal wetenschappelijk onderzoek (interview of focusgroep of observatie of schriftelijke enquête) en wetenschappelijke literatuur. 
Naast de probleemanalyse maak je een projectplan waarbij je de opgedane kennis en inzichten verwerkt in projectdoelen, projectactiviteiten en een ruwe fasering. Met dit plan overtuig je een jury van sociaal cultureel werk organisaties.

Praktijk en leertrajectbegeleiding

15 studiepunten

Beroepspraktijk

(15 studiepunten)

Een verkenning van de beroepspraktijkplaats en het werkveld in de breedte: 

  • Doelstellingen en structuur 
  • Doelpubliek 
  • Taakinhouden en opdrachten
  • Profiel van de werker

Vaardighedenleerlijn

12 studiepunten

Beroepsethiek

(3 studiepunten)

Vanuit de praktijk van de maatschappelijk assistent staan we stil bij ethische, deontologische en juridische dimensies van het vak. We onderzoeken welke invalshoeken het werk op het terrein ondersteunen op moreel gebied. Het vak van maatschappelijk assistent brengt immers morele aspecten mee, waarop studenten zich leren verhouden. We houden hierbij rekening met het perspectief van verschillende belanghebbenden.

Gespreksvoering

(3 studiepunten)

Vaak leeft de perceptie dat Sociaal-Cultureel Werkers geen hulpverlenende of ondersteunende tweegesprekken voeren. Terwijl er net binnen het SCW-werkveld veel kansen en mogelijkheden zijn om mensen te ondersteunen via informele babbels. Deze gesprekken bewust bekwaam voeren, is de focus van dit opleidingsonderdeel. We oefenen basisvaardigheden met casussen uit de SCW-praktijk. Houdingsaspecten komen voortdurend aan bod.  We bouwen in dit OLOD verder op communicatietraining uit het eerste jaar.

Interculturele vaardigheden

(3 studiepunten)

Deze training bevat een praktijk- en een theoretisch deel. Beide worden parallel aan elkaar aangeboden. Het verbinden van de theorie en praktijk is de kern van de training.  Spoor 1: 
Bij de start van deze training werk je aan de bewustwording van je eigen cultuur en identiteit. Je gaat daarna verdiepend aan de slag door mee te stappen in een project met nieuwkomers of gespreksgroepen met nieuwkomers te begeleiden. Binnen deze projecten heb je een wekelijks contact met nieuwkomers. Tijdens de ingeroosterde intervisies krijg je coaching en gaan we samen met de opgedane ervaringen aan de slag.  Spoor 2: Tijdens de opstart van de training en gedurende de intervisies bieden we jou een beknopt basiskader aan waarin een aantal relevante begrippen en principes uitgewerkt worden: identiteit, diversiteit, cultuur (verschillen en overeenkomsten), cultuurevolutionisme,ethocentrisme, cultuurrelativisme, omgekeerd etnocentrisme, pluralisme, deculturalisering, multi- en interculturaliteit, discriminatie en racisme, inburgering, superdiversiteit, ... Er zal aandacht worden besteed aan de concretisering van bovenstaande theoretische noties in methodologische beschouwingen en werkvormen. Aan de hand van concrete casestudies uit diverse praktijkrelevante settings zullen we werken rond interculturele communicatie en agogische processen in een reëele pluralistische context op microniveau. Tegelijk zullen we de meso- en macrocontext van deze interacties op microniveau benoemen.

Wetenschappelijke vaardigheden

(3 studiepunten)

Je zoekt vakliteratuur in wetenschappelijke databanken om het onderwerp van je paper te verkennen, om vervolgens het onderwerp in een probleemstelling te gieten. Via literatuuronderzoek zoek je een antwoord op je probleemstelling.

Derde jaar

Praktijk en leertrajectbegeleiding

24 studiepunten

Beroepspraktijk

(24 studiepunten)

De student verwerft doorheen de beroepspraktijk en persoonlijke studie competenties die noodzakelijk zijn voor het uitoefenen van de functie Sociaal Werker. 

  • Grondige kennismaking met het werkveld en de plaats van de beroepspraktijk-instelling daarin.
  • Verdieping in de organisatiestructuur, doelstellingen, doelgroepen en samenwerkingsverbanden.
  • Verdieping in het profiel van de professionele werker.
  • Zelfstandig uitvoeren van het volledige takenpakket van een professionele sociaal werker.

