Inhoud en studiepunten van Sociaal-Cultureel Werk

Eerste jaar

Kennis opbouwen - Werk maken van leren

30 studiepunten

Sociaal Werk (verkennen, inleiding trajecten, sociale kaart)

(6 studiepunten)

Deze eerste verkenning biedt studenten een systematische inleiding in het begrippenkader van 'sociaal werk'. Wat houdt het beroep van sociaal werker in? Waarom en hoe handelt de sociaal werker? Op deze vragen geven we eerst een antwoord. Daarna zoomen we in op de soorten sociaal werk. Deze kennis zal je helpen om voor het tweede jaar een goede trajectkeuze te maken.

De samenleving

(6 studiepunten)

We vertrekken van de vaststelling dat er enige 'orde' in de samenleving is en dat heel wat dingen 'functioneren'. De verklaring ligt o.a. in het belang van cultuur en in het socialiseren. Een tweede vaststelling is dat er naast die orde ook heel wat 'wanorde' en maatschappelijke problemen bestaan. De aandacht gaat naar sociale ongelijkheid in diverse verschijningsvormen. We maken een uitgebreide en kritische analyse vanuit verschillende invalshoeken.

De mens

(6 studiepunten)

Hoe geven wij als mensen betekenis aan onze leefwereld?  Na eerst stil te staan bij onze psychologische 'hardware' (bio- en neuropsychologie), gaan we vooral onze 'psychologische software' verkennen. Wij construeren immers zelf de concepten die we over onszelf en onze omgeving hebben. Deze basiskennis wordt uitgebreid met sociaal psychologische aspecten.

Grondrechten

(6 studiepunten)

In elke beroepscontext van de sociaal werker komen juridische aspecten voor. Om je daarop voor te bereiden focust deze inleiding recht op de noodzakelijke juridische kennis die je als sociaal werker nodig hebt om de juridische aspecten van een situatie te kunnen herkennen en daar mee aan de slag te gaan.

Welvaart, ongelijkheid en armoede

(6 studiepunten)

Er is in de wereld tijdens de laatste decennia heel wat welvaart gecreëerd. Wat zijn hier de achterliggende economische principes? Maar deze welvaart is zowel mondiaal als in onze eigen samenleving ongelijk verdeeld. Heel wat mensen (ook bij ons) leven nog in armoede en zijn maatschappelijk kwetsbaar. We gaan dieper in op deze uitsluitingsmechanismen en de beperkingen van de vrije markt.

Training, Praktijk & Sociale verkenning

15 + 15 studiepunten

Ik ontmoet het Sociaal Werk

(15 + 15 studiepunten)

Je werkt het hele jaar intensief samen in een groep van 36 studenten met 2 vaste docent-coaches.

Je maakt verbinding met:

  • leergroep, opleiding en campus
  • inwoners in de stad of de buurt
  • werkveld
  • beroepsrol & visie

Je traint sociale vaardigheden:

  • observeren en interpreteren
  • actief luisteren
  • feedback geven en ontvangen
  • mening geven, beargumenteren en bevragen

Daarnaast zetten we in op de koppeling van de theoretische vakken aan wat je leert in de praktijk. We gaan ook samen aan de slag met blended leerpakketten om je nog beter voor te bereiden op je werkervaring. Je verdiept je in het werkveld, door informatie op te zoeken en te bespreken, door contact te leggen met professionals in organisaties en zelf actie te ondernemen. Je analyseert. Je wikt en je weegt. Je verwerft inzichten, je leert argumenteren en kan reflecteren. Je deelt deze inzichten met de collega-studenten zodat je samen sterker staat.  

Op het einde van het eerste jaar toon je met een portfolio aan dat je op weg bent om een professionele sociaal werker te worden. In dat portfolio stel je jezelf voor, deel je je ervaringen en leerroute en kan je de trajectkeuze voor het tweede jaar motiveren.

Tweede jaar

Praktijk – loopbaan

15 studiepunten

Stage en terugkomdagen

(15 studiepunten)

Een verkenning van de beroepspraktijkplaats en het werkveld in de breedte: 

  • Doelstellingen en structuur 
  • Doelpubliek 
  • Taakinhouden en opdrachten
  • Profiel van de werker

Kennis verbreden

27 studiepunten

Cultuur en levensbeschouwing

(3 studiepunten)

We behandelen volgende thema’s in hun onderlinge samenhang: multiculturaliteit, identiteit, levensbeschouwing en sociale rechtvaardigheid. 

Diversiteit en armoede in de stad

(3 studiepunten)

We zoeken naar antwoorden op uitdagingen verbonden aan diversiteit, armoede en grootstedelijkheid. Specifieke maatschappelijke uitdagingen die we behandelen zijn armoedebestrijding en intra-Europese migratie. 
Naast de nodige basiskennis (concepten en realiteiten) over deze thema’s, komen in de lessen ook prikkelende (nationale en internationale) initiatieven uit het werkveld aan bod. Als onderbouw bespreken we enkele belangrijke kaders waarbinnen die antwoorden gezocht (kunnen) worden.

Psychologie

(3 studiepunten)

In deze cursus staat de evolutie van de psychologische functies gedurende de levensloop centraal.  Wat is vanuit ontwikkelingspsycholische invalshoek te verwachten in een bepaalde leeftijdsfase.  In die zin krijgt de student telkens een beeld voorgeschoteld van te verwachten mogelijkheden, onmogelijkheden en levensthema's die eigen zijn aan de betreffende leeftijdsfase. De docent tracht hierbij zoveel mogelijk aansluiting te maken met de toekomstige doelgroepen waar de toekomstige sociaal werker in zijn professionele loopbaan mee te maken zal krijgen. De inhouden zijn opgebouwd rond belangrijke levensthema's die zich naar gelang de leeftijdsfase anders manifesteren.
De cursus start met inleidende beschouwingen over tijd, mensbeeld, en opvoeding.  Daarna volgen hoofdstukken waarin de focus zich verlegd van de 'psychische geboorte', naar 'basisveiligheid', 'taal en denken',  'magie en zelfexpressie' en 'sociale relaties'. Het hoofdstuk 'wie ben ik' vertrekt vanuit de zoektocht in de adolescentie, en gaat over in 'de zoektocht naar zelfrealisatie' wat zich vooral tijdens de volwassenheid afspeelt, om te eindigen bij 'wijsheid en integriteit'.

Sociaal werk

(3 studiepunten)
  • Schets van de basis theoretische onderbouw van sociaal werk 
  • Hoe gebeurt de theorieontwikkeling in sociaal werk?
  • De concrete theoretische onderbouw van sociaal werk vanuit Payne’s (2005) ‘politics of theory’. 
  • De verbinding tussen theorie en praktijk door in te zoomen op sociaal werkmethoden. 
  • Helicopterperspectief ten aanzien van het sociaal werk met betrekking tot de vraag: wat zijn uitdagingen voor de toekomst?

Sociaal-cultureel werk ontdekken

(6 studiepunten)

Je krijgt een overzicht en ontwikkelt een visie op het brede sociaal-cultureel werkveld. Je reflecteert kritisch op de methoden die gehanteerd worden, de uitdagingen die gezien of niet gezien worden … Je leert over de belangrijkste wetgevende kaders (vrijwilligerswetgeving, vzw-wetgeving …). Je verwerft basisinzichten in organisatieleer en maakt een uitgebreide organisatieverkenning van je stageplaats of een andere organisatie.

Sociaal-cultureel handelen I

(6 studiepunten)

Je verwerft de basisinzichten van de leer-, cultuur-, en gemeenschapsvormende functie van het sociaal-culturele werkveld. Iedere functie heeft haar eigen kaders, methoden en technieken om in te zetten in de praktijk.