Vaardigheidsleerlijn

6 studiepunten

Sociaal-agogische vaardigheden: werken met groepen

(6 studiepunten)

Je leert hoe een groep werkt, en hoe je deze als begeleider kan ‘lezen’, om dan een groepsproces te kunnen begeleiden naar een bepaald doel. Door eerst te ervaren, dan te reflecteren (a.d.h.v. je eigen proces én het proces van een 'externe' groep) en vervolgens te verdiepen (inoefenen), krijg je ‘goesting’ om groepen te begeleiden, en jezelf hier verder in te ontwikkelen.

Conceptuele leerlijn

15 studiepunten

Beleidskaders voor sociaal werk

(3 studiepunten)

Vanuit de internationale definitie van sociaal werk schetsen we het belang van signalering,  onderzoeken we het belang van de actuele beleidskaders en van politiserend werken vanuit een structureel perspectief. Inzicht in de werking van beleidscycli is cruciaal om vanuit agogisch perspectief hierop te kunnen inspelen.
In een tweede deel analyseren we het politieke veld, met aandacht voor de ideologische keuzes achter de beleidskaders. We bestuderen de belangrijkste hedendaagse ideologieën en hun impact op de beleidskaders voor sociaal werk. Standpunten in actuele sociale beleidsdebatten worden gekaderd in onderliggende ideologieën. In het derde deel zetten we de stap naar beleidsvoorbereidend, beleidsondersteunend en/of beleidsbeïnvloedend werken, aan de hand van actuele thema's in het sociaal en welzijnsbeleid.

Actuele uitdagingen

(3 studiepunten)

In dit opleidingsonderdeel ligt de focus op een aantal actuele uitdagingen/cases uit het sociaal cultureel werk. Verschillende actuele uitdagingen zoals discriminatie op de arbeidsmarkt, radicalisering en jeugdwerk, de slechte woonomstandigheden van kwetsbare groepen enz. kleuren zowel de leefwereld en omgeving van de doelgroep als het handelingskader van de sociaal cultureel werker. Dit maakt dat de mogelijke uitkomsten van deze actuele uitdagingen gestuurd worden door politieke processen en machtsverhoudingen. Deze politieke processen en machtsverhoudingen zijn niet ‘neutraal’ en verschillende actoren hanteren daarbij verschillende visies en discoursen. Bij aanvang van de lessen worden er verschillende concrete cases uit het werkveld voorgesteld. Studenten diepen in groep een concrete case uit aan de hand van de 'beleidsarrangementenbenadering' (Policy Arrangement Approach). De beleidsarrangementenbenadering als analysekader geeft enerzijds inzicht in de inhoudelijke vormgeving van de concrete case (waarover gaat het juist?) en anderzijds heeft het ook aandacht voor de organisatie of procesvoering in de concrete case (wie is er betrokken bij de case, wie heeft welke ‘macht’, wat zijn de verschillende visies enz..). Studenten verzamelen deze informatie zowel vanuit tekstanalyses (doornemen van beleidsteksten, visieteksten…van de betrokken actoren over de case) als uit interviews met verschillende actoren uit het werkveld (zoals sociaal werkers, politici, de doelgroep, enz.). Op deze manier krijgen de studenten inzicht in de gelaagdheid en complexiteit van actuele uitdagingen die zich aanbieden in het werkveld.

Werken aan verandering

(3 studiepunten)

Sociaal werkers zijn gericht op verandering en sociaal werk is ook altijd "werken aan verandering". Zeker in een ‘risicosamenleving’ is dit een belangrijke opdracht.
De overheid, sociale organisaties en de bedrijfswereld kunnen een beroep doen op sociaal werkers om veranderingsprocessen mee aan te sturen, te begeleiden. 
De belangrijkste theoretische achtergronden bij verandering worden behandeld op 3 niveaus.

  • We bekijken verandering op individueel niveau en gaan na in welke mate bepaalde patronen een rol spelen in het gedrag van mensen.
  • Op het niveau van een organisatie bekijken we de analyse en de sturing van verandering aan de hand van het "kleurdrukdenken". 
  • We bestuderen verandering op het niveau van de samenleving als geheel en staan onder meer stil bij "sociale bewegingen". Het thema “tijdsbesteding en tijdsbeleving” wordt gekozen als verbindingsthema om te verduidelijken en te illustreren hoe de verschillende niveaus aan elkaar gerelateerd zijn en in voortdurende interactie staan. Dit thema schetst actuele tendensen in de samenleving en creëert de mogelijkheid om daar kritisch bij stil te staan.

Keuzevak 1

(3 studiepunten)
  • Global challenges
    • ​​​Six global challenges 
      • Literacy and technology: illiteracy and development 
      • Economic crisis: unemployment and debt 
      • Commodity crisis: peak oil, rare earth metals and food supply 
      • Ecological crisis: climate change, biodiversity loss and ocean acidification. 
      • Socio-economic crisis: inequality in the world 
      • Demographic crisis: overpopulation, aging ad urbanisation 
    • Six answers
      • International cooperation: North -South, development aid, Millennium Development Goals 
      • Globalisation and neoliberalism (ex. 4 I’s of Iain Ferguson) and beyond globalisation (ex. Buen Vivir) 
      • Transition: energy transition, efficiency, sufficiency and redistribution 
      • Sustainable development: divergence, convergence and a green economy 
      • Social justice, international social work and social action 
      • Conclusion and interdependency of global challenges and answers: systems thinking and resilience
  • Wereldbrede uitdagingen
    • ​Zes mondiale uitdagingen: 
      • Kennis en technologie: vormen van analfabetisme en technologische ontwikkeling
      • Economische crisis: werkloosheid en overheidsschuld
      • Grondstoffencrisis: piekolie, materialenbeheer en voedselvoorziening
      • Ecologische crisis: klimaatsverandering, biodiversiteitsverlies, verzuring van oceanen.
      • Socio-economische crisis: ongelijkheid binnen samenlevingen en tussen samenleving
      • Demografische crisis: overbevolking, vergrijzing en verstedelijking in de wereld 
    • Zes antwoorden
      • Internationaal samenwerken: Noord-Zuid, ontwikkelingshulp, Millennium Development Goals
      • Globalisering en neoliberalisme (oa. 4 I’s van Iain Ferguson) anders globaliseren (o.a. Buen Vivir)
      • Transitie: energie-transitie, efficiëntie, sufficiëntie en herverdeling
      • Duurzame ontwikkeling: divergentie, convergentie en groene economie
      • Sociale rechtvaardigheid, internationaal sociaal werk en sociale actie
      • Synthese en samenhang tussen mondiale uitdagingen en antwoorden: systeemdenken en veerkracht

Keuzevak 2

(3 studiepunten)
  • Cultuursociologie 
    • Introductie: een korte schets en situering van de cultuursociologie als een boeiende en complexe onderzoeksdiscipline. 
    • De basics in de theorie (Bourdieu). Je leert hoe cultuursociologen de ontwikkeling van onze westerse samenleving verklaren. We bekijken ook enkele actuele reacties daarop. (Laermans en Vanderstichele)
    • Hoge en lage cultuur onder druk.

    • Cultuurspreiding in een symbolische samenleving. Vertrekkend van de ideeën van Elchardus over de symbolische samenleving en een aantal toepassingen daarop. (Pauwels, Berghman en Van Eyck)

  • Organisatieontwikkeling en kwaliteitszorg 
    ​Sociaal werk gebeurt steeds in of met organisaties. Ze hebben een eigen structuur en cultuur die zo goed als mogelijk afgestemd zijn op de doelen die men wil bereiken en de verwachtingen die er leven, zowel bij personeel als leidinggevenden, als de maatschappij waarbinnen de organisatie functioneert. 
    We staan stil bij volgende vragen:

    • Wat is een organisatie?

    • Hoe verloopt de besluitvorming binnen een organisatie en hoe worden de doelstellingen uitgewerkt?

    • Op welke wijze kan een organisatie zich op een efficiënte manier structureren?

    • Wat is de impact van een organisatiecultuur op haar werking en haar medewerkers?

    • Hoe functioneren medewerkers optimaal binnen een organisatie en welke tools kan een organisatie inzetten om een goed personeelsbeleid uit te bouwen? 