Sociaal-cultureel handelen II

(3 studiepunten)

Je gaat in op de activeringsfunctie van het sociaal-cultureel werk. Je behandelt de verschillende invullingen van activering en participatie. Je beoordeelt deze invullingen kritisch en plaats ze in hun maatschappelijke context. Aan de hand van praktijkvoorbeelden leer je de theoretische basis en onderliggende visie herkennen en benoemen, de doelstellingen identificeren, de werkwijze doorgronden en de resultaten evalueren.

Trainen en toepassen

18 studiepunten

Gespreksvoering

(3 studiepunten)

Vaak leeft de perceptie dat Sociaal-Cultureel Werkers geen hulpverlenende of ondersteunende tweegesprekken voeren. Terwijl er net binnen het SCW-werkveld veel kansen en mogelijkheden zijn om mensen te ondersteunen via informele babbels. Deze gesprekken bewust bekwaam voeren, is de focus van dit opleidingsonderdeel. We oefenen basisvaardigheden met casussen uit de SCW-praktijk. Houdingsaspecten komen voortdurend aan bod.  We bouwen in dit OLOD verder op communicatietraining uit het eerste jaar.

Interculturele vaardigheden

(3 studiepunten)

Deze training bevat een praktijk- en een theoretisch deel. Beide worden parallel aan elkaar aangeboden. Het verbinden van de theorie en praktijk is de kern van de training.  Spoor 1: 
Bij de start van deze training werk je aan de bewustwording van je eigen cultuur en identiteit. Je gaat daarna verdiepend aan de slag door mee te stappen in een project met nieuwkomers of gespreksgroepen met nieuwkomers te begeleiden. Binnen deze projecten heb je een wekelijks contact met nieuwkomers. Tijdens de ingeroosterde intervisies krijg je coaching en gaan we samen met de opgedane ervaringen aan de slag.  Spoor 2: Tijdens de opstart van de training en gedurende de intervisies bieden we jou een beknopt basiskader aan waarin een aantal relevante begrippen en principes uitgewerkt worden: identiteit, diversiteit, cultuur (verschillen en overeenkomsten), cultuurevolutionisme,ethocentrisme, cultuurrelativisme, omgekeerd etnocentrisme, pluralisme, deculturalisering, multi- en interculturaliteit, discriminatie en racisme, inburgering, superdiversiteit, ... Er zal aandacht worden besteed aan de concretisering van bovenstaande theoretische noties in methodologische beschouwingen en werkvormen. Aan de hand van concrete casestudies uit diverse praktijkrelevante settings zullen we werken rond interculturele communicatie en agogische processen in een reëele pluralistische context op microniveau. Tegelijk zullen we de meso- en macrocontext van deze interacties op microniveau benoemen.

Projectmatig werken

(6 studiepunten)

In dit opleidingsonderdeel leren studenten projectmatig werken binnen een beroepscontext. In kleine groepjes (+/- 6 studenten) wordt een opdracht van een organisatie uit het werkveld uitgevoerd. Hierbij worden zij enerzijds begeleid door een coach binnen de school en anderzijds krijgen zij gerichte informatie en ondersteuning vanuit de partnerorganisatie. De opdracht mondt uit in een draaiboek, communicatiemiddelen en een schriftelijk eindverslag.

Beroepsethiek

(3 studiepunten)

Vanuit de praktijk van de maatschappelijk assistent staan we stil bij ethische, deontologische en juridische dimensies van het vak. We onderzoeken welke invalshoeken het werk op het terrein ondersteunen op moreel gebied. Het vak van maatschappelijk assistent brengt immers morele aspecten mee, waarop studenten zich leren verhouden. We houden hierbij rekening met het perspectief van verschillende belanghebbenden.

Wetenschappelijke vaardigheden

(3 studiepunten)

Je zoekt vakliteratuur in wetenschappelijke databanken om het onderwerp van je paper te verkennen, om vervolgens het onderwerp in een probleemstelling te gieten. Via literatuuronderzoek zoek je een antwoord op je probleemstelling.

Derde jaar

Praktijk - loopbaan

30 studiepunten

Stage en bachelorproef

(30 studiepunten)

Doorheen de beroepspraktijk en persoonlijke studie verwerf je de noodzakelijke competenties voor het uitoefenen van de functie ‘sociaal werker’:

  • Grondige kennismaking met het werkveld en situering van de stageplaats
  • Verdieping in de organisatiestructuur, doelstellingen, doelgroepen en samenwerkingsverbanden
  • Verdieping in het profiel van de professionele werker
  • Zelfstandig uitvoeren van het volledige takenpakket van een professionele sociaal werker

Je behandelt in je bachelorproef een onderwerp uit het werkterrein van het sociaal-cultureel werk. Je integreert opgedane praktijkervaring en theoretisch verworven inzichten.

Kennis verdiepen

15 studiepunten

Beleidskaders voor sociaal werk

(3 studiepunten)

Vanuit de internationale definitie van sociaal werk schetsen we het belang van signalering,  onderzoeken we het belang van de actuele beleidskaders en van politiserend werken vanuit een structureel perspectief. Inzicht in de werking van beleidscycli is cruciaal om vanuit agogisch perspectief hierop te kunnen inspelen.
In een tweede deel analyseren we het politieke veld, met aandacht voor de ideologische keuzes achter de beleidskaders. We bestuderen de belangrijkste hedendaagse ideologieën en hun impact op de beleidskaders voor sociaal werk. Standpunten in actuele sociale beleidsdebatten worden gekaderd in onderliggende ideologieën. In het derde deel zetten we de stap naar beleidsvoorbereidend, beleidsondersteunend en/of beleidsbeïnvloedend werken, aan de hand van actuele thema's in het sociaal en welzijnsbeleid.

Werken aan verandering

(6 studiepunten)

Sociaal werkers zijn gericht op verandering en sociaal werk is ook altijd "werken aan verandering". Zeker in een ‘risicosamenleving’ is dit een belangrijke opdracht.
De overheid, sociale organisaties en de bedrijfswereld kunnen een beroep doen op sociaal werkers om veranderingsprocessen mee aan te sturen, te begeleiden. 
De belangrijkste theoretische achtergronden bij verandering worden behandeld op 3 niveaus.

  • We bekijken verandering op individueel niveau en gaan na in welke mate bepaalde patronen een rol spelen in het gedrag van mensen.
  • Op het niveau van een organisatie bekijken we de analyse en de sturing van verandering aan de hand van het "kleurdrukdenken". 
  • We bestuderen verandering op het niveau van de samenleving als geheel en staan onder meer stil bij "sociale bewegingen". Het thema “tijdsbesteding en tijdsbeleving” wordt gekozen als verbindingsthema om te verduidelijken en te illustreren hoe de verschillende niveaus aan elkaar gerelateerd zijn en in voortdurende interactie staan. Dit thema schetst actuele tendensen in de samenleving en creëert de mogelijkheid om daar kritisch bij stil te staan.

Wereldbrede uitdagingen

(3 studiepunten)

Mondiale uitdagingen:

  1. Kennis en technologie: grenzen aan kennis, technologie en wetenschap
  2. Economische crisis: werkloosheid, private schuld, overheidsschuld en ecologische schade
  3. Grondstoffencrisis: energie en piekolie, metalen, mineralen en voedsel
  4. Ecologische crisis: klimaatsverandering, biodiversiteitsverlies, verzuring van oceanen
  5. Demografische crisis: overbevolking, vergrijzing en verstedelijking in de wereld
  6. Socio-economische crisis: ongelijkheid binnen samenlevingen en tussen samenleving

En de antwoorden:

  1. Lokaal innoveren en internationaal samenwerken: peer-to-peer netwerken en Noord-Zuid
  2. Globalisering, neoliberalisme en anders globaliseren (o.a. Buen Vivir)
  3. Transitie: energie-transitie, alternatieven voor materialen en sociale verandering
  4. Duurzame ontwikkeling: antwoorden op onrechtvaardigheid, divergentie, convergentie en ontgroeien
  5. Synthese en samenhang tussen mondiale uitdagingen en antwoorden: systeemdenken en veerkracht

Psychische stoornissen

(3 studiepunten)

Kernthema’s:

  1. Wat is  ‘normaal’ gedrag' en wanneer evolueren psychische moeilijkheden naar een 'psychische stoornis'? Wat is 'normaal' psychisch functioneren en wat kunnen we verstaan onder 'het psychisch lijden' van cliënten?
  2. De focus ligt op op 'psychiatrische ziektebeelden'. Wat wordt juist verstaan onder een 'psychische stoornis'? Welke criteria worden hierbij gehanteerd en hoe worden deze 'stoornissen' geordend in een breder referentiekader? Welke plaats hebben diagnoses in onze huidige maatschappij en wat is de invloed hiervan op de individuele cliënt?
  3. Overlopen van de belangrijkste, meest voorkomende syndromen (stemmingsstoornissen, angststoornissen, psychotische stoornissen, persoonlijkheidsstoornissen, eetstoornissen en stoornissen bij kinderen,  verslaving, dissociatieve stoornissen en somatoforme stoornissen)
  4. Bespreken van de mogelijke behandelingen en psychotherapie

Trainen en toepassen

15 studiepunten

Internationalisering

(3 studiepunten)

Hoe ziet het werkveld er uit in het buitenland? Welke gelijkenissen en verschillen zijn er? En hoe organiseert men dit? Je neemt je eigen leerproces in handen. In kleine groepjes teken je een internationale studiereis uit op maat van je leerbehoeften en gekoppeld aan het thema van het project van jouw groep in het opleidingsonderdeel Project. Je ontwikkelt een programma voor jezelf en jouw groep in een internationale setting. Het bezoeken en bevragen van de geplande organisaties in binnen- en buitenland draagt bij tot een beter beeld van het concrete werkveld. Je wordt tijdens deze bezoeken geconfronteerd met andere basisopstellingen van sociale werkers. Dit zorgt voor reflectie op de eigen opstelling als sociaal werker en meer in het algemeen voor reflectie op de basishouding, beroepshouding van een ideaal typische sociaal werker.

Project

(6 studiepunten)

In dit opleidingsonderdeel leren studenten projectmatig werken binnen een beroepscontext. In kleine groepjes (+/- 6 studenten) wordt een opdracht van een organisatie uit het werkveld uitgevoerd. Hierbij worden zij enerzijds begeleid door een coach binnen de school en anderzijds krijgen zij gerichte informatie en ondersteuning vanuit de partnerorganisatie. De opdracht mondt uit in een draaiboek, communicatiemiddelen en een schriftelijk eindverslag.

Werken met groepen

(6 studiepunten)

Je leert hoe een groep werkt, en hoe je deze als begeleider kan ‘lezen’, om dan een groepsproces te kunnen begeleiden naar een bepaald doel. Door eerst te ervaren, dan te reflecteren (a.d.h.v. je eigen proces én het proces van een 'externe' groep) en vervolgens te verdiepen (inoefenen), krijg je ‘goesting’ om groepen te begeleiden, en jezelf hier verder in te ontwikkelen.

Studiepunten drukken de studieomvang van elk vak uit: één studiepunt stemt overeen met 25 à 30 uren studie. Gemiddeld heb je 22 contacturen per week. (Een contactuur is een uur dat je op de campus met het opleidingsonderdeel bezig bent.)

Deze lessentabellen zijn ter informatie voor studiekiezers. Om ze overzichtelijk en leesbaar te houden, hebben we sommige vakken gebundeld en benamingen gewijzigd. Ze kunnen afwijken van de actuele lessentabellen en vormen geen rechtsgrond.