    • Waarom veranderen organisatie en welke factoren bepalen en beïnvloeden deze verandering?

    • Hoe kan een organisatie een kwaliteitsvolle dienst- en hulpverlening waarborgen?

  • Psychische stoornissen 
    Volgende kernthema’s worden behandeld: 
    • Wat is  ‘normaal’ gedrag' en wanneer evolueren psychische moeilijkheden naar een 'psychische stoornis'. In de lessen worden studenten uitgedaagd om woorden te geven aan hun intuïtief aanvoelen en te komen tot meer objectiveerbare criteria.  Hierbij komen volgende vragen aan bod: wat is 'normaal' psychisch functioneren en wat kunnen we verstaan onder 'het psychisch lijden' van cliënten.
    • Vervolgens komt de focus te liggen op de 'psychiatrische ziektebeelden'.  Wat wordt juist verstaan onder een 'psychische stoornis', welke criteria worden hierbij gehanteerd en hoe worden deze 'stoornissen' geordend in een breder referentiekader. Welke plaats hebben diagnoses in onze huidige maatschappij en wat is de invloed hiervan op de individuele cliënt.
    • Het belangrijkste onderdeel van deze cursus bestaat uit het overlopen van de belangrijkste, meest voorkomende syndromen.  Achtereenvolgens komen volgende stoornissen aan bod: stemmingsstoornissen, angststoornissen, psychotische stoornissen, persoonlijkheidsstoornissen, eetstoornissen en stoornissen bij kinderen. Mogelijk kan dit worden uitgebreid met verslaving, dissociatieve stoornissen en somatoforme stoornissen. 
    • Bij elk van deze stoornissen bespreken we de mogelijke behandelingen en psychotherapie
  • Sociaal en creatief ondernemen
    We focussen op: 
    • de ontwikkelingen in de arbeidsmarkt & de analyse van de inkomensverdeling;

    • het huidig activeringsbeleid;

    • maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO);

    • de praktijk van de sociale economie;

    • innovaties in het sociaal ondernemingslandschap.

Integrale leerlijn

3 studiepunten

Bachelorproef

(6 studiepunten)

De student behandelt in zijn bachelorproef een onderwerp uit het werkterrein het maatschappelijk werk. De student dient opgedane praktijkervaring en theoretisch verworven inzichten te integreren.

Internationalisering

(3 studiepunten)

Hoe ziet het werkveld er uit in het buitenland? Welke gelijkenissen en verschillen zijn er? En hoe organiseert men dit? Je neemt je eigen leerproces in handen. In kleine groepjes teken je een internationale studiereis uit op maat van je leerbehoeften en gekoppeld aan het thema van het project van jouw groep in het opleidingsonderdeel Project. Je ontwikkelt een programma voor jezelf en jouw groep in een internationale setting. Het bezoeken en bevragen van de geplande organisaties in binnen- en buitenland draagt bij tot een beter beeld van het concrete werkveld. Je wordt tijdens deze bezoeken geconfronteerd met andere basisopstellingen van sociale werkers. Dit zorgt voor reflectie op de eigen opstelling als sociaal werker en meer in het algemeen voor reflectie op de basishouding, beroepshouding van een ideaal typische sociaal werker.

Project

(6 studiepunten)

In dit opleidingsonderdeel leren studenten projectmatig werken binnen een beroepscontext. In kleine groepjes (+/- 6 studenten) wordt een opdracht van een organisatie uit het werkveld uitgevoerd. Hierbij worden zij enerzijds begeleid door een coach binnen de school en anderzijds krijgen zij gerichte informatie en ondersteuning vanuit de partnerorganisatie. De opdracht mondt uit in een draaiboek, communicatiemiddelen en een schriftelijk eindverslag.

Studiepunten drukken de studieomvang van elk vak uit: één studiepunt stemt overeen met 25 à 30 uren studie. Gemiddeld heb je 22 contacturen per week. (Een contactuur is een uur dat je op de campus met het opleidingsonderdeel bezig bent.)

Deze lessentabellen zijn ter informatie voor studiekiezers. Om ze overzichtelijk en leesbaar te houden, hebben we sommige vakken gebundeld en benamingen gewijzigd. Ze kunnen afwijken van de actuele lessentabellen en vormen geen rechtsgrond.